Openheid van zaken banken

Openheid van zaken banken

Door Paul Kalma op 1 juli 2009 Delen  

De PvdA is ervan geschrokken dat Nederlandse financiële instellingen op grote
schaal investeren in controversiële wapenproducenten en wapenhandel. Als de
huidige financiële crisis iets duidelijk heeft gemaakt dan is het wel dat banken
ook een maatschappelijke functie hebben. De PvdA wil daarom dat banken maximaal
transparant zijn over hun investering- en beleggingsbeleid.

Banken moeten aan hun klanten laten zien waar ze wel en niet in willen
beleggen. Met name wanneer er grote milieu- of mensenrechtenrisico’s spelen.

Uit onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer, een initiatief van onder meer Oxfam
Novib en Amnesty International, blijkt dat Nederlandse financiële instellingen
op grote schaal investeren in controversiële wapenproducenten en wapenhandel.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een speerpunt van het kabinet. Dit zet
veel bedrijven aan om te rapporteren over hun bedrijfsvoering. Het onderzoek van
de Eerlijke Bankwijzer laat echter een groot gat zien tussen beleid en praktijk.
Zo scoorde de financiële sector hoog in de Transparantiebenchmark 2008, een
onderzoek waarin maatschappelijke verslagen van bedrijven worden vergeleken. In
de praktijk blijken deze verslagen op zijn minst onvolledig of handelen banken
tegen hun eigen beleid in. De PvdA wil dat banken transparant, volledig en op
een controleerbare wijze verantwoording afleggen over de milieu- en
mensenrechtenrisico’s in hun beleggingsbeleid. Maatschappelijke jaarverslagen
mogen geen reclamefolders zijn.

In 2007 bleek uit onderzoek dat pensioenfondsen beleggingen hadden in onder
meer clusterbommenproducenten. Naar aanleiding van de maatschappelijk onrust die
daarover ontstond hebben veel fondsen hun beleggingsbeleid aangescherpt. De
financiële instellingen die nu zijn onderzocht lopen achter op de
pensioenfondsen. Net als ABP en PGGM hebben gedaan zouden ook de banken een
zwarte lijst kunnen publiceren van bedrijven waarin het onverantwoord is om te
beleggen.

De PvdA wil daarnaast dat het kabinet zich inspant om maatschappelijk
verantwoord investeren onder de aandacht te brengen van de hele financiële
sector, en in het bijzonder bij de in het onderzoek betrokken instellingen. Of
het nu gaat om bonussen of investeringen in wapens, alleen door maximale
openheid kunnen banken het maatschappelijk vertrouwen weer terugwinnen.

Hieronder de vragen die Paul Tang en ik in de Tweede Kamer hebben gesteld aan
de ministers van Financiën en van Buitenlandse Zaken, en aan de staatsseretaris
van Economische Zaken over investeringen van financiële instellingen in
wapenproducenten en wapenexport:

1) Heeft u kennisgenomen van het praktijkonderzoek ‘Banken en wapens: de
praktijk’ van Amnesty International, FNV, Milieudefensie, Oxfam Novib en IKV Pax
Christi?

2) Bent u van mening dat het onwenselijk is dat financiële instellingen
investeren in producenten van controversiële wapens of in bedrijven die zich
bezighouden met controversiële wapenhandel?

3) Strekt de door u in veel gelegenheden aangehaalde maatschappelijke functie
van banken ook tot het ontwikkelen en uitvoeren van beleid voor maatschappelijk
verantwoord ondernemen en investeren?

4) Kunt u een reactie geven op de aanbevelingen uit het rapport? Welke van
deze aanbevelingen bent u bereid onder de aandacht te brengen van de financiële
sector, in het bijzonder bij de in het onderzoek betrokken instellingen?

5) Bent u van mening dat er sprake is van incoherentie wanneer met
overheidsgeld ondersteunde financiële instellingen investeren in bedrijven die
betrokken zijn bij controversiële wapens of controversiële wapenhandel die
vanwege overheidsbeleid of internationale afspraken en verdragen worden
afgewezen?

6) Bent u van mening dat duurzaamheidaspecten ten opzichte van het
beleggingsbeleid van banken opgenomen moeten worden in het door u voorgestelde
bankiersexamen?

7) Bent u van mening dat financiële instellingen volledig genoeg rapporteren
over maatschappelijk verantwoord ondernemen en investeren, gelet op het feit dat
geen van de onderzochte instellingen een mvo-beleid heeft voor haar beleggingen?

8) Ziet u een discrepantie tussen de mvo-praktijk en het voorgestane beleid
van rapporterende financiële instellingen, onder andere gelet op het feit dat de
Transparantiebenchmark 2008 constateert dat financiële instellingen hoog scoren?

9) Op welke manier wordt in het SER-initiatief ketentransparantie rekening
gehouden met het risico op discrepanties tussen mvo-beleid en de mvo-praktijk
bij de betrokken ondernemingen?

10) Wanneer u spreekt over Nederlandse bedrijven als koplopers op het gebied
van mvo, doelt u dan op de mate van mvo-transparantie of de manier waarop mvo in
de praktijk wordt gebracht? Indien het laatste het geval is, op welke informatie
baseert u zich hierbij?

11) Kan alle in het jaarverslag dan wel in een apart verslag gepubliceerde
sociale en milieu-informatie worden aangemerkt als niet-financiële
prestatie-indicator in de zin van artikel 2:391 lid 1 BW? Zo nee, hoe wordt het
onderscheid bepaald? Zo ja, wat is het juridische regime dat van toepassing is
op kennelijk onjuiste of onvolledige informatie die wel als niet-financiële
prestatie-indicatoren in de zin van artikel 2:391 lid 1 BW kan worden
aangemerkt.

Delen: