Onderzoek en heldere spelregels ‘Bijstandswet’

Onderzoek en heldere spelregels ‘Bijstandswet’

Door John Kerstens op 5 juni 2013 Delen  

Vandaag debatteerde de Kamer over de Wet Werk en Bijstand. In dat debat heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma een aantal belangrijke toezeggingen gedaan waar ik haar om had gevraagd. Zo komt er een onderzoek naar hoe gemeentes nu omgaan met ‘de Bijstandswet’: wat gaat er goed en wat moet beter, bijvoorbeeld bij de tegenprestatie die van mensen mag worden gevraagd en het helpen van bijstandsgerechtigden richting arbeidsmarkt.

De staatssecretaris zegde ook toe dat dat onderzoek (en overleg met bijvoorbeeld Kamer, sociale partners en gemeentes) moet leiden tot een aantal heldere spelregels. Op die manier weten zowel gemeentes als mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering wat ze van elkaar mogen verwachten.

Daarnaast reageerde de staatssecretaris positief op mijn pleidooi om bureaucratische hobbels bijvoorbeeld rondom uitzendwerk weg te nemen, zodat mensen meer kansen krijgen.

Hieronder lees je mijn bijdrage aan het debat.

Voorzitter,

Op de agenda van ons overleg vandaag over de Wet Werk en Bijstand staan een negental onderwerpen.

Wat niet op de agenda staat, is een aantal maatregelen dat in het regeerakkoord staat aangekondigd rondom die wet. Daar ga ik het vandaag niet over hebben. Niet omdat ze niet belangrijk zijn, of er niks over te zeggen valt, maar omdat we er bij andere gelegenheden rondom de indiening van de concrete voorstellen van het kabinet nog uitgebreid over van gedachten gaan wisselen. En vooral ook, omdat er wat mij betreft een aantal zaken wèl op de agenda staat vandaag dat onze aandacht vraagt. Waar ìk in ieder geval aandacht aan wil besteden.

Hoewel we het vaak over de ‘Bijstandswet’ hebben, heet-ie dus voluit de Wet Werk en Bijstand. En dat is niet zomaar. De PvdA wil dat niemand aan de kant staat. Dat iedereen (die dat kan) meedoet. Natuurlijk: ‘je leeft niet om te werken’, maar werk is wel vaak dè manier om mee te doen. Op de arbeidsmarkt, en zo in onze samenleving.

Maar eenmaal ‘in de bijstand’ is het niet eenvoudig om er uit te komen en (weer) aan de slag te gaan. Op dit moment door de voortdurende economische crisis natuurlijk, waardoor veel mensen hun werk zijn kwijtgeraakt en de banen niet voor het opscheppen liggen. Een crisis die, zo bleek uit de cijfers vorige week, leidt tot een forse stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Maar ook meer in algemene zin: mensen komen vaak in de bijstand na langdurige werkloosheid of omdat ze er (na een scheiding of overlijden) ‘alleen zijn komen voor te staan’. Geen gemakkelijke situaties. Daarom is hulp bij dat weer aan de slag proberen te komen belangrijk.

Die hulp wordt geboden door de gemeente. In de kern is elke stap richting meedoen op de arbeidsmarkt er één. Ook als het maar een stapje is. Ook als het niet direct de gedroomde baan (met het dito salaris) oplevert, maar wel helpt om weer arbeidsritme op te doen. Werknemersvaardigheden. Structuur en vastigheid aan je leven te geven. Sociale contacten op te doen. Jezelf te ontwikkelen. Allemaal dingen die sowieso van belang zijn, en ook nog eens helpen richting dat in ’t eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Zelf.

Mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering mogen zulke hulp van hun gemeente verwachten. Hulp die perspectief biedt. Net zoals de gemeente mag verwachten dat een bijstandsgerechtigde die hulp aanneemt. En er mee aan de slag gaat. Juist omdàt-ie perspectief biedt. Die hulp door de gemeente gaat vaak goed. Maar vaak ook niet. Misschien wel te vaak. Het is, zo blijkt, in ieder geval regelmatig puzzelen wat je van elkaar mag verwachten: bijstandsgerechtigde en gemeente.

Aan dat ‘niet goed gaan’ wordt aandacht besteed. Vanochtend nog, op het Plein voor de Tweede Kamer. En ook eerder al, in het door de FNV uitgebrachte zwartboek bijvoorbeeld. En dat is belangrijk. Maar waar ìk, en anderen met mij (gemeentes èn mensen die op een bijstandsuitkering zijn aangewezen), vooral óók behoefte aan zouden hebben is eigenlijk een ‘witboek’. Een boek met góede voorbeelden. Omdat ik niet zo ben van ‘dat het niet kan’, maar meer van ‘zó kan het’ en vooral ook omdat we daar met z’n allen veel meer aan hebben.

Ik zou de staatssecretaris, in navolging van de FNV, willen vragen een onderzoek te laten doen naar hoe het nu gaat, met de tegenprestatie van en de reïntegratie door mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering. Om beter zicht te krijgen op wat goed gaat, en op wat beter kan. Om er zo van te leren. Met z’n allen.

Ik vraag dat ook naar aanleiding van de antwoorden die de Staatssecretaris mij een tijdje geleden gaf op schriftelijke vragen die ik over een en ander stelde. Met de staatssecretaris ben ik van mening dat de bestaande bezwaar- en beroepsmogelijkheden die mensen hebben belangrijk zijn en kunnen worden benut om een mogelijk onjuiste behandeling aan de kaak te stellen. En net als de Staatssecretaris heb ik de rechter lief. Maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat het beleid over wat wel en wat niet een goede manier is om mensen te helpen richting meedoen op de arbeidsmarkt of hoe de in de wet neergelegde tegenprestatie kan worden ingevuld door de rechter wordt gemaakt. Dáárvoor is uiteindelijk de politiek verantwoordelijk.

Ik zou staatssecretaris dan ook willen vragen na te denken hoe zij, wellicht na de evaluatie van het hiervoor door mij gevraagde onderzoek, meer helderheid kan verschaffen in wat wel en niet zou moeten kunnen. In wat gemeente en bijstandsgerechtigde van elkaar mogen verwachten. Ik zeg daar bij dat het mij uitdrukkelijk niet gaat om het ‘dichtregelen’ van de boel of het afpakken van alle ruimte van gemeentes, want die hebben ze nodig. Om maatwerk te kunnen leveren, om voldoende rekening te kunnen houden met alle van belang zijnde omstandigheden. Om de wet te kùnnen uitvoeren. Maar ik vraag wel om handvatten. Om meer handvatten. Ook voor gemeentes, want ik hoor in het land dat daar ook bij hen behoefte aan bestaat. Zulke handvatten bijvoorbeeld zijn wat mij betreft de mogelijkheid die mensen zouden moeten hebben zèlf activiteiten aan te dragen en het werken met een lijstje van werkzaamheden die in principe sowieso geschikt zijn in het kader van de tegenprestatie. Ik zou er overigens serieus over na willen denken daarbij ook de zogenaamde mantelzorg (ook gelet op het grote belang dat we daar als samenleving bij hebben) in beschouwing te nemen.

Ik ga er van uit dat de Staatssecretaris bij de hier aan de orde zijnde materie uiteraard ook nadrukkelijk aandacht heeft voor het vraagstuk van verdringing. Meer helderheid ook met betrekking tot wat op dìt vlak kan en niet kan, wanneer niet sprake is van verdringing en wanneer wel, is erg belangrijk. Ik zou eigenlijk graag zien dat het kabinet, na overleg met bijvoorbeeld sociale partners en gemeentes, z’n visie ontvouwt op wat zo oneerbiedig heet ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’. Het fundament van die arbeidsmarkt. Dat klinkt beter.

Wat mij betreft, komt daarbij ook aan de orde het belang dat uitzendwerk (als toegangsdeur tot de arbeidsmarkt) kan hebben voor mensen in de bijstand. Ik heb de staatssecretaris al eerder gevraagd de bureaucratische barrières die daarbij soms nog in de weg zitten weg te nemen. Graag hoor ik van haar overigens of ze daartoe bereid is. Wellicht kan ze al iets zeggen over de lessen uit een proef die daarmee bijvoorbeeld in Amsterdam loopt en een eerste reactie geven op het eerder deze week uitgebrachte rapport van de ‘taskforce regeldruk’ die eigenlijk om hetzelfde vraagt als ik.

Bij de ons toegezonden stukken zit ook de evaluatie van de ingevoerde vierwekenzoekperiode voor jongeren. Ik wijs de staatssecretaris op het belang de jongeren in kwestie (maar eigenlijk geldt dat voor iedereen die ofwel uiteindelijk geen bijstandsuitkering ontvangt dan wel uitstroomt zonder dat helder is dat dat is in verband met het vinden van een baan) in beeld te houden en vraag haar wat zij doet om daarvoor te zorgen.

Ten slotte: uit een onderzoek van de Inspectiedienst bleek onlangs dat heel veel mensen bovendien niet goed in beeld zijn bij de overdracht van UWV naar gemeente. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is welke actie zij hierin gaat ondernemen, gelet op het grote belang van het wel goed in beeld zijn van betrokkenen. Dat vergroot immers hun kansen op de arbeidsmarkt. En daar is het ten slotte allemaal om begonnen.

Dank u wel.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma