Noodzakelijke hervorming woningmarkt

Noodzakelijke hervorming woningmarkt

Door Jacques Monasch op 7 november 2012 Delen  

De Partij van de Arbeid kiest in het regeerakkoord voor een grondige hervorming van de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek wordt stapsgewijs beperkt, de Donnerpunten worden geschrapt, massale verkoop van sociale huurwoningen blijft uit en er komen meer startersleningen beschikbaar. Zo brengen we de woningmarkt weer op gang en maken we korte metten met lange wachtlijsten voor een huurwoning en dalende huizenprijzen.

Met de hervorming van de koop- en huurmarkt nemen we afscheid van een aantal eenzijdige maatregelen van het vorige kabinet. De huurverhoging van 120 euro per maand in schaarstegebieden (de zogenoemde Donnerpunten) wordt geschrapt. Er gaat ook een streep door de massale verkoop van sociale huurwoningen.

Huizenmarkt
Om de huizenmarkt uit het slop te halen wordt de hypotheekrenteaftrek beperkt. Die aftrek wordt in 28 jaar beperkt tot maximaal 38%. Nieuwe gevallen krijgen alleen nog aftrek gebaseerd op een annuïtaire aflossing. Hierdoor wordt de hypotheekrenteaftrek teruggebracht tot wat het moet zijn: een stimulans voor eigenwoningbezit en niet voor te hoge schulden. Zo beperken we de aftrek voor kopers nu en in de toekomst.

Daarnaast komen er meer startersleningen ter beschikking om de woningmarkt los te trekken. Huurders die willen kopen en starters kunnen daardoor makkelijker hun financiering rondkrijgen. Goed voor de doorstroming op zowel de huur- en koopmarkt.

Veel eigenaren van koopwoningen, zeker de jongere generatie, zijn de afgelopen jaren met forse waardevermindering van hun huis geconfronteerd. Een risico waar huurders gelukkig van zijn gevrijwaard. Veel eigenaren kunnen niet verhuizen omdat hun huis ‘onder water staat’. De PvdA heeft oog voor deze situatie bij met name jongere generatie huiseigenaren. Daarom mag bij verkoop de negatieve restwaarde voor een periode van vijf jaar meegenomen worden in een nieuwe hypotheek.

Huurmarkt
De huren gaan stijgen nadat ze jarenlang niet boven de inflatie zijn uitgekomen. Daar valt niet aan te ontkomen. Maar de sterkere schouders dragen wel zwaardere lasten, want de hoogte van de huur komt meer in verhouding tot de draagkracht van de huurder en de waarde van de woning.

Voor inkomens tussen 34.000 en 43.000 euro geldt dat de huur met 2,5% boven de inflatie mag stijgen. Voor inkomens onder de 34.000 geldt dat deze met 1,5 % boven de inflatie mag stijgen.

De huur wordt in de toekomst gebaseerd op 4,4% van de WOZ-waarde met een duidelijk plafond. Voor alle inkomensgroepen tot 43.000 euro is dat de huidige geïndexeerde liberalisatiegrens van 654,- per maand. Daarboven kan de huur niet stijgen. Voor de lage inkomens geldt dat deze extra huurtoeslag gaan krijgen, daarvoor wordt in totaal een half miljard extra uitgetrokken.

Wij bezuinigen dus niet op de huurtoeslag zoals dat wel in het vorige kabinet het geval was.

De huurstijging voor inkomens boven de 43.000 bedraagt maximaal 6,5% per jaar boven de inflatie. Deze huren mogen wel boven de liberalisatiegrens uitkomen, maar als bovengrens geldt de 4,5% van de WOZ-waarde. Mocht je huis een hogere WOZ-waarde hebben van ruim 177.000 euro, dan kan de huur boven de liberalisatiegrens vallen.

Is je huis twee ton waard, dan ga je uiteindelijk maximaal 750 euro per maand betalen. Er is dus geen sprake van een ongelimiteerde huurstijging als je inkomen boven de 43.000 euro uitkomt. Bovendien zakt de huur weer als je minder dan 43.000 euro gaat verdienen. Dat kan het geval zijn bij bijvoorbeeld mensen die met pensioen gaan, door werkloosheid en bij zzp’ers.

Wij pleiten er verder voor dat huurders die hun eigen huurwoning of een vergelijkbare huurwoning kunnen kopen, daartoe in staat worden gesteld. In veel gevallen zijn corporaties daartoe bereid met gunstige regelingen als Koopgarant en een korting op de verkoopprijs. En, komt je woning vrij, dan blijft de woning onderdeel uitmaken van de sociale huursector.

Huurstijgingen zijn meegenomen in de berekening van de koopkrachtontwikkeling. De totale koopkrachteffecten van alle maatregelen inclusief de huurstijging zijn, gelet op de crisis waar we inzitten en met elkaar moeten zien uit te komen, voor de meeste huurders zeer beperkt. Daar heeft de PvdA zich hard voor gemaakt. Wij denken dat de betaalbaarheid is gewaarborgd door al deze maatregelen.

Door dit beleid ontvangen verhuurders meer huurinkomsten waardoor ze meer kunnen investeren in onderhoud, renovatie, duurzaamheid en nieuwe woningen. Verhuren wordt door al deze maatregelen aantrekkelijker voor corporaties en beleggers zoals de pensioenfondsen. Dat is cruciaal om de wachtlijsten te verkleinen.

Corporaties
Corporaties moeten zuiniger gaan werken. Hun bedrijfslasten zijn vaak veel te hoog. Daarnaast worden de topinkomens van directeur-bestuurders fors en versneld aangepakt. Te grote corporaties worden opgesplitst.

Om ervoor te zorgen dat corporaties ook daadwerkelijk gaan doen wat politiek en maatschappelijk wenselijk is, komen de woningbouwcorporaties onder directe aansturing van de gemeentes. Corporaties komen onder de directe democratische controle van de lokale democratie te vallen. Daarmee krijgen ook huurders veel meer invloed op het woon- en huurbeleid.

Vragen?
Mocht je nog vragen hebben over het woonbeleid zoals afgesproken in het regeerakkoord, mail me gerust. De PvdA blijft openstaan voor suggesties en mogelijke aanpassingen. Jouw inbreng is daarbij van onschatbare waarde.