Nieuwe trots op Nederland

Nieuwe trots op Nederland

Veel mensen zijn het gesomber en negatieve gezeur volkomen zat. Nederland
moet weer op zoek naar een hoopvol, positief verhaal. Eigenlijk moeten we terug
naar het vroegere imago van Nederland in het buitenland: dat van een tolerant,
progressief, gastvrij en nieuwsgierig land.

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’ worden
op pvda.nl regelmatig columns gepubliceerd.

Niet meer dat wegkruipen achter de dijken. Weg met die verkrampte angst voor
het vreemde en onbekende. Nederland moet de wereld weer omhelzen en vice versa.

Maar er zit één adder onder het gras, één beer op de weg: en die adder en die
beer heet Geert Wilders. Die staat een terugkeer naar het oude, vertrouwde
zelfbeeld van Nederland in de weg. Die maakt dat wij in het buitenland licht
beschaamd moeten uitleggen wat er toch met ons land aan de hand is. Die maakt
dat we ons even niet trots op Nederland voelen, zoals dat –o ironie– ook even
gold voor Trots op Nederland van Rita Verdonk en voor alle erfgenamen en
zijtakken van de Fortuyn-beweging.

Ik zie dit verlangen naar herstel van trots op Vooruitstrevend  Nederland in
menig debatzaaltje waar ik de laatste tijd kom. Het is een begrijpelijke reactie
op het naargeestig discussieklimaat in de Nederlandse politiek en media. Daarin
rijst een beeld op alsof Nederland een rampgebied is. Alsof hier alles mis is en
fout gaat. Alsof  ‘de politiek’ er een zooitje van maakt en ‘de buitenlanders’
het land ruïneren.

Wanneer van het belangrijkste politieke debat van het jaar alleen een
‘kopvoddentaks’ blijft hangen, dan hebben we inderdaad het dieptepunt van de
politieke beschaving in Nederland wel zo ongeveer bereikt. Dat veroorzaakt
terecht enorm chagrijn. Het politieke mediabeeld van Nederland is hysterisch
negatief en komt niet overeen met onze dagelijkse ervaringen.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant van het verhaal is dat de
ergernis over het slechte humeur van Nederland uit dreigt te monden in een even
laconieke als riskante terugkeer naar de politieke correctheid van voorheen. In
de debatzaaltjes met veel (inmiddels) D66- en GroenLinks-achtige types is men
het zo beu om ongemakkelijke samenlevingsproblemen te benoemen, dat men van de
weeromstuit weer helemaal in het ‘niets-aan-de-hand-verhaal’ schiet. Sommigen
willen, als bij een computer, de systeemdatum van Nederland weer terugzetten
naar 1999, de tijd van voor Fortuyn, toen alles nog gewoon en gezellig was.

Dat nu zou opnieuw een totale miskenning zijn van de grote vraagstukken waar
onze samenleving in heftige overgang mee wordt geconfronteerd, en waar die
‘populistische’ bewegingen een even verklaarbare als grimmige reactie op vormen.
En niet alleen in Nederland. De globaliseringsangst en het immigratietrauma
waarmee Nederland zo opzichtig worstelt –en waar Wilders als een wilde
rattenvanger van Hamelen bovenop stampt– teisteren ook alle ons omringende
landen. De naoorlogse Europese middenklassensamenlevingen staan, of men dat nu
leuk vindt of niet, onder een gigantische druk van globalisering, massamigratie,
en de veranderde economie en arbeidsmarkt. En dat gaat gepaard met spanning en
sensatie. En met veel sociale wrijving en schuring.

Wie daaraan twijfelt, raad ik aan ‘Afri’ te lezen, een journalistieke
undercover reportage van het leven in een migrantenwijk. Het gaat om
NRC-Handelsblad-journaliste Jutta Chorus in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Wat
een adembenemend  portret van een probleembuurt! Wat een schrijnende
samenlevingstragiek binnen migrantengezinnen en tussen autochtonen en
allochtonen! Wat een kortsluiting tussen bewoners, instanties en bestuur!

Zoveel is duidelijk: de populistische bewegingen zijn het totaal verkeerde
antwoord op een terecht door hen gealarmeerd probleem. Nieuwe trots op Nederland
ontstaat pas als we niet alleen de populistische ressentimentbeweging politiek
bestreden hebben, maar vooral ook de voedingsbodem waarop deze kan floreren.  De
weg terug naar politieke correctheid is een dwaalweg.

Delen: