Neem geen genoegen met leven als afvalrace

Neem geen genoegen met leven als afvalrace

Door Nebahat Albayrak op 17 mei 2010 Delen  

Dinsdag ga ik met de nummers twee van de andere partijen
in
debat in Amsterdam
. De Volkskrant blikt in de editie van maandag vast
vooruit door kandidaten van andere partijen en mij de ruimte te geven zich
uitgebreid voor te stellen. Ik schrijf onder meer dat ik geen samenleving wil
van winnaars en verliezers. Dat is wat me in dat bindend leiderschap van Cohen
aanspreekt. Neem geen genoegen met het leven als afvalrace, staar je niet blind
op de markt, durf als overheid visie te tonen en je toch open te stellen voor de
mening van anderen. Iedereen telt mee. Klik op lees verder om mijn volledige
bijdrage aan het artikel te lezen.

Hieronder de volledige tekst van mij, zoals verschenen in de Volkskrant van
mandag 17 mei:

‘Soms is een slagzin meer dan een slogan. Dan is het een missie. ‘Iedereen
telt mee’ is er zo een. Die fundamentele gelijkwaardigheid van mensen is niet
meer vanzelfsprekend. Onzekerheid is troef. Niet alleen over de hardheid van de
euro, of de betrouwbaarheid van financiële instellingen.

De onzekerheid rond ons politieke systeem liegt er ook niet om. Burgers zijn
steeds negatiever gaan denken over politici en politieke partijen. Slechts 2,5
procent van de bevolking is lid van een politieke partij. Velen voelen de
overheid niet als bondgenoot, maar als de tegenstander. Verschillen tussen
burgers, naar identiteit, inkomen en opleiding worden eerder vergroot dan
overbrugd. Zo ontstaat langzaam maar zeker een politiek klimaat waarbij
onduidelijk is óf iedereen wel meetelt.

Dit is de achtergrond waartegen ik mij opnieuw kandidaat heb gesteld.
Vanzelfsprekend was dat niet. Maar in een klimaat, waarin ‘wij’ tegen ‘zij’
wordt aangewakkerd, waarin wezenlijke waarden onder druk staan (vrijheid van
meningsuiting, godsdienst en onderwijs), waarin de onveiligheid vooral mensen
treft die zich het moeilijkst kunnen verweren, wil ik niet vanaf de zijlijn
toezien. Mijn partij heeft me voor de tweede keer direct na de lijsttrekker
opgesteld. Eén keer achter Wouter Bos, nu achter Job Cohen. Dat vervult me met
trots.

Ik ben opgegroeid op Rotterdam-Zuid (van op Zuid, zeggen we daar). Mijn vader
werkte, tot hij arbeidsongeschikt werd, in de steigerbouw. Mijn moeder in de
vleesverwerkende industrie. Zoals zo veel migranten zagen zij in Nederland de
toekomst voor hun kinderen. Zonder te verloochenen waar we vandaan kwamen, werd
gekozen voor dit land. Nederlands moesten we leren en een beetje school was niet
goed genoeg. Dat goede onderwijs heeft voor mijn broers, zussen en mij de deur
geopend naar een toekomst die mijn ouders niet voor mogelijk hadden gehouden.
Dat gevoel erbij te horen, is in mijn leven cruciaal. Juist als we moeten
bezuinigen, als van iedereen een bijdrage wordt gevraagd, maakt het een enorm
verschil of je rekening houdt met die maatschappelijke ongelijkheid. Als de
toegang tot gezondheidszorg, de kans in een veilige omgeving te wonen, het
uitzicht op een diploma niet eerlijk zijn verdeeld, dan maakt het veel uit hoe
de Kamer is samengesteld, wat voor een kabinet we krijgen. En dus ga ik komende
weken weer monter van zaal tot zaal, deel rozen uit, beantwoord vragen.

Maar achter dat gesprek met de kiezers, dat debat met collega’s, houd ik het
oog op wie je niet ziet, wie je niet hoort. Dat zijn die mensen voor wie
onzekerheid de afkeer van de politiek voedt. Die zich toeschouwer voelen, geen
medespeler. Het zal niet makkelijk zijn, maar juist met hen hoop ik het gesprek
te voeren. Over wat nodig is om iedereen mee te laten tellen. Over de
ongegeneerde keuze van VVD en CDA voor kille bezuinigingen die de opgebouwde
solidariteit verprutsen. De VVD is er open en eerlijk over dat zij gaat voor
rijke individuen in plaats van een rijke samenleving. Het CDA doet hetzelfde,
maar dan stiekem: goed voorbeeld zijn hun plannen voor de studiefinanciering.
Maar ook wil ik praten over de deur die door VVD en CDA meer dan op een kier is
gezet voor regeren met (steun van) de PVV. Waarmee zij niet alleen de sociale
positie, maar ook afkomst bepalend maken voor ieders kansen.

Ik wil geen samenleving van winnaars en verliezers. Dat is wat me in dat
bindend leiderschap van Cohen aanspreekt. Neem geen genoegen met het leven als
afvalrace, staar je niet blind op de markt, durf als overheid visie te tonen en
je toch open te stellen voor de mening van anderen. Iedereen telt mee.

Mijn partij heeft me voor de tweede keer direct na de lijsttrekker opgesteld.
Eén keer achter Wouter Bos, nu achter Job Cohen. Dat vervult me met trots. In
een klimaat waarin ‘wij’ tegen ‘zij’ wordt aangewakkerd, wil ik niet van de
zijlijn toezien. Monter ga ik dus weer van zaal tot zaal en deel ik rozen uit.’

Delen: