Mishandeling gaat over mensen, niet over cijfers

Mishandeling gaat over mensen, niet over cijfers

Door Marith Volp op 15 mei 2014 Delen  

EĆ©n op de tien Nederlanders kwam de laatste vijf jaar in aanraking met huiselijk geweld. Dat betekent in de praktijk dat iedereen wel een slachtoffer zou moeten kennen. Toch is dat niet het geval. Want vaak zijn het kinderen die geen gehoor vinden of ouderen die vanuit hun afhankelijkheid geen kant op kunnen. Kwetsbare mensen die mishandeling niet durven of kunnen melden. Er niet over praten vanwege angst of schaamte. Omdat de drempel om hulp te zoeken te hoog is. Het is daarom goed dat het kabinet meer gaat doen om huiselijk geweld aan te pakken.

Er zijn veel en goede initiatieven om dit probleem te bestrijden, maar er bestaat weinig samenhang tussen. Veel goede bedoelingen, maar net zoveel onduidelijkheid over de resultaten. Dat moet beter. Daar kan de verantwoordelijkheid van gemeenten per 1 januari 2015 wat aan veranderen, maar alleen als kennis over en weer beter wordt gedeeld. Zodat successen navolging krijgen.

Vandaag heeft het kabinet 10 miljoen euro extra toegezegd voor de aanpak van huiselijk geweld. Het geld is bedoeld voor bijvoorbeeld betere begeleiding van kinderen die met hun moeder gebruik maken van vrouwenopvang. Ook wordt meer aandacht gegeven aan ouderenmishandeling en het voorkomen daarvan. Dat is een goede zaak. Maar het fundamentele probleem van gebrekkige bewustwording lossen we er niet mee op.

Dat doen we vooral door het probleem te blijven benoemen. Door ervoor te zorgen dat de eerste signalen dat er iets mis is worden herkend en steeds meer mensen zich realiseren dat huiselijk geweld zich achter de voordeur afspeelt. Misschien wel de voordeur van de buren. Of een collega. Of een leerling uit de klas. Merk ze op, spreek ze aan en help ze op weg. Als meisje van zes ervoer ik aan den lijve dat rond huiselijk geweld nog een taboesfeer hangt. En ik weet: huiselijk geweld houdt niet op. Niet vanzelf. Achter de cijfers gaan echte mensen schuil.

Lees ook mijn interview met dagblad Trouw van 15 mei:

PvdA-Kamerlid: Ik zat als kind in Blijf van m’n Lijf
Kindermishandeling en huiselijk geweld staan vandaag op de agenda van de Kamer. Marith Rebel weet waarover het gaat. Door Wilfried van der Bles.

Zo ben je nog huisarts in Amsterdam, zo zit je plots in de Tweede Kamer. En zo houd je je bezig met een onderwerp dat jouw eigen leven rechtstreeks raakt. Het overkwam het PvdA-Kamerlid Marith Rebel.

In september vorig jaar kwam Rebel in de Tweede Kamer. Vandaag zal ze daar het woord voeren over geweld in huiselijke kring en kindermishandeling. Als meisje van zes jaar kwam ze 35 jaar geleden zelf met haar moeder, broer en zusje in een Blijf van m’n Lijfhuis terecht. Ze zou het hypocriet vinden als ze daarover zou zwijgen. Ze legt uit waarom.

Rebel: “Bij de voorbereiding op het Kamerdebat vroeg ik me af waar we eigenlijk mee bezig zijn. We hebben het over getallen. Eén op de negen mensen, 119.000 kinderen, 200.000 mensen hebben te maken met huiselijk geweld.”

“Dat zijn getallen, maar daar zitten mensen achter. Ik heb in mijn werk als huisarts een aantal van die getallen als patiënt, als mens gezien. Een van de belangrijkste dingen die we ons moeten realiseren, is dat we zonder het te weten allemaal wel mensen kennen, die huiselijk geweld hebben meegemaakt.”

“In de aanloop hiernaartoe dacht ik: je kunt stapels rapporten produceren en behandelingstrajecten ontwikkelen, maar het begin van een oplossing ligt bij het bespreekbaar maken van het probleem, het taboe op het praten over huiselijk geweld doorbreken.”

“Huiselijk geweld is alom aanwezig, maar dat kan alleen worden gezien, als er open over gesproken kan worden. Dan moet ik zelf ook kleur bekennen. Zou ik dat niet doen, dan zou ik dat hypocriet van mezelf vinden.”

Wat heeft u zelf meegemaakt in uw jeugd?
“Een aantal weken geleden was ik op werkbezoek in twee Blijf van m’n Lijfhuizen. Toen realiseerde ik me dat ik daar 35 jaar geleden voor het laatst geweest was als meisje van zes. Het is helemaal niet mijn bedoeling om zielig te doen. Maar ik realiseerde me toen dat ik het er eigenlijk nooit over heb. Ik noem het belang van erover praten, maar ik doe het zelf niet.”

Hoe bent u in die opvang terechtgekomen?
“Er waren huwelijksproblemen en dat escaleerde op een nacht. Een ruzie die volkomen uit de hand liep. De buren hoorden het en hebben de politie gebeld. En zo zijn we daar terechtgekomen. Je bent als kind getuige van geweld en wordt uit een vertrouwde omgeving gehaald. Die ervaring staat als een film opgeslagen op m’n harde schijf. Al is het niet zo dat ik er nu nog dagelijks last van heb. Maar het zal zeker invloed hebben gehad.”

Hoe lang was u in dat opvanghuis?
“Twee nachten. Daarna zijn we tijdelijk bij vrienden gaan wonen. Ik heb in die periode mijn vader niet gezien, omdat dat te ingewikkeld was, maar die relatie is redelijk snel hersteld. En is goed.”

Uw ouders weten dat uw verhaal in Trouw komt?
“Ja. Ze weten dat ik dit op enig moment wilde gaan vertellen. Juist omdat ons verhaal het belang van het erover praten kan benadrukken. Dan kun je zelf niet zwijgen, omdat dan getallen een gezicht krijgen.”

Het is toch goed dat vergeleken met dertig jaar geleden er veel meer bekend is over huiselijk geweld en dat er behandelingen worden ontwikkeld?
“Jawel, maar het is niet zo dat daardoor de aantallen significant lager worden. Die aantallen krijg je alleen naar beneden als je het probleem bespreekbaar maakt. Dat is een verantwoordelijkheid van ons allen. Niet alleen van de politiek.”

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma