Meneer van Dam

Meneer van Dam

‘Meneer Van Dam…’
‘Zeg maar Frits, hoor, we zijn toch bijna collega’s’
‘Okay, Frits, we zijn ontzettend blij dat we jou wellicht kunnen strikken als
onze nieuwe directeur.’
‘Nou, Hans, ik ben zelf ook erg blij dat de sollicitatiecommissie me zag zitten,
hoor! Ik ben behoorlijk doorgezaagd.’
‘Jahaa, dat ken ik wel van ze, haha, vooral die van de buitendienst kunnen nogal
direct uit de hoek komen. Maar goed, wij zitten hier nu bij elkaar om het eens
te worden over je salaris. We weten waar je vandaan komt, wat je bij je vorige
baan voor elkaar gekregen hebt en natuurlijk: wat een waardevol netwerk je
meeneemt. En jij weet dat de beloning bij ons onder een vergrootglas ligt. Daar
hebben we het in de eerste gesprekken ook al over gehad.’

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’ worden
op pvda.nl regelmatig columns gepubliceerd.

‘En toen heb ik steeds gezegd dat ik we daar uit komen. En dat denk ik ook
nog steeds.’
‘Goed. Ik neem dan aan dat je een voorstel hebt.’
‘Ik wilde eigenlijk eerst eens even kijken wat jullie in gedachten hadden.’

‘Hmm, tja. Kijk, je moet weten, bij ons is er in elk geval ook een vorm van
prestatiebeloning, en het pensioen is natuurlijk uitstekend geregeld – ook niet
onbelangrijk in deze crisistijd.’
‘Dat weet ik. Wat hadden jullie in gedachten?’
‘Wij dachten aan een salaris van 378.000 euro.’
‘Hmmmm.’
‘Natuurlijk komt daar nog het een en ander bij. Die prestatiebeloning, die
vooral betrekking heeft op het halen van de bezuinigingsdoelstellingen.’
‘Aha.’
‘En de representatievergoeding is prima – we willen niet dat jij onze partners
op een houtje moet laten bijten als je met ze gaat lunchen natuurlijk, haha, dat
doet de relatie geen goed.’
 ‘Inderdaad. Hm. Ik dacht eigenlijk meer aan een salaris van 145.000 euro.’

‘Ah, ja, ik kan me voorstellen, je vorige functie, je bent natuurlijk zo het een
en ander gewend… Pardon? Wat zei je, Frits?’
‘Ik zei dat ik graag een salaris zou willen van 145.000 euro en ik zie ook af
van die prestatiebeloning.’
 ‘Maar Frits, dat is toch belachelijk?!’
‘Ha, dat is frappant, dat zei mijn moeder ook laatst. Zij en mijn vader – ik had
je toch verteld dat hij altijd leraar is geweest op een middelbare school? –
hadden samen zo tegen hun pensioen een jaarinkomen van ongeveer 70.000 euro. En
ze leefden er uitstekend van. Maar goed, tijden veranderen, huizen worden
duurder, en ik zie ook wel in dat ik mezelf echt voor gek zet als ik met zo’n
salariseis hier zou zitten. Dus dan maar het dubbele van mijn ouders plus een
beetje meer.’
‘Maar Frits. 145.000 euro. Dat kun je niet menen. Dan verdien je minder dan ik!’

‘Kijk, Hans, en dat is dus waarom ik denk dat ik die bezuinigingsdoelstellingen
hier zo binnenfiets.’
 ‘Hmpf. Eeh. Tja. Maar Frits, kwaliteit moet toch gewoon beloond worden?’
‘Inderdaad! Dat is precies waar ik het ook met de sollicitatiecommissie over heb
gehad! Ik dacht daarom om te beginnen dat we de salarissen van de buitendienst
maar eens onder de loep moeten nemen.’
‘Frits?’
‘Ja Hans?’
‘Je meent dit, hè?’
‘….?’
‘Je bent echt serieus hierover.’
‘… Haha, Hans, man, je was er bijna ingetuind! Nee man, natuurlijk ga ik niet
akkoord met die 378.000 euro. Ik heb toch ook mijn vaste lasten? Weet je wel hoe
laag ik dan in de pikorde sta als ik met die directeuren van onze Amerikaanse
vestiging vergader? En wat mijn oude studievrienden verdienen? Ik ga me toch
niet onsterfelijk belachelijk maken door akkoord te gaan met nog geen vier ton,
laat staan een miezerige 145.000? Man, dan verdien ik nog minder dan mijn
vrouw!’
‘Eh, oh, hahaha, nou je liet me even schrikken hoor, Frits. Jemig. Wat had ik
tegen onze aandeelhouders moeten zeggen? Dat we een of andere dork hadden
aangenomen die maar anderhalve ton waard is?’
‘Hahaha.;
‘Haha.’

Delen: