Goede zorg: meer samenwerking en meer zeggenschap voor patiënt

Goede zorg: meer samenwerking en meer zeggenschap voor patiënt

Door Lea Bouwmeester op 25 juni 2015 Delen  

Om te beslissen wat de beste behandeling, is samenwerking tussen een patiënt en arts nodig. Dat betekent begrijpelijke informatie verstrekken en ook tijd en ruimte om hier een gesprek over te voeren. Dit verhoogt de kwaliteit aantoonbaar. Vreemd genoeg wordt deze werkwijze niet beloond, maar mede door de huidige wijze van bekostiging tegen gewerkt. Dat moet dus beter.  Daarom heb ik de minister gevraagd om op basis van goede voorbeelden in de praktijk, een plan te maken dat participatie van patiënten tot norm maakt.

Vroeger was het motto ‘de dokter weet wat goed voor u is’. Dit resulteerde snel in eenrichtingsverkeer van arts naar patiënt. Gelukkig weten we nu uit ervaring en onderzoek dat kwaliteit van zorg echt beter wordt wanneer een patiënt betrokken wordt bij zijn zorg en behandeling. Het draagt ook bij aan de emancipatie van de patiënt. Meer zeggenschap en minder afhankelijkheid van wat de dokter zegt. Dat betekent dus dat er rekening gehouden moet worden met de behoefte van een persoon, zijn gezondheidsvaardigheden en mogelijkheden. Geen uitzicht op kwaliteit, zonder inzicht in de gevoelens en wensen van mensen die zelf zorg nodig hebben.

Wanneer is er sprake van goede kwaliteit van zorg en is de zorg passend? Om erachter te komen wat bij een patiënt past is ruimte nodig voor een goed gesprek. Waar gehoord wordt wat iemands wensen zijn. Maar een patiënt heeft ook informatie nodig over de mogelijke behandeling en de voor- en nadelen daarvan. En dan geen ouderwetse folder, maar informatie die herhaalbaar en deelbaar is en bij deze tijd past. Een youtube-filmpje met uitleg kan voor mensen veel effectiever zijn dan een boekwerk aan papier of een hele lange bijsluiter. Dit kan ertoe leiden dat iemand niet voor behandeling A kiest, maar juist behandeling B, omdat iemand daardoor bijvoorbeeld nog zijn geliefde instrument kan blijven bespelen. Dat kan het effect zijn van informeren en gezamenlijk besluiten.

Voor het goed informeren en gezamenlijk besluiten zijn genoeg mogelijkheden. Zo zijn er voorbeelden van artsen die de patiënt passende informatie meegeven om op het gemak, in de eigen omgeving, terug te kijken of lezen. Na het bestuderen van alle informatie en gesprekken hierover met het thuisfront, is de keuze voor een volgende stap in een zorgtraject soms een hele andere dan wanneer dit niet was gebeurd. De patiënt kan dan in een tweede gesprek met de arts tot de conclusie komen dat bijvoorbeeld een bepaalde behandeling toch niet de beste optie is.

Probleem is echter dat onder andere zorgverzekeraars zo’n gesprek niet ‘inkopen’. Een behandeling wel. Vreemd, want het is toch de kwaliteit die centraal moet komen te staan? En zo’n gesprek draagt juist bij aan betere zorg. De zorgverzekeraar bepaalt op deze manier hoe de arts werkt. Onwenselijk, als je het mij vraagt. Daarom heb ik de minister gevraagd om samen met de patiënten en artsen een concreet plan met meetbare doelen te maken dat de participatie van patiënten bevordert. De ‘beren op de weg’ moeten weg, de patiënt moet geholpen worden voorop te lopen. De zorg draait immers om hem. Hetzelfde geldt overigens voor mensen die in een instelling verblijven of wonen. Ook voor hen geldt dat er ruimte en gelegenheid moet zijn om de persoonlijke wensen en behoeften te bespreken en de zorg en verzorging hierop in te richten. Zo maken we de zorg weer van mensen. Want zowel de patiënt als de arts en andere zorgverleners zijn dan tevreden. Na de zomer komt het ‘patiënten participatieplan’. Dan zal ik samen met u controleren of de zeggenschap daadwerkelijk wordt vergroot.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma