Meer of minder Europa?

Meer of minder Europa?

Door Michiel Servaes op 21 juni 2013 Delen  

Het kabinet heeft op een rij gezet wat volgens Nederland beter aan de Europese lidstaten kan worden overgelaten, een lijst van zo’n 50 actiepunten. Dat klinkt op het eerste gezicht alsof er heel wat staat de veranderen in onze relatie met Europa, maar betere bestudering geeft een genuanceerder beeld.

Toen de Britse premier David Cameron begin dit jaar een toespraak hield over Europa, reageerden sommige politici in Nederland enthousiast. Cameron kondigde aan een andere relatie met de Europese Unie na te streven en bepaalde bevoegdheden te willen ‘repatriëren’ naar het nationale niveau. Zo nodig zouden de Britten daarbij eenzijdige uitzonderingsposities of opt-outs moeten krijgen, bijvoorbeeld op het terrein van goede arbeidsomstandigheden.

Camerons speech raakte een gevoelige snaar omdat ook de Nederlandse regering in het coalitieakkoord had afgesproken te inventariseren ‘welke beleidsterreinen kunnen worden overgedragen aan nationale overheden’. De PvdA-fractie steunde dit idee om met de stofkam door de verzamelde regelgeving van zo’n zestig jaar Europese samenwerking te gaan. We stelden wel twee voorwaarden: de inventarisatie moest zorgvuldig gebeuren (geen overhaaste lijstjes) en maatschappelijke organisaties moesten betrokken worden.

Vandaag presenteerde het kabinet het resultaat van de ‘stofkamoperatie’, een lijst van zo’n 50 actiepunten. Dat klinkt op het eerste gezicht alsof er heel wat staat de veranderen in onze relatie met Europa, maar betere bestudering geeft een genuanceerder beeld. Bij herziening van bestaande regels gaat het veelal om de wens voor meer flexibiliteit voor lidstaten. Bovendien heeft ruim tweederde van de actiepunten betrekking op lopende onderhandelingen, recente voorstellen of mogelijke nieuwe initiatieven. Daarmee wordt eigenlijk bevestigd dat Nederland altijd al scherp toetst aan het principe van subsidiariteit: we regelen iets nationaal, tenzij er goede redenen zijn om het Europees te doen.

Het kabinet heeft een gedegen aanzet gegeven voor een debat in de Kamer. Wij zullen als fractie de actiepunten goed bestuderen en een eigen afweging maken, bijvoorbeeld op thema’s als milieu of de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Ik hoop dat andere partijen hetzelfde doen en hun positie onderbouwen met concrete voorstellen, niet met clichés over ‘Brusselse bemoeizucht’. Wat sowieso goed is, is dat het kabinet afstand neemt van Cameron’s suggestie voor eenzijdige opt-outs (‘geen begaanbare en ook geen wenselijke weg’).

Tot slot: hoe nuttig en boeiend de discussie over een onsje meer of minder Europese regels ook is, het is op dit moment niet de hoofdzaak. Europa zit in een economische crisis en de werkloosheid loopt op. We moeten nu dus doen wat nu nodig is. Alleen door samen te werken kunnen we de financiële sector opschonen, belastingontwijking aanpakken, oplossingen zoeken voor energie- en klimaatvraagstukken en invloed uitoefenen op het wereldtoneel. We staan voor enorme uitdagingen en wat mij betreft gaat het de komende tijd vooral daarover.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma