Maidenspeech

Maidenspeech

Door Wouter van Zandbrink op 15 december 2014 Delen  

De discussie over melkveehouderij en een verantwoorde groei hiervan is een brede discussie en een discussie met veel partijen. De leden van de PvdA fractie willen graag meewerken aan het mogelijk maken van een groei van deze perspectiefvolle sector, mits dit gericht is op de lange termijn en werk oplevert voor velen. Dit zei ik in mijn maidenspeech als lid van de Eerste Kamer.

 Lees hier mijn maidenspeech (pdf) >

MvV, De wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij is voor mij niet zomaar een wet.
Ik ben opgegroeid op het melkveehouderijbedrijf van mijn ouders. De mogelijke invoering van een melkquotering heeft in die tijd veel discussie gegeven aan de keukentafel thuis.
Het is voor mij dan heel bijzonder 30 – 35 jaar later te debatteren over de gevolgen van de beëindiging van de quotering, weliswaar aan een andere tafel, die van de senaat.
In die 30 – 35 jaar is er veel veranderd. Niet alleen in de melkveehouderij zelf, maar in de omgeving ervan. Dat is terug te zien in de inhoud en de opbouw van het wetsvoorstel dat thans voorligt.

Maar eerst terug naar begin jaren 80. De superheffing was een schok voor de melkveehouderij. Inmiddels kunnen we vaststellen dat deze regel effectief is gebleken. Er zijn geen boterbergen en melkplassen meer. Er zijn wel veel boterhammen verdiend in de melkveehouderij. Er staat nog steeds een stevige sector. Vandaag de dag groeit de zuivelexport stevig. Uit de Ex Ante beleidsevaluatie van het wetsvoorstel blijkt dat komende jaren een groei verwacht mag worden 9% koeien. Het totaal aantal koeien is dan overigens nog ver onder het aantal van vóór de superheffing.

MvV de leden van de PvdA fractie willen graag meewerken aan het mogelijk maken van een groei van een perspectiefvolle sector. Zeker ook vanwege het effect op de werkgelegenheid.
Overigens wordt dit aspect in de voorliggende stukken nauwelijks benoemd. Dat is dan ook mijn eerste vraag aan de Staatssecretaris. Wat zijn de effecten van de groei op de werkgelegenheid in Nederland? zowel in de primaire sector als verderop in de keten.

Meer werkgelegenheid MvV kunnen we – zeker in het huidig tijdsgewricht – alleen maar toejuichen. Maar deze dient wel gebaseerd te zijn op een duurzame groei. Niet slechts gericht op de korte termijn winst, en niet slechts op winst voor enkelen. Wel een duurzame groei die gericht op de lange termijn en werk oplevert voor velen.
De uitgangspunten van duurzaamheid zoals die zijn uitgewerkt in `Our Common Future ‘ o.l.v. Brundtland uit 1987 zijn daarbij nog steeds inspirerend: Niet alleen profit, ook planet en people.

Juist op het punt van Milieu en Maatschappij is er in afgelopen decennia veel veranderd voor de veehouderij.
– In mijn jeugd was dierlijke mest een betekenisvolle grondstof voor de landbouw. Dat is weliswaar nog het geval, maar door de ontwikkeling van de grondloze veehouderij van varkens en kippen, is mest er nu in overvloed. Het is daarmee ook een afvalstof. Overmatige gebruik veroorzaakt negatieve effecten zowel op de bodemvruchtbaarheid als op kwaliteit van ons water.
– Ook tussen de veehouderij en maatschappij is veel veranderd. Nieuwvestiging van grondloze veebedrijven stuiten nogal eens op weerstand van de buren. De provincie Brabant heeft betrokkenheid van burgers en buren opgenomen bij de vergunningvoorwaarden voor een veehouderijbedrijf.
Maatschappelijke betrokkenheid bij de melkveehouderij leidt ook tot waardering van melk van weidend melkvee.
De melkveehouderij anno 2014 kan niet voorbij gaan aan deze veranderingen.
MdV , de PvdA fractie vindt dat groei van de melkveehouderij duurzaam moet zijn.
We vragen de staatssecretaris of het kabinet de uitgangspunten van duurzaamheid van Brundtland deelt? En wat dit betekent dat voor de Nederlandse melkveehouderij?

De fractie van de PvdA ziet deze uitgangspunten van duurzaamheid terug in het centrale doel van de grondgebondenheid. Die wil het kabinet behouden en versterken. Hiermee wordt niet alleen schoon water wordt nagestreefd op grond van de Nitraatrichtlijn. Het gaat ook over ammoniakreductie, reductie broeikasgassen en energie-efficiëncy. Grondgebondenheid draagt bij aan een verbetering van diergezondheid, dierwelzijn, landschap en ondersteunt de gewenste vergroting van de weidegang. We vragen de staatssecretaris – nogmaals – helder te maken wat het kabinet nastreeft – direct of indirect- met het behoud en versterken van de grondgebondenheid, zoals dat in de toelichting bij het wetsvoorstel is opgenomen.

Het effectueren van deze doelstelling bij de grondgebondenheid is niet alleen een zaak van de overheid. Daarmee kom ik op het volgende punt: De rol van maatschappelijke actoren en de rol van de overheid.

De overheid heeft afgelopen 30 jaar een krachtige en effectieve rol gehad met het vaststellen milieuwetten. Dat heeft ons veel gebracht: schoon drinkwater, schoon zwemwater, schonere lucht en bodem, mooie natuur, veilig en goed wonen en daarmee ook een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Milieuwetgeving heeft daarmee bijgedragen aan onze welvaart en ons welzijn.

Door de ontwikkelingen in de samenleving wordt van de overheid een andere rol gevraagd. De hiërarchische, verzuilde samenleving – met een politiek die maatschappelijke consensus organiseerde- ontwikkelt zich naar een meer dynamische en complexe netwerksamenleving. Hiërarchische sturing heeft deels plaats gemaakt voor een horizontale en open vorm van sturing. Burgers en bedrijven willen meer zelf kunnen meebepalen wat wel en wat niet kan. Sterker: Zij zijn bereid daarvoor veel kennis en energie in te zetten.

Zo’n samenleving vraagt andere regelgeving, namelijk regelgeving die ruimte laat aan de dynamiek in de samenleving. Ruimte die wel helder is begrensd vanuit de collectieve verantwoordelijkheid voor de lange termijn. Heldere grenzen van de ruimte die samen met de collectieve doelen dé piketpalen vormen en door de overheid worden geborgd.

In de huidige samenleving zien we dat actieve betrokkenheid van bedrijven en burgers het verschil maakt. Dit is duidelijk ook te zien bij ingrijpende zaken als het plaatsen van windmolens en het ontpolderen.
Ook in het voorliggende wetsvoorstel is dat aan de orde. De wet omvat enkele piketpalen en is slechts een van de bouwstenen in een totaal pakket. Dat pakket bestaat naast de wet uit convenanten, prijspremie en leveringsvoorwaarden die buiten de wet om zijn afgesproken door andere partijen dan de overheid. De sector en de maatschappelijke organisaties hebben hun kennis, creativiteit en energie ingezet op slimme en passende afspraken te maken gericht op een duurzame groei van de Melkveehouderij. Zo zijn er afspraken vastgelegd in een voer- en een weideconvenant. Daarmee ontvangt de stalboer per liter melk minder van de melkfabriek dan de boer die zijn koeien weidt. Ook wordt de intensieve boer door de melkfabriek verplicht een z.g. kringloopwijzer bij te houden. De PvdA fractie kan dan ook alleen maar zeggen: Chapeau voor deze sector en voor de maatschappelijke organisaties die hun verantwoordelijkheid nemen.

Dan komen we bij het wetsvoorstel, zelf. De centrale doelstelling “ behoud en versterken van de grondgebondenheid’ komt terug in de hoofdregel , `meer koeien is meer grond, zonder mestoverschot’. Deze hoofdregel is vastgelegd in artikel 21 lid 2 b en c. Hiermee worden voorwaarden geschapen voor een duurzame groei.
De leden van de PvdA fractie ondersteunen deze dan ook.

In lid 2d. wordt grondloze groei mogelijk gemaakt. Daarmee wordt weliswaar invulling gegeven aan de Nitraatrichtlijn, maar dit lid 2d is niet in overeenstemming met het doel van de grondgebondenheid. Het wordt dan ook beperkt met lid 5 waarin een AMvB wordt aangekondigd met voorwaarden voor de grondgebondenheid. Hiermee is het wetsvoorstel weer consistent.

Uit de LEI studie bij de brief van de Staatssecretaris van 3 oktober 2014 blijkt dat lid 5 en zonder de AMvB boeren vanuit de individueel belang zullen kiezen voor een grondloze ontwikkeling met mestverwerking op hun bedrijf en dus niet voor een grondgebonden ontwikkeling. Een typisch voorbeeld van Tragedy of the commons: Het nastreven van maximalisatie van het eigen nut ondergraaft het lange termijn collectieve doel.
Ook de sectororganisaties steunen dit niet. Zij stellen over artikel lid 2d en ik citeer “ Volledig grondloze groei leidt tot extremen die het imago van de sector beschadigen”.

Over lid 5 heeft de PvdA nog een vraag. Lid 5 komt voort uit amendement nr 60 bij de Tweede Kamerbehandeling op 12/13 november j.l. . In de toelichting dat met het amendement wordt beoogd aan de grondloze groei middels mestverwerking volgens lid 2d – en ik citeer – `in ieder geval daaraan beperking te stellen.”
Ik concludeer daaruit dat zolang er geen AmvB is, er ook geen mogelijkheid is om gebruik te maken van lid 2d, de grondloze groei. Kan de staatssecretaris dat bevestigen?

Tot slot nog een aspect bij de uitvoering: Het is voor de melkveehouder erg relevant welke grond in dit wetsvoorstel meetelt. Onze vraag aan de Staatssecretaris is: Welke voorwaarden stelt het wetsvoorstel bij het opstellen van grondgebruiksverklaringen? En is het kabinet voornemens dat uit te werken in bijv. een AMvB?
Dan de derogatie en het fosfaatplafond MdV. Het wetsvoorstel is noodzakelijk om de z.g. derogatie op de Nitraatrichtlijn veilig te stellen: Het wetsvoorstel zelf kent echter geen juridische borging van het fosfaatplafond zoals dat is vastgelegd in de beschikking bij de Nitraatrichtlijn van 16 mei 2014 j.l.. Het kabinet stelt dat de melkveehouderij zichzelf een fosfaatplafond heeft opgelegd. En in antwoord op eerdere vragen van de PvdA fractie stelt de Staatssecretaris dat dit plafond nergens juridisch is verankerd.
De PvdA fractie vraagt waarom dat niet juridisch is verankerd? En is dat niet nodig om overschrijding te voorkomen? En is dat niet nodig om wettelijk ingrijpen bij overschrijding te rechtvaardigen?

Het voorkomen van de overschrijding van het fosfaatplafond is afhankelijk het z.g. voerspoor. Dat gaat over niet wettelijke maatregelen. In beantwoording van de vragen van de fractie van de SP fractie meldt de Staatssecretaris dat de fosfaatproductie in 2013 hoger is dan in 2012. Komt dat door het achterblijven van het voerspoor?
De PvdA fractie vindt dat bewaking op het volmelken van het fosfaatplafond essentieel is voor boer en milieu.
Hoe volgt het kabinet de effectiviteit van de voermaatregelen? Welke maatregelen worden door het kabinet getroffen wanneer de voermaatregelen onverhoopt onvoldoende effectief zijn en een overschrijding dreigt? Wat is de stok achter de deur? Worden deze overheidsmaatregelen pro actief ingezet? Wordt een `hand aan de kraan aanpak’ voorgestaan zodat bijtijds kan bijgestuurd om daarmee schade aan economie en milieu te voorkomen? Wat is de betekenis van de op te stellen AMvB hierbij? Wat betekent een overschrijding voor de derogatie voor bedrijven zoals die jaarlijks door RVO wordt afgegeven? Wat zijn de financiële gevolgen voor de overheid wanneer het fosfaatplafond wordt overschreden?

De behandeling van dit wetsvoorstel is een goede gelegenheid enkele ongerijmdheden van de Nitraatrichtlijn aan de orde te stellen: De richtlijn bevordert namelijk het gebruik van stikstof uit kunstmest boven dat uit dierlijke mest. Dat is niet volgens de principes van de circulaire economie.
Bovendien gaat de productie van kunstmest gepaard met een forse CO2 productie. Kortom hier schuurt de ene milieudoelstelling over de andere.
Daarnaast veroorzaakt de systematiek van het 4 jaarlijkse actieprogramma terugkerende onzekerheid. Beide zaken komen het draagvlak van Europa en Europese regelgeving niet ten goede.
Is het kabinet bereid zich in te spannen deze ongerijmdheden aan de orde te stellen in Brussel?

Tot slot MdV In de brief van de Staatssecretaris van 11 december jl. wordt melding gedaan een voorziening voor mogelijke knelgevallen als gevolg van de invoering van deze wet.
De PvdA fractie ziet compensatie als iets dat aan de orde is wanneer bestaande rechten worden aangetast en iemand daardoor speciaal en abnormaal of onevenredig wordt getroffen in vergelijking met overigens vergelijkbare anderen.
Ziet de staatssecretaris dat ook zo?
Moet begrepen worden dat een voorziening wordt aangekondigd voor ondernemers die al hebben geïnvesteerd op basis van de eerdere voorstellen van de wet?Hebben de ondernemers dan zelf het risico genomen van voor hen ongunstige maatregelen. Waarom is dergelijk anticiperend gedrag geen ondernemersrisico? Welke betekenis heeft het honoreren hiervan voor de ruimte voor wijzigingen in het parlementaire traject van wetgeving?

Ter afronding: In mijn inleiding had ik het over de discussie over het melkquotum aan de keukentafel bij ons thuis eind jaren 70, begin jaren 80.. De discussie over de melkveehouderij anno 2014 is een brede discussie en een discussie met veel meer partijen. Naast economische zijn ook ecologische en sociale aspecten relevant. Dit wetsvoorstel omvat belangrijke kaders voor een duurzame ontwikkeling van deze perspectiefvolle sector. Veel waardering is er voor de sector en de maatschappelijke organisaties voor hun inzet.
Op onderdelen van de wet en de uitvoering hebben de leden van de PvdA-fractie vragen.
MdV We kijken uit naar de reactie van de Staatssecretaris.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma