Maidenspeech als Tweede-Kamerlid

Maidenspeech als Tweede-Kamerlid

Door Ronald Plasterk op 1 juli 2010 Delen  

‘Voorzitter, het is mij een eer hier dit debat te mogen doen, niet zoals bij eerdere gelegenheden vanuit de beschutting van Vak K, maar zelf als lid van het hoogste orgaan van de democratie, de volksvertegenwoordiging, als vertegenwoordiger van het volk. Hoger kan een mens niet komen. Na drie jaar lid te zijn geweest van de Sociaal Economische zeshoek van het kabinet, en daar mee vorm te hebben gegeven aan het financiële en economische beleid, mag ik nu namens mijn fractie woordvoerder financiën zijn, en daarmee zijn we full circle, want toen ik meer dan 25 jaar geleden in de Leidse gemeenteraad mijn eerste schreden op het politieke pad zette was mijn portefeuille ook financiën.’

Klik hier voor deze speech in PDF-formaat.

‘Voorzitter, de Voorjaarsnota is normaal gesproken een moment waarop de Kamer de lopende begroting bekijkt en probeert wat politieke zaken te doen. Om twee redenen is dit een speciale situatie.

Allereerst verkeert de wereldeconomie in de ernstigste crisis sinds de jaren dertig. Elk land zoekt de balans tussen enerzijds investeren in de toekomst en het voorkomen van vraaguitval, en anderzijds het op orde brengen van de overheidsfinanciën, omdat we niet eindeloos op de pof kunnen leven. Nederlands is daarbij extra kwetsbaar, door de grote omvang van onze financiële sector. Als in Nederland gevestigde banken in problemen komen, dan zou de schade mede op Nederland drukken. Wij hebben er daarom, nog meer dan andere Europese landen, belang bij om onze overheidsfinanciën zodanig op orde te brengen dat het vertrouwen van de financiële markten in Nederland rotsvast is. Dat is de belangrijkste reden voor urgentie, en niet – benadruk ik hier maar even – dat hier Griekse toestanden zouden dreigen, want een enkele blik op de getallen in de voorjaarsnota laat zien dat we noch wat betreft ons tekort noch wat betreft onze schuld ook maar in de verste verte in de buurt komen, Nederland staat er goed op vergeleken met de buurlanden. Men hoort wel eens verwijzen naar de drastische ingrepen die andere landen zouden doen, Berlijn en Madrid, Duitsland bezuinigt 80 miljard ombuigt, daar weet men pas van aanpakken! Dat is in die zin misleidend dat Duitsland niet structureel 80 miljard bezuinigt, maar opgeteld over de komende vier jaar; de structurele bezuiniging in Duitsland is 27 miljard. Daarbij zij bedacht dat het nationaal inkomen van Duitsland ongeveer vijfmaal dat van Nederland is. Dus gerelateerd aan het nationaal inkomen is de Duitse bezuiniging bescheiden, graag hoor ik van de minister of dat juist is. Deelt hij mijn conclusie dat vergeleken met Duitsland een Nederlandse netto ombuiging van 10 mld groter is dan wat men daar doet?

Laat ik niettemin het gevoel van grote urgentie hier nog eens benadrukken. De PvdA voelt zich verantwoordelijk voor de toekomst van ons land. Wij zijn een linkse, sommige zeggen liever progressieve, partij. Maar links heeft niets te maken met roekeloos, onbezorgd, of onverantwoordelijk. Van het tientje van Lieftinck, via de zuinige Drees, de 1%-norm van Duisenberg, de “Tussenbalans” van Wim Kok (een ombuigingsoperatie van 17 miljard), tot Wouter Bos, wiens gestrengheid ik als minister op een spending department aan den lijve heb mogen ondervinden: de PvdA is zuinig, past -juist omdat wij zeer hechten aan de rol van de overheid- zeer goed op de overheidsfinanciën, wil niet lenen van toekomstige generaties. Wij zijn daarom ook bereid zonder taboes of heilige huisjes de boel op orde te brengen, en hebben ook voor de verkiezingen, met alle electorale risico’s van dien, dat aan de kiezer duidelijk gemaakt, denk aan de AOW, de hypotheekrenteaftrek of het leenstelsel voor de studiefinanciering. Wij zijn, ook bij het onderhandelen over regeringsdeelname, bereid over alles te praten. Altijd, maar dat spreekt voor zich, met twee randvoorwaarden: duurzaamheid, en sociale rechtvaardigheid. De PvdA wil hervormingen die nodig zijn om de overheidsfinanciën houdbaar te maken, en het vertrouwen in de Nederlandse economie te bewerkstelligen. Dat willen wij, niet als concessie aan andere politieke partijen, maar omdat wij ons als geen ander verantwoordelijk voelen voor de toekomst van ons land.

Een tweede reden dat dit geen normale voorjaarsnota is, is dat elders op deze vierkante kilometer men bezig met het formeren van een kabinet. Dezelfde woordvoerders die vandaag hier bijeen zijn zullen hun fracties terzijde staan bij het denken, over de grootste knelpunten die op dit moment in de politiek spelen, grotendeels punten met financiële implicaties. Dus we houden allemaal ons kruit enigszins droog.

Voorzitter, tegen deze achtergrond toch een paar opmerkingen en vragen over de voorjaarsnota.

De voorjaarsnota die voorligt staat met name in het teken van weer eens een grote overschrijding op het departement van VWS, en ingrepen om die gaten te dichten. Er is een tegenvaller van bijna 1,4 mld. Allereerst: de eindeloze reeks overschrijdingen op de zorgkosten baart ons grote zorgen. De Voorjaarsnota geeft geen helder antwoord op de vraag waarom dit niet voorzien is. Het departement kan niet ramen, of is niet in staat de kosten te beheersen, of allebei. Dat heeft ook te maken met het hybride systeem. Verwachten we nog van het ministerie dat het de uitgaven beheerst, of moeten de verzekeraars dat doen? Dit is niet de plaats om diep in te gaan op de beheersinstrumenten in de zorg, dat dient de minister van VWS met de betrokken fractiespecialisten te bespreken, maar wat de regering ons nu voorlegt komt er op neer dat de bijstandsmoeder voortaan moet gaan betalen voor de pil, omdat Klink de inkomens van de specialisten niet in de hand kon houden. Een bittere pil. Een van de grote uitdagingen voor een nieuwe regering zal zijn om een systeem te creëren dat de zorgkosten werkelijk beheerst. Anders dreigt de zorg dezelfde weg te gaan als de WAO in de jaren tachtig, een open einde regeling waar steeds meer mensen zonder perspectief geparkeerd worden, slecht voor die mensen en financieel onverantwoord.

Een kleinere tegenvaller zit bij landbouw: ik lees in de Voorjaarsnota dat de LNV begroting daarom met 36 miljoen wordt verhoogd. Waarom dient de minister deze tegenvaller in declaraties voor Europese fondsen niet op de eigen begroting op de vangen zoals ieder ander? Op andere hoofdstukken worden veel grotere tegenvallers wel door het departement zelf opgevangen.

Dan heb ik een vraag over Defensie. Daar zijn grote budgettaire problemen, die begin dit jaar in de Kamer nog door de demissionaire Minister van Defensie werden ontkend, maar nu wordt, blijkens de Defensiekrant van 24 juni, van alles opeens gedaan: reserveonderdelen later bestellen, vlieguren beperken, en dit alles zonder dat de Kamer daarover is geïnformeerd. Graag een reactie van de Minister van Financiën of dit de juiste volgorde is. En overigens: een wel door de Kamer genomen besluit, de gewenste stopzetting van de investering in het 1e JSF toestel voert de minister niet uit, met als argument zijn demissionaire status. Is dat niet de wereld op zijn kop?

Een opmerking over sociale zaken: De afgelopen jaren hebben 75 onafhankelijke arbeidsadviseurs meer dan 160.000 klanten geadviseerd over de weg naar werk. Cliënten hebben behoefte aan onafhankelijk advies. Wij hechten hier zeer aan. We zullen hier zo nodig later bij de behandeling van SZW op terugkomen.

Tot slot twee grotere onderwerpen. Voorzitter, een dekking voor het gat in de zorg is het bevriezen van de salarissen van onder meer de leraren en politieagenten. Er was net begonnen met een Actieplan Leerkracht, om het beroep van leraar weer aantrekkelijker te maken ten opzichte van de markt, en dat effect doe je deels teniet als je de lonen in de markt laat stijgen met 1,25% en het gat in de begroting dicht door de leraar op nul te zetten. Voorzitter: ik vind dat te gemakkelijk. De redenering, toegelicht in de schriftelijke beantwoording: het kabinet verwachtte door de referentiesystematiek een nullijn in de markt en dus ook overheid. De loonontwikkeling in de markt komt nog uit op 1,25%. En daarom draagt het kabinet bij aan solidariteit met de marktsector. “Het inhouden van de loonbijstelling 2010 vloeit voort uit het streven een nominale nullijn te realiseren”. Maar wie is er dan solidair met wie? Nog maar twee maanden geleden, 22 april 2010, heeft de Kamer de motie Azough aangenomen, met als dictum het referentiemodel voor het onderwijs onverkort toe te passen. De regering legt die motie nu naast zich neer. Ik heb allereerst een vraag: is de Minister het met me eens dat het niet onder controle houden van de salarissen van medisch specialisten dan feitelijk betaald wordt door de leraren en politieagenten? Vindt de minister dat acceptabel? Mijn fractie vindt van niet. Ik wil de Kamer daarom voorstellen deze maatregel terug te draaien. Voor de leraren kan dat doordat de benodigde 225 miljoen wordt gedekt uit de lijst van 1,4 miljard subsidies van de OCW begroting; dus dat is geld dat buiten de directe financiering van het onderwijs wordt toegekend. Ik zal daar een motie over indienen.

Voor wat betreft de politieagenten wil ik de minister vragen of het juist is dat het hier om een bedrag gaat van 35 miljoen. Dat moet oplosbaar zijn.

Een laatste punt is het spaarloon. U kent de regeling: belastingvrij sparen, en na vier jaar mag je het geld pas uitgeven. Nu we de economie moeten stimuleren zonder de rijksbegroting onder druk te zetten, wil ik dat de Minister het spaarloon eenmalig vrijgeeft, dus mensen het recht geeft hun spaarloon nu op te nemen. Daarmee activeer je 4 miljard spaargeld, zonder dat dat drukt op de begroting. Ik zal een motie indienen met die strekking.

Voorzitter, ik sluit af. Onze fractie heeft waardering voor het streven van de regering om de skeletten uit de kast te halen, tot het laatste botje, en is afgezien van de enkele punten die ik heb genoemd akkoord met de voorstellen. De echt grote besluiten hebben natuurlijk niet betrekking op de lopende begroting 2010, waar deze voorjaarsnota over gaat, maar op de jaren en decennia die volgen, en om die reden hoop ik dat er snel een goed kabinet komt dat van aanpakken weet, en ons land stuurt naar een dynamische, en duurzame toekomst, waarin alle Nederlanders meedoen en lusten en lasten eerlijk delen.
Dankuwel.’

Delen: