Maidenspeech Désirée Bonis

Maidenspeech Désirée Bonis

Door Désirée Bonis op 29 december 2012 Delen  

Waar je ook geboren bent, iedereen verdient de kans om iets te maken van zijn of haar leven: dat is voor mij de kern van de sociaaldemocratie. Het is tijd dat in het Nederlands buitenlands beleid de bevordering van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat weer centraal komt te staan. Niet alleen als doel op zichzelf, maar ook als middel om veiligheid en welvaart te vergroten, hier en elders op de wereld. In mijn maidenspeech in de Tweede Kamer, uitgesproken op 18 december 2012, illustreer ik dat aan de hand van mijn eigen ervaringen in Azië, het Midden-Oosten en Afrika.

Mevrouw de voorzitter,
Vandaag debatteren we over de buitenlandkoers van het nieuwe kabinet. Daarbij is het voor mij een grote eer om hier te mogen spreken in deze tempel van de democratie. In de afgelopen 26 jaar heb ik vaak meegewerkt aan de totstandkoming van de Memorie van Toelichting bij de begroting van Buitenlandse Zaken. Bijvoorbeeld vanuit de toenmalige Directie Internationale Organisaties, waar ik me met de VN bezighield, terwijl zekere collega Frans Timmermans pal aan de overkant van de gang zich bekommerde om de OVSE. Het kan verkeren..

Voorzitter,
Ik ben geboren onder de rook van de Hoogovens in Velsen. Als jong meisje klom ik, als ik ’s nachts niet slapen kon, in de dakkapel om naar de vele duizenden lichtjes van de industrie-gigant te kijken. Miljoenen tonnen staal die de wereld inrolden om in schepen, kabels, bruggen of torenflats te worden verwerkt. Het wekte in mij een diep verlangen om die wereld te ontdekken. En die kans heb ik gelukkig ook volop gekregen.

Voorzitter,
Vijf jaar geleden werd de Koninklijke Hoogovens, of Corus Steel zoals het bedrijf inmiddels heette, opgekocht door de Tata Group, een Indiaas conglomeraat. India is één van de nieuw-opkomende economieën. Ik heb het voorrecht gehad er enkele jaren te mogen werken en leven en daar veel van geleerd. Bijvoorbeeld in de hete, drukke en stoffige straten van New Delhi, als grote kinderogen je aankijken en bedelen om een muntje. Een meisje met prachtige krullen en een prachtige lach en ongetwijfeld prachtige dromen. Een meisje met nul kansen ook op gezondheidszorg of onderwijs of een baan of een eigen huis.

Voorzitter,
Steeds als ik zo’n meisje tegenkom, waar ook ter wereld, besef ik: ik had dat meisje kunnen zijn. En het zijn er geen duizenden, het zijn er miljoenen. Het heeft mij geleerd dat vooruitgang niet alleen gaat over economische groei van een land, maar vooral ook over sociale ontwikkeling van de mensen die er wonen. De Indiase econoom Amartya Sen definieerde menselijke ontwikkeling als het bieden van een zo groot mogelijk aantal keuzemogelijkheden aan een zo groot mogelijk aantal mensen. Het mooie van deze definitie is wat mij betreft het verband dat erin wordt gelegd tussen de ontplooiïng van het individu en die van de maatschappij als geheel. Dat is voor mij de kern van de sociaal-democratie: ik kreeg de kans om iets te maken van mijn leven, en ik vind dat anderen die kans ook moeten kunnen krijgen.

Voorzitter,
Dat brengt mij op het debat van vandaag over het Nederlands buitenlands beleid. Er is sprake van schuivende machtsverhoudingen in de wereld en Europa worstelt niet alleen met zichzelf, maar ook met haar plek in die nieuwe wereldorde. Voor het kleine Nederland met zijn grote exportgerichte economie is het cruciaal dat wij ons in de wereld blijven manifesteren via de EU: samen zijn we sterk. Met het regeerakkoord heeft dit kabinet in elk geval duidelijk gemaakt dat Nederland weer bereid is over de dijken heen te kijken. Dat is een zeer positieve ontwikkeling. Het zet Nederland weer ferm in de internationale traditie die zo kenmerkend is voor ons land. Wat de PvdA betreft wordt de bevordering van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat daarbij weer teruggeplaatst in het hart van het buitenlands beleid. Wij zien dit als een belangrijk doel op zichzelf, maar ook als middel om veiligheid en welvaart te vergroten, hier en elders op de wereld. Voorzitter, sta mij toe om dit toe te lichten aan de hand van twee regio’s waarin ik vele jaren van mijn professionele leven heb doorgebracht: de Arabische wereld en Afrika.

Voorzitter,
In de Arabische regio – de directe nabuur van Europa – heeft zich de laatste jaren een ware storm voor gedaan. Mijn hart huilt, als ik de verscheurdheid zie van het Syrische volk en het geweld waarmee de strijd gestreden wordt. Een strijd die elke dag opnieuw onnoemelijk veel menselijk leed teweeg brengt. De PvdA prijst de regering voor de ruimhartige humanitaire steun die geboden wordt via de VN en NGOs. Ook de recente erkenning van de Nationale Coalitie voor de Syrische Revolutionaire – en Oppositiekrachten als de wettelijke vertegenwoordiger van het Syrische volk juichen wij toe. Gedurende mijn drie jarig verblijf in Damascus heb ik de leiders van deze Coalitie stuk voor stuk leren kennen als dappere mensenrechten-activisten en integere burgers, die soms meermaals jarenlang gevangen hebben gezeten onder het regime van Assad. Wij zijn benieuwd hoe de Minister de samenwerking met deze regering-in-wording verder voor zich ziet. Op welke vormen van steun zal de Coalitie mogen gaan rekenen? Voorzitter, ook kom ik graag terug op een uitstaand verzoek van mijn kant, namelijk dat Nederland als concrete handreiking een aantal gestrande Syrische studenten in staat te stelt hun studie in Nederland af te maken. Dit zou kunnen door openstelling van een Syrië-loket binnen het Libertas Noodfonds. Eerder leek de Minister genegen dit verzoek in te willigen; ziet hij hiertoe inderdaad mogelijkheden?

Voorzitter,
Sta mij toe de sprong naar Afrika te maken: lang het vergeten continent, maar in de 21e eeuw in het centrum van de belangstelling van landen als China, India, Brazilië en Turkije. Zij zien er grondstoffen, landbouwgrond, investeringsprojecten en nieuwe afzetmarkten. Want het gaat goed in grote delen van Afrika: er is sprake van een opkomende middenklasse, van jonge professionals in snel groeiende steden, met toenemende koopkracht. Ook in Afrika heb ik vier jaar gewoond en ik verzeker u voorzitter, wat wij vandaag de dag zien in steden als Nairobi, Johannesburg of Lagos is niet meer te vergelijken met het Afrika van twintig jaar geleden. Er heerst daar een nieuwe dynamiek. Sommige van de eerder genoemde landen hebben dan ook in twee jaar tijd het aantal ambassades in Afrika verdubbeld. En waar Europa er in eerdere eeuwen als de kippen bij was, dreigen we nu de hekkensluiter te worden. Anderen zien en grijpen nieuwe kansen, en wij dreigen het nakijken te hebben.

Voorzitter,
Ook in Nederland gaan hier en daar geluiden op om dwars tegen de trend in te gaan en posten te sluiten in Afrika. Sommigen zeggen: we pikken wel de krenten uit de pap. Maar zo werkt dat niet in de buitenlandse betrekkingen, voorzitter. Het is in de diplomatieke relaties niet anders dan in welke relatie dan ook. Het gaat om een open en geïnteresseerde houding, om oprecht gevoeld engagement, en om de wil om in de relatie te investeren, ook op langere termijn. Dus naast investeren in de economische groei ook investeren in de sociale ontwikkeling van Afrika, en in de bevordering van de rechtsstaat in de landen daar. Wederom: wat de PvdA betreft is dat een doel op zichzelf, uit solidariteit met de mensen die het slechter hebben getroffen dan wijzelf – ik denk aan de kansen van zo’n meisje waar ik eerder over sprak. Maar ook als middel, want zonder stabiliteit en rechtszekerheid is het slecht zakendoen, waar ook ter wereld.

Voorzitter,
Dat brengt mij op het laatste onderwerp van mijn betoog. Het postennetwerk van Buitenlandse Zaken is nog steeds het belangrijkste instrument voor de behartiging van Nederlands belangen in den vreemde. Dat levert ons land heel veel op, van concrete bemiddeling bij handelsgeschillen tot politiek invloedrijke contacten en consulaire bijstand aan landgenoten die in problemen zijn geraakt. Bij toenemende internationale verwevenheid èn afhankelijkheid zal de vraag van overheid, bedrijven en burgers naar goede en snelle dienstverlening van onze ambassades en consulaten alleen maar toenemen. Gezien de enorme bezuinigingsopgave waarvoor Buitenlandse Zaken zich gesteld ziet, zal dat met steeds minder diplomaten moeten. Dat is een uitdaging van jewelste. Voorzitter, de PvdA wil de Minister daarom vragen om het komende jaar met een visie op de inrichting van het postennet te komen en die te delen met de Kamer, alvorens onomkeerbare maatregelen te nemen.

Een post is snel gesloten. Een post in betere tijden weer opbouwen kost heel veel tijd, geld en moeite. De wereld verandert snel, in de Arabische regio, in Afrika, en elders. Nu Nederland eindelijk zijn nek weer uitsteekt, over de dijken heen, zijn die posten onze ogen en oren in den vreemde. Ook de PvdA beseft dat er zal moeten worden gesneden in eigen vlees, maar laat dat dan met verstand en beleid gebeuren, zodat het lichaam van Buitenlandse Zaken niet doodbloedt.

Dat brengt mij aan het einde van mijn eerste termijn, Voorzitter. Ik zie uit naar een goede samenwerking met uzelf, met de collega’s in de Kamer en met het kabinet.

Delen: