Leraar verdient betere bijscholing

Leraar verdient betere bijscholing

Door Loes Ypma op 28 november 2013 Delen  

Op mijn verzoek gaat minister Jet Bussemaker een lerarenpanel over bijscholing organiseren. Hierbij kunnen docenten bijvoorbeeld aangeven wat ze nodig hebben om nog beter in hun vak te worden. Wat de PvdA betreft zou zo’n panel een vanzelfsprekendheid moeten zijn: alleen in samenspraak met de experts, dus voor, door, én met leraren, kunnen we goed vaststellen wat er verbeterd moet worden aan de lerarenopleidingen en bijscholing van docenten.

Ik begrijp wel dat leraren van alle beroepsgroepen in ons land het meest tevreden zijn over hun baan. Leraar is een prachtig beroep. Je daagt de talenten van jonge mensen uit en dat is meestal een dankbare taak. Toen ik net van de lerarenopleiding maatschappijleer kwam, vond ik lesgeven dan ook heerlijk. Maar het was een steun in de rug dat er goede begeleiding was. Blijkbaar had ik mazzel, want op dit moment valt 40 procent van de leraren binnen vijf jaar uit. Dat is te veel. Ik ben ervan overtuigd dat betere begeleiding het grote verloop kan stoppen.

Wij willen niet alleen het maximale halen uit ieder kind, maar ook uit elke leerkracht. Niet alleen goede lerarenopleidingen, maar ook bijscholing is daarvoor essentieel, want eenmaal voor de klas moeten leraren zich blijven ontwikkelen. De onderwijsraad stelt echter vast dat bijscholing ‘vrijblijvend’ is en docenten niet op de hoogte zijn van hun eigen ‘verbeterpunten’. Dat is zonde. Want als je niet weet waar je zwaktes liggen kun je jezelf ook niet verbeteren.

Dat wil niet zeggen dat dit overal geldt. De leraren die ik spreek willen bijvoorbeeld leren om beter om te kunnen gaan met verschil in de klas. Zodat ze kinderen die wat lastiger meekomen kunnen helpen om het beste uit zichzelf te halen. Maar ook om de kinderen die zich vervelen in de klas meer uitdaging te bieden. Dat is geen gemakkelijke opgave. Niet voor niets spreken we over ‘complexe vaardigheden’ als we het hebben over het aanspreken van ieder kind op zijn of haar niveau en de lesstof die daarbij hoort.

Geen kind, geen klas en geen docent is hetzelfde. Daarom is het wenselijk dat er niet alleen passend onderwijs is, maar ook passende bijscholing. Het liefst willen wij iedere docent een persoonlijk scholingsbudget geven, zodat een leraar zelf bepaalt wat hij qua bijscholing doet en niet met de hele school op een bulkcursus hoeft die helemaal niet aansluit bij zijn kennis en behoefte.

Daarom gaan wij graag in gesprek met de mannen en vrouwen voor de klas. In de Tweede Kamer hebben we het vaak over wat leraren allemaal moeten kunnen: ouders betrekken, mishandeling signaleren, pesten aanpakken. Onderwerpen die op mijn lerarenopleiding niet of nauwelijks aan bod kwamen. Er verandert veel en wij moeten niet vanuit Den Haag bepalen wat er in het onderwijs mee gebeurt.

Er moet aandacht zijn voor vragen als: waarin schiet de pabo en/of de lerarenopleiding tekort? Waarop waren jonge docenten niet voorbereid toen zij voor de klas kwamen? En wat vinden leraren ervan dat ze moeten bijleren als ze al een tijdje voor de klas staan? Op dat soort vragen zou ik graag een antwoord horen. Een antwoord van de leraren zelf.

De minister zegde in reactie op mijn vragen toe dat ze hier met een lerarenpanel over gaat spreken. Dat is goed nieuws en ik hoop dat dit bijdraagt aan goede lerarenopleidingen en bijscholingsprogramma’s.