Terug naar de onderhandelingstafel

Terug naar de onderhandelingstafel

Door Thijs Berman op 21 december 2011 Delen  

Linksom of rechtsom, we hebben de Britten nodig en zij ons. De leiders moeten
met de Britten verder onderhandelen, in plaats van stoer door te gaan zonder
Groot-Brittannië. Opnieuw aan tafel dus. En ophouden met die belachelijke
oorlogsretoriek. Deze peperdure en asociale ruzie moet worden bijgelegd. Dat
schrijf ik in een opiniestuk in de Volkskrant.

Hieronder het volledige stuk, zoals verschenen in de Volkskrant van 21
december.

De Europese top van regeringsleiders van 9 december moest een oplossing
bieden voor de eurocrisis. In plaats daarvan barstte de EU en werd het isolement
van Groot-Brittannië niet voorkomen. David Cameron en Nicolas Sarkozy hebben er
om zeer verschillende politieke redenen op aangekoerst. We zijn nu verder weg
van een oplossing dan voor de vorige top, terwijl we toen ook al afdreven naar
de rand van wat nog weloverwogen beleid mag heten. Het voorstel om nu met 26
lidstaten verder te gaan, houdt enerzijds de druk op de ketel van de
begrotingsdiscipline die er centraal in staat. Niet aan dit nieuwe verdrag
meedoen zou nog meer chaos kunnen scheppen. Het maakt anderzijds de constructie
ook complexer en dus instabiel.

Het blijft bovendien een zwaktebod, want het leidt af van het echte probleem
dat er nog altijd geen gezamenlijk plan ligt om uit de crisis te komen. Geen
plannen om de groei te stimuleren en om werkloosheid tegen te gaan, geen aanpak
van de financiële sector. Alleen over rechts bezuinigen zijn de regeringsleiders
het min of meer eens. De top was een afgetekende mislukking die is gemaskeerd
met een verdragje. De enige conclusie moet zijn: snel terug naar de
onderhandelingstafel. Met Groot-Brittannië, want dat land is te belangrijk in de
EU om achteloos te zien afdrijven.

Na iedere top veren de markten even op om daarna weer in hun neerwaartse
spiraal verder te gaan. Het heeft alleen geen enkele zin om ons af te vragen hoe
we ‘de markten’ weer vertrouwen kunnen geven. De vraag is eerder hoe we Europese
burgers vertrouwen kunnen geven in hun toekomst, om te beginnen met het
vertrouwen dat niet de financiers, maar wijzelf besluiten wat er in onze
democratieën en in de EU gebeurt. De financiële markten overtuig je alleen maar
door gezamenlijk achter het europroject te staan en speculeren op neergang en
uiteenvallen zinloos te maken. We moeten zelfvertrouwen uitstralen en werken aan
een solide en geloofwaardig plan, gebaseerd op de erkenning van onze
lotsverbondenheid.

Dat kon vorig jaar al door Griekenland veel eerder bij te staan met een
noodplan. Maar de Grieken moesten maanden wachten want wij waren ‘gekke Henkie’
niet. Nu wordt Griekenland kapotbezuinigd, moeten Spanje en Italië astronomische
rentes betalen, is Frankrijk op weg de hoogste kredietstatus te verliezen en
begeeft Nederland zich in een recessie. Aangevoerd door rechts en bang Europa
zijn we de gekke Henkie van de wereldeconomie geworden.

Van bankencrisis naar begrotingscrisis naar bestuurscrisis. Politici denken
wel vaker dat ze er zijn om problemen te vervangen door nieuwe problemen. De
jongste top was een hoogstandje in die vaardigheid. Dat verdragje is, zo blijkt
uit de eerste ontwerptekst, nauwelijks meer dan een herhaling van de nieuwe
begrotingsregels die door het Europese Parlement zijn goedgekeurd en deze maand
al in werking zijn getreden (het zogenoemde ‘sixpack’). Alleen kan Frankrijk
zich nog steeds niet neerleggen bij een eurocommissaris die de nationale
begrotingen controleert. Het verdragje van de 26 is dan ook niet meer dan een
compromis tussen Frankrijk, dat de Europese Commissie zoveel mogelijk wil
kortwieken, en Duitsland, dat strenge begrotingsdiscipline wil opleggen in de
wetgeving van elke lidstaat.

Maar dat nieuwe verdrag moet volgens het ontwerp passen bij het Verdrag van
Lissabon. Een juridische janboel, want de Europese Commissie krijgt hier opeens
een heel onduidelijke rol. Dat brengt het levensgrote risico met zich mee dat de
zwaargewichten Frankrijk en Duitsland nog meer de baas worden dan ze al zijn, en
dat is niet in het belang van kleinere lidstaten zoals Nederland. Premier Rutte
moet zich daarom niet passief opstellen. Hij moet keihard blijven opkomen voor
een sterkere rol voor de Europese Commissie, ook in dit nieuwe verdrag.

Dramatischer nog is dat deze top opnieuw niets heeft gedaan om de financiële
sector Europees te reguleren. Banken staan er belabberd voor. Er is geen
financiële dam (firewall) gebouwd tegen catastrofes. Spanje bloedt financieel
leeg omdat beleggers wegrennen naar Noord-Europa of naar andere continenten. Dat
kan pas stoppen als ofwel de ECB meer armslag krijgt, ofwel als euro-obligaties
worden ingevoerd waar al twee jaar terecht voor wordt gepleit – en dat vraagt om
een verdragswijziging die er maar steeds niet komt.

Het wantrouwen in de financiële sector slaat nu over naar de hele economie.
Nederland krijgt er volgend jaar 90 duizend werklozen bij. In plaats van
crisismaatregelen te treffen en zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden,
kiest dit rechtse Europa voor extra bezuinigen. Dat kan anders, als de Europese
leiders eindelijk weer eens gebruik durven te maken van hun gezamenlijke kracht
in plaats van eindeloos verdeeldheid uit te stralen.

Linksom of rechtsom, we hebben de Britten nodig en zij ons. De leiders moeten
met de Britten verder onderhandelen, in plaats van stoer door te gaan zonder
Groot-Brittannië. Opnieuw aan tafel dus. En ophouden met die belachelijke
oorlogsretoriek. Deze peperdure en asociale ruzie moet worden bijgelegd.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma