Kromme komkommers houden Brussel op het rechte pad

Kromme komkommers houden Brussel op het rechte pad

De teleurstellende verkiezingsuitslag van 4 juni heeft ook positieve kanten.
Doordat de Eurocritici eindelijk ruim baan hebben gekregen van de kiezer, wordt
Europa in democratisch opzicht weer een stukje volwassener en neemt de
legitimiteit van de Europese instellingen toe. En dat doet een kritische
pro-Europeaan zoals ik goed.

Mijn opdracht bij het schrijven van deze column was dat het over alles mocht
gaan, behalve over de PvdA. Ik ga het dus over komkommers hebben.

In Brussel begon de komkommertijd dit jaar heel toepasselijk met een bericht
over, jawel, komkommers. Sinds 1 juli jl. mogen komkommers, bananen, wortels en
andere gewassen binnen de Europese Unie weer in alle vormen, kleuren en maten
worden verkocht. Lange tijd was dat verboden. De Europese Commissie had ooit
bedacht dat afwijkende maten niet handig zijn omdat transporteurs, groenteboeren
en consumenten dan niet weten hoeveel komkommers of bananen er in een
groentekist zitten. Kromme komkommers nemen immers meer ruimte in beslag dan
rechte. Bovendien is het voor de consument lastiger een prijsvergelijking te
maken tussen producten die uiterlijk niet op elkaar lijken. Hij of zij moet dan
appels met peren vergelijken – bij wijze van spreken dan. Door vaste afmetingen
te verordonneren hoopte de Commissie de grensoverschrijdende handel in groente
en fruit een steuntje in de rug te geven. Misvormd groente en fruit werd
rücksichtlos naar de gft-bak verwezen; rechte exemplaren mochten door naar de
winkelschappen.

Voor de redenering van de Commissie viel uit efficiency-oogpunt best wat te
zeggen. Maar aan burgers was het natuurlijk niet uit te leggen. Jarenlang stond
het verbod op kromme komkommers en bananen symbool voor de overdreven bemoei- en
regelzucht van Brussel. (Noot aan de kritische Brusselse lezer die zich ergert
aan alweer een onzinverhaal over Europa: ik weet wel dat kromme bananen en
komkommers strikt genomen niet verboden waren. Maar daar kwam het natuurlijk wel
op neer, en daar gaat het om.) Maar onder het bewind van José Manuel Barroso, de
no-nonsense voorzitter van de Europese Commissie waarvan de herbenoeming nu
wordt tegengehouden door het Europees Parlement, maakte Brussel de afgelopen
vijf jaar eindelijk werk van het afschaffen van overbodige Europese regelgeving.
‘Kromme komkommers vanaf 1 juli terug in winkelrekken’, meldden de media gretig.

Voor de Europese verkiezingen kwam het komkommernieuws te laat. Op 4 juni jl. 
bleef bijna tweederde van de Nederlandse kiezers thuis. Daarbij speelde het
groeiende verzet tegen de vermeende Europese regelzucht ongetwijfeld een
belangrijke rol, hoewel de komkommerrichtlijn gek genoeg niet wordt genoemd in
het rapport van de commissie-Dijksma waarin de PvdA-meganederlaag wordt
geanalyseerd. Van de kiezers die wel hun stem uitbrachten koos eenderde voor
partijen die minder of helemaal geen Europa willen: de SP, de PVV en klein
rechts. De uitslag in andere landen levert een vergelijkbaar beeld op. Een
lagere opkomst, en bredere steun voor partijen die de EU een kopje kleiner
willen maken, al dan niet letterlijk.

In heel Europa werd met afgrijzen op de uitslag gereageerd. Niet nog meer van
die extremisten en anti-Europeanen erbij! Vooral de Britten wisten niet hoe ze
het hadden. In het Verenigd Koninkrijk werd niet alleen de UK Independence Party
de tweede partij van het land maar werden ook nog eens voor het eerst twee
vertegenwoordigers van extreem-rechts op landelijk niveau verkozen. De
ultradomme British National Party (BNP) is nu met twee leden in het
Europarlement vertegenwoordigd. De reactie van de Britse regering – die alle
nieuwe Britse europarlementariërs uitnodigde voor een borrel met de
staatssecretaris voor Europese zaken, behalve die van de BNP, deed overigens een
beetje denken aan hoe Nederland in de jaren tachtig en negentig met uiterst
rechts omging: negeren in de hoop dat daarmee het probleem verdwijnt. Werkt
niet! En bovendien ondemocratisch. Pak liever de armoede en werkloosheid in de
Britse binnensteden aan.

Maar het paradoxale van deze Europese uitslag is dat juist door de verkiezing
van een lading vervelende en soms racistische anti-Europeanen (maar ook veel
gezonde eurosceptici, zoals de Nederbelg Derk-Jan Eppink) het lastiger wordt
voor ‘Brussel’ om wetten aan te nemen die nergens op slaan. In het halfrond van
het Europees Parlement wordt vanaf nu net zo heftig van mening verschild over de
toekomst van Europa als in de gemiddelde huiskamer. Mijn stellige verwachting is
dan ook dat de Brusselse regelgeving hierdoor steeds beter gaat beantwoorden aan
de dagelijkse behoeften van burgers. Daarmee neemt de geloofwaardigheid van de
Europese instellingen toe, en die van rabiaat anti-Europeanen af. Met andere
woorden: doordat de Eurocritici eindelijk ruim baan hebben gekregen van de
kiezer, wordt Europa in democratisch opzicht weer een stukje volwassener en
neemt de legitimiteit van de Europese instellingen toe. En dat doet een
kritische pro-Europeaan zoals ik goed.

Een beetje krom misschien, maar zo krijgen we Europa via de omweg van het
populisme toch nog op het rechte pad.

Delen: