Klimaatdiscussie: de deur moet open

Klimaatdiscussie: de deur moet open

Door Diederik Samsom op 29 januari 2010 Delen  

In het debat over de fouten in het rapport van het klimaatpanel gaf ik aan dat politici, onder wie ikzelf, te makkelijk hebben gezegd dat de wetenschap geen andere keuze biedt dan nu onmiddellijk ingrijpen. We hebben de anderen het huis uitgezet. De heer de Mos (PVV) en zijn geestverwanten hebben dat huis van de wetenschap wel heel enthousiast verlaten, zich verschanst in de ‘blogosfeer’ en zich iets te makkelijk beperkt tot het ontkennen van die wetenschap. En terwijl wij krampachtig de deur dichthouden, staan zij nu de ramen in te gooien. De les moet zijn dat de heer de Mos de stenen neerlegt en dat ik de deur opendoe. Dan leert niet alleen de IPCC haar lesje uit deze gebeurtenis, maar ook wij. Lees hieronder mijn volledige bijdrage aan het debat.

Voorzitter, er is iets grondig misgegaan: bij het internationaal klimaatpanel. Er staan forse fouten in hun rapport. Het grondige correctieproces waar men juist zo prat op gaat heeft gefaald. Dat is in de woorden van de Minister ‘verontrustend’. Meer dan verontrustend, want schandalig, wordt het als blijkt dat de schrijver van de gewraakte Himalaya passage inderdaad politieke motieven had voor het aandikken van de tekst. Kan de Minister toezeggen dat ze ook die laatste aantijging tot op de bodem laat uitzoeken en ons daarover snel bericht?

De Minister geeft in haar brief aan dat ze zal aandringen op aanscherping van de procedures binnen de IPCC. Mijn fractie denkt dat dat niet voldoende is. Wij realiseren ons dat deze Kamer niet met deze Minister debatteert over het lot van de baas van de IPCC, wij noch Minister zijn werkgever. Maar deelt de Minister onze opvatting dat voor herstel van vertrouwen méér nodig is dan herziening van procedures en zo ja, welke mogelijke extra maatregelen heeft zij daarvoor in gedachten?

Tot slot zou ik de Minister willen vragen om het PBL op de kortst mogelijke termijn een nieuwe versie van haar reguliere overzicht van de stand van de klimaatkennis te laten maken, met daarin ook een beoordeling van de wetenschappelijke implicaties van deze fouten.

Voorzitter, hebben wij daarmee alles besproken? Nee. We moeten het namelijk het ook over onszelf hebben. Over de politiek. Over de manier waarop de politiek aan de haal is gegaan met de wetenschap, over hoe ze de wetenschappers in haar respectievelijke kampen heeft getrokken en zo zélf de neutraliteit van de wetenschap, waar we nu om roepen, heeft ondermijnd.

Hoe gaat dat in een wetenschappelijke discipline waar de politiek wél vanaf blijft? Een onderzoeker stelt dat twee oranje fruitvliegjes, een oranje nakomeling opleveren. Totdat er een collega met een afwijkend resultaat aankomt: ze produceren groene nakomelingen. De twee bekijken het werk van de ander, testen hun eigen resultaten nog eens, gaan met elkaar in overleg, denken erover na en de theorie van dominante en recessieve genen is geboren. De schoonheid van wetenschappelijke vooruitgang.

Maar in de klimaatwetenschap is die schoonheid een illusie. Toen de Nederlander Damsté onlangs  publiceerde over een nieuwe theorie voor de sneeuwafname op de Kilimanjaro, kopte Elsevier onmiddellijk: Nederlander ontkracht klimaatbewijs Al Gore. Damsté liet me in een email weten te betreuren dat het bericht volledig uit zijn verband gerukt was. Er was geen sprake van ontkrachting, er was juist een waardevolle bijdrage geleverd aan het begrijpen van het complexe proces van afkalving van de sneeuwkap. Maar voor die nuance is in het klimaatdebat geen ruimte meer. In plaats dat het werk van Damsté leidt tot overdenking en wetenschappelijke vooruitgang, wordt de studie onmiddellijk aan stukken gescheurd in de oververhitte arena van het maatschappelijke klimaatdebat, niet in de laatste plaats door politici. Het misbruik dat daarbij van wetenschap wordt gemaakt verkrampt, politiseert en perverteert diezelfde wetenschap. En dus moeten wij niet alleen maar verontwaardigd huilen als die wetenschap hapert. Dan moeten wij ook de hand in eigen boezem steken.

Wetenschap moet neutraal zijn. Ze moet een huis zijn waar íedereen terecht kan. Wij moeten politieke opvattingen, hoe verschillend ook, kunnen baseren op dezelfde wetenschappelijke kennis. De politieke discussie moet gaan over de keuzes die op basis van die kennis gemaakt worden. Niet ontaarden in de Hoeksche en Kabeljausche twist over de vraag of die kennis waar of onwaar is.

En daar is dus ook iets misgegaan. In de politiek. In beide kampen. Het ene kamp, mijn kamp, heeft iets te makkelijk gesteld dat wetenschap geen ruimte laat voor andere keuzes dan nú ingrijpen, we hebben de anderen het huis uitgezet. En de heer de Mos en zijn geestverwanten hebben dat huis van de wetenschap wel heel enthousiast verlaten, zich verschanst in de blogosfeer en zich iets te makkelijk beperkt tot het ontkennen van die wetenschap. En terwijl wij krampachtig de deur dichthouden, staan zij nu de ramen in te gooien.

Voorzitter, volgens mij moet de les vandaag ook zijn dat de heer de Mos de stenen neerlegt en dat ik de deur opendoe. Dan leert niet alleen de IPCC haar lesje uit deze gebeurtenis, maar ook wij.