Kamerlid zoekt boer #10

Kamerlid zoekt boer #10

Door Sjoera Dikkers op 14 juni 2013 Delen  

Er is veel te doen over de intensieve veehouderij. Ik was laatst al eens een keertje gaan kijken op het bedrijf in Dalfsen waar ze varkens in lichte serrestallen gehuisvest zijn, vandaag (19 april) ben ik op bezoek bij een regulier en een ‘gesloten’ bedrijf van de familie De Graaf in Nijkerk.

Gesloten betekent hier dat de biggen op het bedrijf zelf geboren worden en dat er dus niet extra met de dieren hoeft te worden gesleept. We spreken over het gebruik van antibiotica, over de grote van de hokken en over de prijs van het vlees.

De boer heeft hart voor zijn varkens, dat blijkt uit alles en is mooi om te zien. Hij leidt me door de stallen te beginnen bij de drachtige zeugen, door naar de biggen en dan naar het laatste deel. De zeugen staan in de groepshuisvesting, dat is sinds kort verplicht. De stal is donker met veel beton, maar dat schijnt op zich de dieren niet te deren. Voor ‘een stadse’ als ik toont het wat schraal. Het aanblik van de dartelende biggetjes ontroert me een beetje. Ze zien er leuk uit en ik moet dan even slikken wanneer je bedenkt ze enkel als doel hebben snel te groeien om daarna op te worden gegeten.

Ik wil er niet te sentimenteel over doen, eet zelf ook vlees, maar als je zo de stallen doorloopt moet ik daar wel veel aan denken. De boer heeft het over smalle marges en hoge voerkosten. Je ziet dat in deze sector alleen die boeren die aan schaalvergroting doen, of de boeren met een zogenoemd niche-product, goed verdienen.

Ik vraag aan elke veehouder altijd hoe hij zijn dieren eigenlijk zouden willen houden als er geen restricties zouden zijn. Deze boer is klip en klaar; hij heeft gezonde biggen, levert goede varkens af voor de slacht en is tevreden over de wijze waarop hij ze houdt. Meer ruimte of scharrelen; daar ziet hij het nut niet zo van in. De huid van de roze varkens is zo teer dat ze verbranden als ze buiten in de zon zouden lopen.

Meer afleiding voor de varkens ziet hij nog wel komen. En als ik door de laatste stal loop, waar de grote dieren staan die bijna groot genoeg zijn voor de slacht zie ik wel wat hij bedoelt. De dieren zitten aan een wettelijk minimum aan ruimte en hebben weinig afleidingsmateriaal als stro of zand om in te wroeten. Het is het resultaat van de markt, waar de consument de laagste prijs wil voor een lapje vlees. Kiloknallers bepalen de grote van de hokken: dierenwelzijn is een luxe waarvoor slechts een deel van de consumenten wenst te betalen. Ik heb goede hoop dat dat verandert.

Delen: