Kamerlid zoekt boer #1

Kamerlid zoekt boer #1

Door Sjoera Dikkers op 28 februari 2013 Delen  

Als woordvoerder landbouw, visserij en voedsel ga ik sinds deze zomer ongeveer twee keer per week het land in om de agrarische sector van binnenuit te leren kennen. Lees verder voor een verslag van mijn bezoek aan vier bedrijven in Lunteren en Bennekom.

Het is een ijzige ochtend als ik op 28 januari naar Lunteren rij voor een werkbezoek aan een aantal bedrijven. De gedreven Irene van Voort, eigenaresse van een biologische melkveehouderij en kaasmakerij Remeker wil me graag de verschillende ‘verdienmodellen’ laten zien die er bij haar in de regio zijn. Verdienmodellen is een term die ze gebruiken om te laten zien hoe een boer z’n brood verdiend. Remeker is een gecombineerd biologisch bedrijf met pluimvee, melkkoeien, een megastal met varkens van drie verdiepingen hoog en een kalvermester. Met hun biologische melkveehouderij kunnen ze zelf kaas maken. Ze doen dit met Jersey koeien, een sterk koeienras dat melk geeft met een hoog vet percentage, wat weer handig is om kaas van te maken. Op deze manier hebben ze een product voor een specifieke doelgroep, met een eigen afzetgebied in de regio, maar ook ver daar buiten. Hun verdienmodel laat zien dat door zorgvuldig om te gaan met grasland en koeien, je weinig extra voer nodig hebt en het de gezondheid van de koeien bevorderd.

Mijn tweede bezoek was aan de familie Heerikhuize. Zij hebben een bedrijf met scharrelkippen en 250 melkkoeien. Omdat de markt er om vraagt is, is ook hier gekozen voor een eigen wijze van bedrijfsvoering. Als iedereen in de supermarkt voor biologische of voor scharrel zouden kiezen, zouden de koeien buiten lopen, maar zo zit de wereld niet in elkaar. We kunnen niet bij de kippen gaan kijken vanwege het gevaar voor vogelgriep of andere ziektes die van buiten mee de stal in kunnen komen. Doordat de dieren vooral op productie zijn gefokt worden ze snel ziek. De kwetsbaarheid van dit systeem zit onder andere in de voerkosten, zo legt Jan van Heerikhuize uit. De kosten van grondstoffen zijn vanwege schaarste en speculatie torenhoog. Dit zijn kosten die niet kunnen worden doorberekent aan de consument. Dit komt omdat de familie Heerikhuize producten produceert voor de gangbare markt. Op deze markt is er sprake van kostenconcurrentie en niet op meerwaarde van het product, zoals bij mijn eerste bezoek.

De derde stop was bij het varkensbedrijf van Chris de Jong, een varkenshouder in Lunteren. Dit bedrijf is maar liefst drie verdiepingen hoog en ligt bij een natuurgebied. Ik ben onder de indruk van het bedrijf als ik aan kom rijden. Van de buitenkant zie je een grote schuur, maar ruik je praktisch niets. En dat terwijl er 2000 zeugen liggen die veel biggetjes krijgen. Het bedrijf is hermetisch afgesloten. We moeten allemaal douchen voordat we de stal in mogen en krijgen speciale bedrijfskleding aan. De reden hiervoor is dat de varkens zijn gefokt op een snelle groei en niet op weerstand tegen ziektes. Het ziet er allemaal keurig uit. Je kan terecht vraagtekens stellen bij het houden van dieren op zo’n intensieve wijze. Mogen we zo wel met dieren omgaan? Maar tegelijkertijd zijn er zoveel mensen die goedkoop vlees willen eten, en is en blijft er een markt voor deze wijze van dierhouderij. Als ik Chris de Jong vraag naar toekomstige verbeteringen op het gebied van dierwelzijn, zegt hij voorzichtig dat er meer afleidingsmateriaal in de stal zou kunnen komen, meer ruimte, en meer natuurlijk materiaal op de grond. Voor alsnog is de sector er trots op dat ze zo efficiënt te werk kunnen gaan.

De vierde en tevens mijn laatste bezoek van vandaag, was bij de familie Achterstraat in Bennekom. Zij hebben vleeskalveren en melkveehouderij. Ze willen hun bedrijf graag uitbreiden, maar zitten dicht tegen het natuurgebied Binnenveld aan. Daarnaast zitten ze klem tussen de regels van twee provincies (Utrecht en Gelderland). Het is op dit moment een onzekere tijd voor deze kalverhouder. De Brusselse regels worden veranderd en de premie die werd uitgekeerd aan kalvermesters zal verdwijnen. In plaats daarvan komt er een standaard toeslagprijs per hectare grond. Voor deze boer, met weinig grond, is dit een grote achteruitgang in inkomen. Zo zie je maar hoe sectoren dankzij subsidie groot kunnen worden en maar moeizaam op eigen benen kunnen staan. Het was een beetje volle dag, maar daarmee enorm interessant.

Tot slot, in Nederland hebben we de meest duurzame kippen- en varkensvlees. Ze hebben het beter dan de dieren in veel andere landen. Maar toch knaagt het. We hebben dieren gefokt die efficiënt groeien (snelle groei op weinig voer), waarvan we de mest efficiënt kunnen verwerken. Ze zijn zelfs gehuisvest in stallen die steeds energiezuiniger zijn en weinig geur afstoten. Maar het zijn ook dieren die niet meer tegen een stootje kunnen. Dat moet anders kunnen, maar dan moeten we ook bereid zijn meer te betalen voor ons stukje vlees. Daarnaast zullen extra eisen vanuit de politiek, bijvoorbeeld op het gebied van dierwelzijn leiden tot extra investeringen, die voor veel boeren in deze tijd moeilijk op te brengen zijn. Het wordt hoog tijd dat ook in de winkel een eerlijke prijs wordt betaald voor de producten, zodat de boer ook een eerlijke boterham kan verdienen en niet afhankelijk hoeft te zijn van zaken als Europese landbouwsubsidies.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma