Kabinet had anders moeten vallen

Kabinet had anders moeten vallen

Door De Redactie op 22 februari 2010 Delen  

‘Door de PvdA buiten de deur te zetten, in plaats van
medeverantwoordelijkheid te laten dragen voor het demissionaire werk van het
kabinet, lokt de CDA-leiding precies het ongewenste maatschappelijke klimaat
uit.’ Dat stelt oud-fractieleider van de PvdA en bijzonder hoogleraar Jacques
Wallage vandaag in een opiniestuk in het Financieele Dagblad.

Hieronder het volledige opiniestuk, overgenomen uit het FD.

‘Ondanks vervroegde verkiezingen had gewerkt moeten worden aan consensus over
een bezuinigingspakket.

Zelfs een crisis vraagt regie. Ook bij een verstandshuwelijk is de manier
waarop je uit elkaar gaat bepalend voor de omgangsvormen erna.

Over onze rol in Uruzgan was geen overeenstemming meer te bereiken.
Terugkomen op de één en andermaal uitgesproken belofte de troepen in 2010 thuis
te brengen was geen reële optie. Je kunt van je coalitiegenoot ook meer vragen
dan ze kunnen leveren. Dan scheiden zich uiteindelijk de wegen.

Er zijn kabinetten over geringere kwesties gevallen. Wat veel meer verbazing
wekt dan de crisis zelf is de afronding, die in de ministerraad aan het conflict
is gegeven. De minister-president had na zestien uur vergaderen kunnen
vaststellen, dat geen overeenstemming mogelijk was.

Hij had kunnen voorstellen namens de gehele ploeg de gang naar de koningin te
maken. Maar zo is het niet gegaan. De premier lokte een stemming uit, waarvan
hij wist dat deze zou leiden tot het aftreden van de PvdA-bewindspersonen. Zo’n
afronding kies je alleen als je dat ook wilt. Je wijst dan een brekende partij
aan in plaats van gezamenlijk vast te stellen, dat overeenstemming niet mogelijk
was.

In het licht van het voortslepende conflict over Uruzgan is deze
besluitvorming emotioneel wellicht nog te begrijpen. Maar wie naar de gehele
politieke agenda voor de komende maanden kijkt beseft hoe kortzichtig de gekozen
afronding is.

Cruciaal is de vraag of ondanks vervroegde verkiezingen gewerkt kan worden
aan consensus over een bezuinigingspakket. Tussen de € 20 en 30 mrd aan
bezuinigingen, waaronder de ingreep in de AOW, de noodzaak van volgehouden
loonmatiging, dit alles vraagt consensus, geen polarisatie. Door de PvdA buiten
de deur te zetten, in plaats van medeverantwoordelijkheid te laten dragen voor
het demissionaire werk van het kabinet, lokt de CDA-leiding precies het
ongewenste maatschappelijke klimaat uit.

De steun van de PvdA voor (bijvoorbeeld) de crisiswet, die versnelde
investeringen moet uitlokken, het AOW-dossier, een eerste debat over het
resultaat van de bezuinigingswerkgroepen, die steun had wellicht kunnen worden
verkregen als de ministers van de PvdA deel van het demissionaire kabinet hadden
uitgemaakt. Nu zal de PvdA-leiding wel blij zijn de handen vrij te hebben.

Zo dringt zich een conclusie vol bittere ironie op. Door wat Uruzgan betreft
het aangekondigde vertrek in 2010 niet als uitgangspunt te nemen is bewust
geprobeerd de PvdA in grote problemen te brengen.

Toen een oplossing niet meer mogelijk was is voor een gepolariseerde
afronding gekozen: wij (CDA en ChristenUnie) erin, zij (PvdA) eruit. Als men
voor de val van het kabinet gezamenlijk verantwoordelijkheid had genomen was de
schade beperkt tot dit onoplosbare geschil.

Nu rest voorlopig meer instabiliteit dan op grond van de inhoud van het
conflict nodig was geweest.’

Delen: