Jongeren opleiden voor overmorgen

Jongeren opleiden voor overmorgen

Door Tanja Jadnanansing op 7 november 2014 Delen  

Eindelijk begint het te dagen: het beroepsonderwijs moet opleiden voor beroepen van morgen, niet voor beroepen van eergisteren. Die wake-upcall lijkt gehoord, maar nu moeten stappen worden gezet.

Opleiden voor overmorgen betekent namelijk dat alleen een vak leren niet genoeg is. We weten niet of het vak waartoe we vandaag opleiden er dan nog is. De tijd dat iemand een beroep leert voor de rest van het leven is voorbij. De enige zekerheid die jongeren hebben, is onzekerheid. Daar moeten we hen op voorbereiden. Door het leren van vaardigheden als flexibiliteit en ondernemerschap. Zo leren we jongeren om te gaan met een onzekere toekomst. Niet denken in doemscenario’s, maar leren om verantwoordelijkheid te nemen. Dat is beroepsonderwijs naar Dutch Design zoals ik dat voor me zie.

Het ‘beroepsonderwijs Dutch Design’ is gericht op jongeren kennis bijbrengen en een vak leren. Maar daarnaast ook op het bijbrengen van zelfvertrouwen en lef om een ongewisse toekomst tegemoet te treden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch moeten beroepsinstellingen hier werk van maken. Dat begint op het vmbo met goede loopbaanoriëntatie door deskundigen, in plaats van door docenten die het naast al hun andere werkzaamheden moeten doen. Daarvoor is goede coaching veel te belangrijk. Daarnaast wil ik meer samenwerking dwars door de hele beroepskolom heen. Weg met de eilandjescultuur. Het vmbo hoort aan tafel te zitten bij de vormgeving van het mbo en hbo, en omgekeerd. De tijd dat elke onderwijsvorm op zichzelf bezig kon zijn is voorbij.
Jongeren voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst begint ook met een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven.

Regionale Opleidingscentra (ROC’s) zijn opgericht om onderwijs en lokale economie op elkaar aan te laten sluiten. Hoe is het dan mogelijk dat er te weinig stageplekken zijn? Dat jongeren worden opgeleid tot werkloosheid? Het bedrijfsleven moet meer invloed en zeggenschap krijgen in het onderwijs. Niet om het onderwijscurriculum volledig te bepalen, maar wel om in samenspel te komen tot onderwijs waarin de B van beroepsonderwijs ook weer tot zijn recht komt.

Toekomstgericht beroepsonderwijs stelt het leren in de beroepspraktijk centraal. Niet alleen maar theorie met wat praktijk erbij, maar een doordachte visie op onderwijs dat echt anders is dan algemeen vormend onderwijs. Waar cognitieve vaardigheden en praktische vaardigheden hand in hand gaan. Dit onderwijs moet zo snel mogelijk ontworpen worden in samenspraak met mensen uit de beroepspraktijk. Niet alleen met koepels, raden en organisaties. Wel met docenten en praktijkopleiders uit het bedrijfsleven. De Minister en Staatssecretaris van Onderwijs moeten zo snel mogelijk met een plan van aanpak komen, hoe zij dit gaan doen. Daarbij mag niet wordt uitgegaan van de denkbeelden van al die cognitief ingestelde ambtenaren en politici, maar vanuit de kracht van het beroepsonderwijs. Een kracht die schuilt in de combinatie van denken en doen.

Een beroepsonderwijs Dutch Design dat snel kan inspelen op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt waarbij de bewindslieden alle knellende kaders in samenspraak met het onderwijsveld hebben weggenomen. Waar alle sectoren in het beroepsonderwijs zijn betrokken en verbonden. Er is haast geboden, de toekomst is vandaag al begonnen, onze jongeren verdienen onderwijs dat hun daarop weet voor te bereiden. En dat kan als alle partijen verantwoordelijkheid nemen, van jongere tot bewindspersoon. Pas dan leidt het beroepsonderwijs de jongeren op voor de toekomst van morgen, in plaats van de toekomst van gisteren.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma