Job Cohen kandidaat-lijsttrekker

Job Cohen kandidaat-lijsttrekker

Door De Redactie op 12 maart 2010 Delen  

Job Cohen heeft zich vrijdagmiddag kandidaat gesteld als lijsttrekker van de
Partij van de Arbeid. In zijn toespraak lichtte hij toe waar de PvdA volgens hem
voor staat: ‘Een partij die het niet moet hebben van one-liners, omdat wij
voortdurend op zoek zijn naar balans: balans tussen individu en samenleving,
tussen oude Nederlanders en nieuwe Nederlanders, tussen internationale
oriëntatie en nationaal belang, tussen ouderen en jongeren, tussen gelovigen en
niet-gelovigen. Een partij die altijd op zoek is naar die fatsoenlijke
samenleving.

Ik hoop dat heel veel mensen met mij willen meedoen. Mensen van binnen de
partij, maar ook mensen van buiten de partij, mensen die lid waren of die dat
willen worden. Zodat we samen werken aan een fatsoenlijke samenleving, een
samenleving in balans, juist nu, in deze moeilijke tijd. Daarom stel ik mij vol
overtuiging kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de Partij van de Arbeid.
Klik op lees verder voor de volledige toespraak van Job Cohen.

(gesproken woord geldt)

Toespraak Job Cohen 12 maart 2010 partijbureau PvdA

‘Vandaag stel ik mij met grote overtuiging kandidaat als lijsttrekker van de
Partij van de Arbeid, de partij waar ik al sinds mijn 18e lid van ben. Mijn
ouders behoorden tot de allereerste leden, mijn moeder is lid geweest van de
gemeenteraad van Heemstede. De partij is een belangrijk onderdeel van mijn leven
en geschiedenis, niet zozeer vanwege de partij zelf, maar meer om haar
uitgangspunten. Want de Partij van de Arbeid gáát ergens over, maakt zich druk
om mensen, over het welzijn van iedereen.

De aanleiding om mij kandidaat te stellen, heeft u vanmorgen kunnen horen.
Wouter Bos heeft verteld dat hij zich niet kandidaat stelt als lijsttrekker voor
de komende verkiezingen. Laat ik voorop stellen dat ik dat betreur. Hij heeft de
Partij van de Arbeid gedurende jaren met hart en ziel voortreffelijk gediend,
hij heeft prachtige momenten meegemaakt en hele moeilijke, en hij heeft telkens
de guts en de energie gehad om door te gaan.
Niet voor zichzelf, maar voor het verwezenlijken van zijn idealen: bijdragen aan
een fatsoenlijke samenleving.

Ik wist al gedurende langere tijd dat Wouter overwoog, uitsluitend en alleen
op grond van persoonlijke omstandigheden, om zich niet voor een volgende periode
kandidaat te stellen. Het zijn overwegingen die ik herken en in hoge mate
respecteer. Gedurende onze gesprekken heeft hij aan mij de vraag voorgelegd of
ik bereid zou zijn mij als lijsttrekker te kandideren, wanneer hij zich zou
terugtrekken. Toen die vraag mij enkele weken geleden in definitieve vorm werd
voorgelegd, heb ik die bevestigend beantwoord.

Ik moet hiervoor een offer brengen dat mij zwaar valt: ik treed vandaag terug
als burgemeester van Amsterdam. Ruim negen jaar heb ik dit ambt met hart en ziel
vervuld en ik zal het vreselijk missen. Het is de mooiste functie die ik ooit in
mijn leven heb gehad en het heeft mij ontzettend veel gegeven.

Het spijt mij dat ik op deze manier zo plotseling de nauwe banden die ik met
zo velen heb, moet loslaten: met mijn naaste medewerkers, met de leden van het
College van Burgemeester en Wethouders, met raadsleden, met al diegenen in de
stad die zo hard werken om Amsterdam te dienen.

Het dagelijkse contact met al die Amsterdammers die van de stad een feest
maken, zal ik vooral missen. Tegen hen zeg ik: ik ben geboren in Haarlem, ik heb
gestudeerd in Groningen, ik heb gewerkt in Leiden, Maastricht en Den Haag, maar
de afgelopen jaren ben ik Amsterdammer geworden en ik zal dat mijn hele leven
blijven.

De PvdA koos in 2005 voor een nieuw beginselmanifest, waarin het recht op een
fatsoenlijk bestaan voor iedereen en volwaardige deelname door iedereen aan de
samenleving centraal staat. Als burgemeester heb ik in het leven van mensen
gezien hoe belangrijk het realiseren van juist dat ideaal is.

Want ik heb gezien wat het betekent voor mensen als zij geen werk hebben of
juist twee banen nodig om rond te komen.
Wat het betekent als kinderen onvoldoende scholing krijgen, de Nederlandse taal
niet goed spreken en dat nooit meer inhalen, of als zij niet goed kunnen
rekenen.
Wat het betekent als je niet veilig over straat durft of als ziekte een obstakel
in je dagelijks leven is.

En ik heb gezien hoe zeer mensen elkaar soms niet meer verstaan, wanneer er
geen bereidheid is om gezamenlijk te werken aan een gedeelde toekomst, wat het
betekent als er haat ontstaat, bijvoorbeeld in de periode na de moord op Theo
van Gogh.

Maar ik heb ook gezien wat er allemaal kan als we samen de schouders er onder
zetten. Ik ben er meer dan ooit hartgrondig van overtuigd dat er uiteindelijk
geen andere manier is om vooruit te komen. 

Zal dat gemakkelijk zijn?
Nee, zeker niet. Nederland gaat zware tijden tegemoet waarin veel maatregelen
genomen zullen moeten worden die potentieel splijtend in de samenleving werken.

Of het nu gaat om de maatregelen die straks uit de heroverwegingen zullen
volgen, of het nu gaat om aanpassing aan de stijgende levensverwachting, of dat
het nu gaat om de noodzakelijke verduurzaming van onze economische structuur. De
grote politieke uitdaging is dan ook niet of er grote veranderingen plaats
moeten vinden maar hoe je dat doet op een manier dat iedereen het mee kan maken.
Dat je geen land van verliezers en winnaars krijgt. Dat niet de ene helft van
Nederland optimistisch en in de toekomst gelovend vooruit wil, en de andere
helft van Nederland bezorgd en naar binnen gekeerd zich afvraagt hoe het verder
moet. Dat is een grote opdracht. Maar het maakt onze economie sterker. En ons
land ook domweg een stuk prettiger om in te leven.

Er zal de komende tijd ingegrepen moeten worden in de uitgaven van de
overheid. Dat gaan we allemaal merken, en het zal hoe dan ook pijnlijk zijn,
zoals we al gezien hebben rond de AOW leeftijd. De grootste risico’s lopen zij
die nu al het minst bedeeld zijn. Daar moeten wij een dam tegen opwerpen. Het is
niet acceptabel als kinderen moeten opgroeien in armoede. Ik weet zeker dat
mensen die het beter getroffen hebben dat óók vinden.

Maar de bescherming van de minst bedeelden werkt alleen als ook de
middengroepen zien en voelen dat zij zich gesteund weten. Dan gaat het om gewone
mensen, gezinnen met kinderen, tweeverdieners, die aan de keukentafel berekenen
hoe zij hun huis of hun auto kunnen blijven betalen. Zij houden ons land
draaiende: leraren, administratief medewerkers, politieagenten, bouwvakkers,
verpleegkundigen, ambtenaren en ga zo maar door.
Zij vormen de ruggengraat van Nederland, zij dragen ons land en onze economie.
Hun banen te behouden, zorgen dat de kosten van het dagelijks leven bij hen niet
onverantwoord omhoog gaan door op van alles en nog wat te bezuinigen, daar ligt
voor mij een grote prioriteit.

Het risico op versplintering in onze samenleving is groot, op een tweedeling
ook. De Partij van de Arbeid heeft daar altijd tegen gevochten en zal daartegen
blijven vechten.

Het is een teken van beschaving om mensen met minder talent of minder
mogelijkheden net zo goed bij de samenleving te houden als mensen die het in dat
opzicht gemakkelijker hebben, zoals het een teken van beschaving is om mensen
met andere opvattingen te respecteren en niet uit te sluiten, zolang zij zich
maar binnen onze rechtsstaat bewegen. Dat is werkelijke vrijheid.

Als burgemeester van Amsterdam heb ik me intensief bezig gehouden met
onderwerpen als erbij horen en meedoen, je thuis voelen en je hier thuis blijven
voelen, aarden in ons land. Veiligheid is daarbij een kernthema, want veiligheid
is de kern van je thuis voelen. Daar heb ik in Amsterdam op tal van manieren aan
gewerkt. Ik heb telkens nieuwe middelen ingezet, van preventief fouilleren tot
cameratoezicht, van het bedenken en inzetten van straatcoaches tot het
substantieel terugbrengen van criminele en overlastgevende jeugdgroepen, van het
terugdringen van drugsoverlast tot een aanval op huiselijk geweld – een van de
zwaar onderschatte oorzaken van onveiligheid.

Veiligheid wordt ook gestimuleerd door mensen kansen te geven, door ze bij de
samenleving te betrekken, door opleiding, door werk en door een behoorlijk huis.
De beste resultaten worden bereikt als repressie en preventie hand in hand gaan.

Maar het gaat niet alleen om de problemen van nu, wij moeten ook verder
kijken naar de toekomst; iets bouwen waar we trots op kunnen zijn. Ons land
klaar maken voor toekomstige generaties met een nieuw elan, nieuwe
ontwikkelingen, nieuwe technologieën en voor ons nu nog ongekende mogelijkheden,
met een onbekende plaats binnen een wereld waarbij grenzen iets anders betekenen
dan zij nu betekenen, en dus binnen een Europa dat wij kritisch maar met open
ogen tegemoet treden.

De afgelopen jaren ben ik als burgemeester van Amsterdam met deze thema’s
bezig geweest. En thema’s houden niet op aan de grens van een gemeente.

Of het nu gaat om mijn werk als burgervader in een stad met meer dan 170
nationaliteiten of als baas van de politie, om het binnenhalen en verwelkomen
van nieuwe bedrijven, het ontsluiten van de stad of om milieumaatregelen.

Alles heeft duizend draden met wat in Nederland, in Europa en in de rest van
de wereld gebeurt. En al die draden en alle mensen zijn daarbij het sterkst
wanneer ze met elkaar verbonden zijn.

En dat beschouw ik als misschien nog wel onze grootste opdracht: het
beschermen van het weefsel van Nederland, want als land zijn we gezamenlijk
sterker dan als 16 miljoen individuen.

Wat is het Nederland dat mij voor ogen staat?
Nederland is een democratische rechtsstaat, een staat waar het recht heerst, het
recht dat door zijn burgers gemaakt wordt, het recht waaraan machtsuitoefening
ondergeschikt is. Een staat die grenzen stelt en daarbinnen heel veel mogelijk
maakt. Die mensen in de gelegenheid stelt hun eigen talenten tot ontwikkeling te
brengen.

Een staat die vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst als
uitgangspunt heeft en dus geen onderscheid maakt tussen meningen en godsdiensten
– binnen de grenzen van de wet.

Wat mij betreft is die democratische rechtsstaat voor ons een baken, een
baken in onzekere tijden. Daarom is het van des te groter belang om die
rechtsstaat goed te laten functioneren. Daar is veel te doen, want het is vaak
niet goed genoeg georganiseerd. Het komt te vaak voor dat burgers slecht worden
geholpen of er met geen mogelijkheid achter kunnen komen waar zij met simpele
vragen terecht kunnen. En soms gáát de overheid er helemaal niet meer over, is
iets in de markt gezet of op afstand van de overheid. Wat mij betreft werken we
daarom aan een overheid, die niet tegenover mensen staat, maar die van mensen
is.

Die overheid moet méér doen dan sturen op rendement alleen, want er is meer
in het leven dan zo veel mogelijk geld verdienen. De waarde van een samenleving
valt niet in euro´s uit te drukken. Dat voelen we eigenlijk allemaal zo.

Praat met mensen die zorg nodig hebben of zorg geven en je weet wat echt
belangrijk is. Vraag een kind naar zijn dromen en een leraar naar zijn pupillen
en je weet wat echt belangrijk is. Vraag een slachtoffer van een overval en de
agent die hem opving naar hun gevoelens en je weet dat geld het laatste is wat
telt. Dat is de opdracht van de sociaaldemocratie. Een samenleving smeden die
gebaseerd is op de waarden van solidariteit en ontplooiing, voor grotere
gelijkheid en uitbannen van de uitwassen van het casino-kapitalisme, dat ons de
huidige economische crisis heeft bezorgd.

Een samenleving in balans, een samenleving waar het niet gaat om de race naar
het meeste geld, maar een samenleving die mensen werk geeft dat zij aankunnen en
waar zij bevrediging in vinden, die trots is op zijn zorg, op zijn onderwijs,
een samenleving waar mensen zich thuis voelen, een samenleving die pas sociaal
is als zij veilig is.

Dat is waar de Partij van de Arbeid voor staat, Een partij die het niet moet
hebben van one-liners, omdat wij voortdurend op zoek zijn naar balans: balans
tussen individu en samenleving, tussen oude Nederlanders en nieuwe Nederlanders,
tussen internationale oriëntatie en nationaal belang, tussen ouderen en
jongeren, tussen gelovigen en niet-gelovigen. Een partij die altijd op zoek is
naar die fatsoenlijke samenleving.

Ik hoop dat heel veel mensen met mij willen meedoen. Mensen van binnen de
partij, maar ook mensen van buiten de partij, mensen die lid waren of die dat
willen worden. Zodat we samen werken aan een fatsoenlijke samenleving, een
samenleving in balans, juist nu, in deze moeilijke tijd.

Daarom stel ik mij vol overtuiging kandidaat voor het lijsttrekkerschap van
de Partij van de Arbeid.’

Delen: