Een eerlijk en sociaal hoger onderwijs

Een eerlijk en sociaal hoger onderwijs

Door Tanja Jadnanansing op 26 september 2011 Delen  

De Partij van de Arbeid wil dat het hoger onderwijs in Nederland van topkwaliteit en toegankelijk is, omdat wij geloven dat iedereen recht heeft op goed onderwijs. We spreken vandaag in de Tweede Kamer over de ‘strategische agenda’ van het kabinet voor het hoger onderwijs. Hoger onderwijs moet bereikbaar en betaalbaar zijn, en staat ten dienste van de maatschappij als geheel. De PvdA heeft daarvoor een eigen strategische agenda, met tien speerpunten (pdf) voor een eerlijk en sociaal hoger onderwijs.

We hebben niet de illusie dat we met het realiseren van deze tien punten alle fouten die het kabinet maakt oplossen, maar het lijken ons goede speerpunten voor een eerste begin. Iedereen die een goede bijdrage kan leveren aan de strijd tegen het destructieve kabinetsbeleid nodig ik van harte uit zich aan te sluiten. We hebben een hoop te doen!

Tien speerpunten PvdA voor het Nederlands Hoger Onderwijs (pdf) >

  • Onderwijs is de motor van de samenleving
    Zonder onderwijs geen ontwikkelde samenleving. Onderwijs biedt niet alleen kansen voor een sterke kenniseconomie, maar ontwikkelt ook  sterke persoonlijkheden . Onderwijs is geen luxe, maar een noodzaak. Onderwijs is dan ook niet alleen voor de rijken, maar voor iedereen; ook studenten met een beperking of studerende moeders moeten een kans krijgen. De PvdA pleit ervoor iedere student de beste kansen te geven. Niet geld moet centraal staan, maar de student en de docent die het onderwijs geeft.
  • De deur naar het hoger onderwijs open voor ieder talent
    De PvdA gelooft er niet in dat steeds hogere hekken rond de universteit het onderwijs verbeteren. In plaats van toekomstige studenten de toegang bij voorbaat te weigeren, zouden wij liever investeren in manieren om studenten bij de juiste studie terecht te laten komen. ‘Matching’ is daarvoor een goed instrument: laat studenten kennismaken met docenten van de opleiding die hen interesseert, zodat ze samen kunnen bekijken of deze opleiding voor hen de juiste keuze is. Kiest de student voor de studie, dan bekijken student en begeleider in februari nog eens of alles goed gaat en kunnen ze zo nodig tijdig ingrijpen. Zo voorkom je onnodige uitval, slechte cijfers en kwaliteitsvermindering, zonder de deur voor studenten preventief op slot te doen. Bovendien zijn er al selectiecriteria: een Havo-diploma geeft recht op toegang tot het HBO, een VWO-diploma tot de universiteit. Een groot hangslot op de poort leidt in de eerste plaats tot een elitair onderwijssysteem. Daar kan het kabinet voor kiezen, de PvdA doet dat niet.
  • Uitdagend onderwijs, ambitieuze studiecultuur
    De enige manier om te garanderen dat onze (kennis-)economie kan leunen op ons hoger onderwijs, is de lat hoog houden. De zesjescultuur is geen optie. Herkansingen moeten niet het uitgangspunt zijn: zoveel mogelijk studenten moeten bij de eerste poging slagen. Docenten moeten studenten motiveren om topprestaties te leveren en hen daarbij ondersteunen. Excellentie verdient steun van de overheid: Universiteiten moeten geld, tijd en middelen ter beschikking hebben om harde werkers die bijzonder goed presteren aan te moedigen, bijvoorbeeld via Honoursprogramma’s. Zo krijgen de beste studenten de ruimte om zichzelf te ontwikkelen en topprestaties te leveren. Daar heeft iedereen in het hoger onderwijs baat bij.
  • Investeren moet!
    Elke cent die je bespaart op onnodige onderwijsuitgaven, moet weer in het onderwijs geïnvesteerd worden. Als de onderwijskwaliteit eronder lijdt zijn bezuinigingen onbespreekbaar. De VVD beloofde extra geld op onderwijs maar bezuinigt netto juist op het onderwijs. De besparingen komen vast ergens terecht, maar niet in het onderwijs. Dit is ongehoord. Onderwijsgeld mag niet besteed worden aan hypotheekrenteaftrek voor kapitale villa’s. De begroting voor het onderwijs moet dus niet kleiner worden, maar waar het efficiënter kan moet het vanzelfsprekend efficiënter.
  • Afrekenen op kwaliteit
    De PvdA wil opleidingen betalen voor kwaliteit, niet voor snelheid. Dat betekent dat keuzes vanuit de mens gemaakt moeten worden en niet alleen vanuit cijfers. Rendement vragen we van een verwarmingsketel; voor een HO-instelling moet het allerbelangrijkste zijn om goed voorbereide slimmeriken af te leveren. Dat betekent dat het niet puur gaat om hoeveel mensen slagen en hoeveel er uitvallen, maar om de kennis en vaardigheden die geleerd worden en hoe getoetst wordt of studenten het geleerde onder de knie hebben. Boetes voor gebrek aan kwaliteit of snelheid zijn ook niet gewenst. Daarmee ontneem je de opleiding euro’s die bestemd zijn voor onderwijs en daar wordt de kwaliteit niet beter van. De PvdA pleit voor scherpere inspecties op het onderwijs en niet voor méér inspecties. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) moet strenger controleren bij de accreditaties. Zwakke scholen/opleidingen moeten gewoon dicht, als verbetering kansloos is.
  • Een succesvolle doorstroom
    De aansluiting na Havo, VWO en MBO moet veel beter. Veel studenten vallen in een zwart gat vanwege de totaal andere leervorm. Ze horen op het juiste niveau te zijn om de overstap te kunnen maken. Op de nieuwe opleiding is geen tijd en geld om bij te spijkeren op zaken die men al had moeten beheersen. Er gaan miljarden euro’s verloren omdat mensen voortijdig en onnodig uitvallen bij hun sprong naar een vervolgopleiding in het HO. De PvdA wil meer begeleiding, maatwerk en zicht op kwetsbare, maar getalenteerde groepen die we hard nodig hebben in de komende jaren en met de juiste begeleiding een opleiding kunnen afronden. Wie dat nodig heeft moet in de zomervakantie de gelegenheid krijgen om kennis bij te spijkeren. Organiseer verplichte informatiecolleges, zodat studenten en docenten kennismaken en houd de glossy-achtige marketingbrochures tegen het licht om de betrouwbaarheid van informatie te toetsen. Naast de mogelijkheid van doorstroom is het principe van ‘een leven lang leren’ van groot belang. Mensen moeten en ook na een eerdere studie voldoende mogelijkheden behouden voor specialisatie, omscholing en verdere ontwikkeling. Het deeltijdonderwijs in het HO is en blijft daarom erg belangrijk. De PvdA maakt zich ten slotte sterk voor de bijna vergeten groep van promovendi (aio’s) die vanuit hun studie doorstromen naar een promotietraject. Er moet meer aandacht komen voor arbeidsmarktkansen en perspectieven na hun promotie, wanneer zij buiten de wetenschap aan het werk proberen te komen.
  • Een betaalbare studie
    Collegegeld mag nooit een belemmering zijn om te studeren. De overheid betaalt de eerste bachelor en de eerste masterstudie van studenten. Bij een tweede bachelor, een master en de pre-master mag een hoger collegegeld gevraagd worden. Maar dit mag voor hoger onderwijsinstellingen geen melkkoe zijn. Nu vragen universiteiten nog te vaak exorbitante bedragen voor tweede studies. Er moet een maximum komen voor de prijs van een tweede studie en iedereen moet kunnen zien hoe dat tarief tot stand komt. Een hogere bijdrage bij een tweede studie is wat anders dan het onmogelijk maken van de tweede studie. De PvdA is nog steeds voorstander van de invoering van een sociaal leenstelsel, als vervanging van de studiefinanciering. Een sociaal leenstelsel draagt er aan bij dat de rekening en voordelen van een studie eerlijk worden verdeeld. Terugbetalingsregelingen moeten naar draagkracht en eerlijk opgezet worden, zodat mensen met een (te) laag inkomen zich niet verslikken in hun studieschuld.
  • De student aan het woord
    Niet goed geld terug! Studenten die terecht ontevreden zijn over het geleverde onderwijs moeten compensatie krijgen. Dat kan in de vorm van een extra aanvullend studieprogramma of via het terugbetalen van het collegegeld als er aantoonbaar niet geleverd wordt wat de student mag verwachten. De PvdA diende eerder al voorstellen in om dit te realiseren en blijft zich hiervoor hard maken. De studentmedezeggenschap moet steviger. Daarom moet er een verplichting komen voor studentenraden en besturen van hogescholen en universiteiten om informatie te koppelen en uitwisselen. Dat betekent dat een lid van de Raad van Bestuur of de Raad van Advies regelmatig, verplicht, aanschuift bij de vergadering van de studentenraad. Wij geloven niet dat besturen goede beslissingen kunnen nemen als zij onvoldoende op de hoogte zijn van wat er onder studenten leeft.
  • Oog voor beperking
    In de beperking toont zich de meester: opleidingen moeten eerst van uitmuntende kwaliteit zijn, voordat universiteiten allerlei varianten aanbieden. Grote instellingen zwemmen in de opleidingen, afstudeerrichtingen, AD-programma’s en HBO-masters. Dat, terwijl bij sommige instellingen een aantal opleidingen onvoldoende scoort. Alle mankracht is nodig om (slecht scorende) hoofdopleidingen te verbeteren. Toekomstige studenten hebben het recht te weten welke kansen en mogelijkheden er liggen met een bepaald diploma. Dat kan bijvoorbeeld door van instellingen voor hoger onderwijs te vragen dat ze in de studiebrochure realistische verwachtingen formuleren over het succes van hun studenten op de arbeidsmarkt.
  • Onderwijs is onze gezamenlijke toekomst
    De samenwerking tussen het bedrijfsleven en beroepsgerichte opleidingen kan beter. Studenten krijgen zo een beter contact met het bedrijfsleven, wat goed is voor hun carrièrekansen. Het bedrijfsleven kan tegelijkertijd aangeven aan welke kennis en vaardigheden behoefte is, zodat de opleiding daar doelgericht op kan inhaken.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma