Het geheim van Wedeo

Het geheim van Wedeo

Door John Kerstens op 18 december 2012 Delen  

De afgelopen maanden heb ik veel bedrijven in de sociale werkvoorziening bezocht en veel mensen die er werken gesproken. En dat zal ik natuurlijk ook blijven doen.

Zo was ik deze week bij Wedeo in Doetinchem. Anders dan bij veel andere sw-bedrijven lijdt men daar geen verlies en is het merendeel van de medewerkers ‘buiten aan het werk’. Dat wil zeggen: bij reguliere werkgevers.

In de gesprekken die ik had (met de directeur, met een van de verantwoordelijke wethouders, met een werkgever die ‘mensen van Wedeo’ aan het werk heeft en natuurlijk ook met de mensen zelf), vielen me een aantal dingen op. Niet dat die dingen nou per se ‘het geheim van Wedeo’ zijn, maar toch: volgens mij spelen ze wel een rol bij het een succes maken van de nieuwe Participatiewet.

De voornaamste les is, uiteraard, dat het om de mensen gaat. De mensen met een WSW-indicatie natuurlijk, maar zeker ook de mensen die hen begeleiden. Dáár begint de omslag. De omslag naar de overtuiging dat er méér mogelijk is. Dat het écht kan: mensen met een beperking zo gewoon mogelijk laten meedoen op de arbeidsmarkt en dus in de samenleving. Maar ook dat dat niet vanzelf gaat. Dat dat hard werken is, voor WSW-er én begeleider. Bij Wedeo is daar veel aandacht aan besteed. Is niet afgewacht, maar aangepakt. En gebruik gemaakt van de inzichten en ideeën van mensen zelf.

Een tweede succesfactor is de betrokkenheid van de gemeente. Niet (pas) op het moment dat het sw-bedrijf verlies gaat draaien en een probleem wordt, maar doorlópend. Niet door op de stoel van de directeur te gaan zitten, maar door mee te denken. Richting te geven. Vertrouwen te schenken. Niet formeel, omdat het moet, maar uit overtuiging. En door de regierol die gemeenten in de nieuwe wet wordt toebedeeld voortvarend ter hand te nemen.

Derde factor van betekenis: de zonder meer goede contacten met het bedrijfsleven. Met individuele ondernemers en hun organisaties. Met werkgevers die zien, en laten zien aan hun collega’s, dat het heel goed kan samengaan: maatschappelijk verantwoord bezig zijn op een manier die ook bedrijfsmatig ‘uit kan’. Contacten waarbij naar elkaar wordt geluisterd, problemen worden aangepakt en waarbij wat mensen kunnen centraal staat.

Betekent dit nu dat Wedeo ‘er al is’ en dat invoering van de Participatiewet in ’t Doetinchemse straks een fluitje van een cent is? Integendeel.

Ik denk namelijk dat de laatste succesfactor is hoe wij als ‘Den Haag’ de uitwerking van de nieuwe wet op een fatsoenlijke, sociale, manier weten vorm te geven. Een wet waarmee (net als bij zijn voorganger, de Wet Werken naar Vermogen, het geval was) óók wordt bezuinigd, maar waarbij wél de tijd kan worden genomen om hem zorgvuldig in te voeren. Een wet waarmee (net als bij zijn voorganger) het aantal arbeidsplaatsen in de sociale werkvoorziening óók wordt verminderd, maar die werkgevers ‘een handje helpt’ om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, zodat mensen in het gewone bedrijfsleven aan de slag kunnen.

En dat moeten we doen door het gesprek aan te blijven gaan met ‘het veld’. En te luisteren. Creatieve oplossingen te vinden voor problemen. Ruimte te geven, maar ook helder te durven zijn.

Wat daarbij hoop geeft, is wat me ook bij Wedeo weer opviel: veel mensen kiezen er niet voor om te blijven mokken dat het allemaal niet fantastisch is, maar steken hun handen uit de mouwen om te zorgen dat er een fatsoenlijke nieuwe Participatiewet komt. Een wet die wérkt. Juist voor mensen die wat extra hulp kunnen gebruiken om, net als de meesten van ons in, met en door hun werk vooruit te komen in hun leven. Want dat is in het belang van ons allemaal.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma