Grijp in om welvaart te behouden

Grijp in om welvaart te behouden

Door Judith Merkies op 5 september 2011 Delen  

Uit recent onderzoek blijkt wederom dat
onze
welvaart niet oneindig is
. Ik pleit voor vier maatregelen die het kabinet
kan nemen om het behoud van welvaart mogelijk te maken en om de burgers te
betrekken: maak Nederland kampioen recyclen, betrek de bevolking, geef
prioriteit aan biodiversiteit en voer een wereldwijd grondstofoverleg.

Onze welvaart is eindig, zo blijkt uit
de
Monitor Duurzaam Nederland 2011
. Schokkend nieuws en toch ook niet. Veertig
jaar geleden stelde de Club van Rome hetzelfde feit al vast in haar rapport
‘Limits to Growth’. De schokeffecten van zulke rapporten en films zoals Al
Gore’s ‘An inconvenient truth’, blijken doorgaans van tijdelijke aard.
Psychologisch ligt dat voor de hand,  slecht nieuws moet snel worden verwerkt,
hetgeen betekent: naar de achtergrond gedrukt.

De aan staatssecretaris Atsma aangeboden meting laat zien dat Nederland diep
moet ingrijpen in haar economie en maatschappij om haar welvaartniveau ook in de
toekomst te kunnen handhaven. De afhankelijkheid van Nederland van de import van
grondstoffen, de langzaam uitgeputte gasvelden, de dramatische score op de
productie van hernieuwbare energie, de overconsumptie van biomassa, de
handjeklap met het natuurbeleid en onvoldoende gevoelde urgentie over het
verlies van biodiversiteit: de lijst van onaangename feiten is lang.

Welke vier maatregelen moet deze regering nu nemen om het behoud van welvaart
mogelijk te maken en om de burgers te betrekken?

1.   Nederland moet recyclekampioen worden. Als er een land is dat alle
aanleiding en mogelijkheden heeft om te investeren in recyclen is het Nederland.
De havens van Rotterdam en Amsterdam kunnen belangrijke recyclingcentra voor
Europa worden. Minister Verhagen wees negen topsectoren aan, maar een
‘topsector’ afval en recycling was er niet bij.

2.   Betrek de burger. De regering vertrouwt met het innovatiebeleid op de
‘gouden driehoek’: bedrijven, overheid en kennisinstellingen. De burger zelf
wordt slechts als eindconsument voor producten gezien. Dit institutioneel en
collectivistisch denken remt de ontwikkeling van Nederland. Geef de burger
ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en creativiteit. Dat betekent het
investeren in kleine innovatieve projecten aantrekkelijker maken, bijvoorbeeld
via een cv-regeling voor innovatie. Geef burgers de ruimte om kleinschalige
energie op te wekken: minder regels voor welstandscommissie, garantie afname
overproductie energie tegen een goede prijs, toegang tot het net, etc.

3.   Prioriteit voor biodiversiteit, natuur- en milieubeleid. De regering
Rutte, en vooral staatssecretaris Bleker, nemen het minder nauw met
natuurwetgeving en lichten de hand met verschillende EU-maatregelen en
bilaterale afspraken (Natura 2000, Hedwige polder, Haringvlietsluizen,
verbreding A4). Economisch beleid mag geen voorrang krijgen op natuurbeleid, ook
niet onder druk van economische crises.

4.   De ongelijke verdeling van grondstoffen in de wereld is een grote
economische en milieubedreiging. Grondstofrijke, maar economisch arme landen
plegen roofbouw op de natuurlijke hulpbronnen en rijke landen beconcurreren
elkaar om de grondstoffen, met speculaties en instabiele markten tot gevolg. In
analogie met het Kyoto-protocol, moeten er een wereldwijd grondstofoverleg
gevoerd worden, dat verder gaat dan biodiversiteit (zoals in Nagoya). De ‘Earth
Summit’ van de VN in Rio de Janeiro in 2012 biedt daarvoor de eerste kansen.

Zelfs als de regering deze beleidswijzigingen zou doorvoeren, is Nederland
nog niet verzekerd van echte welvaart. Voor duurzaamheid is meer nodig: een
consequent en stimulerend beleid, gecombineerd met gedragsveranderingen. De
interessante vraag is of de politiek in het politiek gefragmenteerde Nederland,
de steven van het schip zal weten te keren. Verschil tussen Nederland en veel
andere West-Europese landen is het heilige geloof in collectiviteit. Dit geloof
staat tegenover het stimuleren van eigen inventiviteit en ruimte voor eigen
verantwoordelijkheid. Zo wordt hernieuwbare energie in Nederland collectief
opgezet, in de vorm van windmolenparken en biomassacentrales, in tegenstelling
tot Duitsland, waar  investeren in energie op kleine schaal is aangemoedigd en
het isoleren van woningen fiscaal aantrekkelijk is gemaakt. Innovatie wordt in
Nederland van bovenaf aangemoedigd door alleen maar topsectorenbeleid. Het
stimuleren van een sector geeft nog geen richting aan de nodige oplossingen.

Nederland sluit slecht aan bij het Europese beleid, dat zich richt op de
grote maatschappelijke vraagstukken. Juist de schaarste aan grondstoffen, het
behoud van biodiversiteit en de overgang naar hernieuwbare energie, vragen om
een aanpak over de grenzen van Nederland heen. De EU komt met duidelijke
antwoorden, wil maatregelen voor grondstoffenefficientie en intensivering van
het innovatiebeleid. De Einzelgänger-koers in de EU brengt het handhaven van de
welvaart nog verder in gevaar.

Nederland duurzaam maken wordt een grotere uitdaging dan veel mensen denken.
De politiek alleen kan het niet doen, maar is wel essentieel als katalysator en
dirigent van de verandering. De twintigste eeuw was de eeuw van de grote sociale
verbeteringen door een collectieve aanpak. De regering en politieke partijen
moeten in de eenentwintigste eeuw de aanpak wijzigen. Alleen door een innig pact
tussen de politiek en de burger, de kennisinstellingen en het bedrijfsleven, kan
Nederland haar welvaart behouden.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma