Gelijk loon voor gelijk werk Europese topprioriteit

Gelijk loon voor gelijk werk Europese topprioriteit

Gelijk loon voor gelijk werk Europese topprioriteit

Door Lodewijk Asscher op 9 mei 2014 Delen  

Zorgen voor gelijk loon voor gelijk werk in het land waar iemand aan de slag gaat, is een van de belangrijkste taken van de nieuwe Europese Commissie. Het aanpakken van de negatieve gevolgen van het vrij verkeer moet topprioriteit in Brussel zijn. Want het bestrijden van uitbuiting en het zorgen voor eerlijk werk is in het belang van iedereen in Europa.

Gelijk loon voor gelijk werk in het land waar je aan de slag bent. Dat hoort de gouden regel voor vrij verkeer binnen de Europese Unie te zijn. Of werknemers nou uit Warschau of het Westland komen. Helaas wemelt het van de grensoverschrijdende ondernemers die deze regel aan hun laars lappen of met sluwe constructies ontwijken. Dat leidt tot onderbetaling van arbeidsmigranten uit Oost-Europa en ongewenste verdringing op de arbeidsmarkt in het westen van de EU. Ik voel er niets voor ons te laten meesleuren in een kolk naar beneden, met steeds lagere lonen en steeds minder sociale bescherming.

Een krachtige en eendrachtige aanpak van deze problemen hoort topprioriteit te zijn van de nieuwe Europese Commissie. Het verworden van het vrij verkeer ondermijnt uiteindelijk de legitimiteit van de Europese Unie.

Negen maanden geleden zette ik, met David Goodhart, de schijnwerpers op de schaduwkanten van het vrij verkeer van werknemers. We waarschuwden: als de EU onvoldoende doet tegen oneerlijke concurrentie en oneigenlijke verdringing, kan dat funeste gevolgen hebben voor de sociale bescherming van alle werknemers in de EU. Vandaar ‘code oranje’; vrij naar de waarschuwing die wordt gegeven als het water in onze rivieren een alarmerend hoog peil bereikt.

Door die vergelijking werd gedacht dat ik het op Bulgaren, Polen en Roemenen had gemunt. Dat is niet zo. Ik val arbeidsmigranten niet aan, ik verdedig ze. Ik pleit niet voor maatregelen om mensen te stoppen, ik pleit voor maatregelen om misstanden te stoppen. Het is in ieders belang dat we uitbuiting bestrijden en eerlijk werk voor een fatsoenlijk loon bevorderen.

Negen maanden later zien we dat ‘code oranje’ een waarschuwende werking heeft gehad. Zeker in Brussel. Er is een aangescherpte richtlijn aangenomen voor werkgevers die werknemers tijdelijk in andere landen laten werken. Eindelijk zijn alle landen van de EU bereid om maatregelen te nemen die fraudebestrijding vergemakkelijken. Door effectiever samen te werken bij controles en het innen van boetes over de grens heen. Door opdrachtgevers in de bouw aan te spreken op onderbetaling door onderaannemers.

Het is een goed begin, maar het is niet genoeg. Er kan en moet veel meer gebeuren. Ik zie dat ook als de opdracht voor de nieuwe Europese Commissie, die er na de Europese verkiezingen komt. Ik verwacht een ambitieuze agenda en doe daar concrete voorstellen voor.

Ik stel voor werkgevers te verplichten hun gedetacheerde werknemers niet alleen gelijk loon voor gelijk werk te geven, maar ook andere arbeidsvoorwaarden gelijk te trekken. Hoe meer de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers lijken op die van andere werknemers, des te eerlijker de concurrentie op de arbeidsmarkt.

Er moet ook zo snel mogelijk een einde worden gemaakt aan de goedkope truc van ‘postbusondernemingen’, bedrijven die op papier naar het buitenland verhuizen om hun activiteiten in eigen land met minder loonkosten te kunnen voortzetten.

De ketenaansprakelijkheid moet worden uitgebreid. Niet alleen in de bouw moeten opdrachtgevers worden aangesproken op onderbetaling van werknemers door bedrijven die ze inhuren. Dat moet ook gebeuren in andere sectoren. Om te beginnen in de land- en tuinbouw en transport. Voor binnenlands vervoer moet gelijk loon worden betaald, ongeacht wie de truck bestuurt.

In Nederland hebben we grote stappen gezet om fraude en misbruik aan te pakken. Met hogere boetes, extra inspecteurs om malafide uitzendbureaus te bestrijden, slimmere samenwerking en meer aandacht voor handhaving van het wettelijke minimumloon en de cao’s. Het net wordt steeds strakker aangetrokken. Ik kom deze zomer met de Wet Aanpak Schijnconstructies, waarmee Nederland ketenaansprakelijkheid voor alle sectoren introduceert.

Geen enkel land kan grensoverschrijdende misstanden alleen bestrijden. Daarvoor is samenwerking nodig. Daarom ben ik ook blij dat ik met mijn collega’s uit Bulgarije, Polen en Roemenië afspraken heb gemaakt om misbruik beter te bestrijden en zie ik kansen om de samenwerking in de Europese Unie verder te versterken.

In Brussel wordt binnenkort besloten een platform tegen zwart werk op te richten. Ik stel voor daar méér van te maken. Een Europees coördinatiecentrum om afspraken te maken voor gemeenschappelijke controles. Een centrum waar alle landen van de EU hun kennis en krachten bundelen.

Er is geen tijd te verliezen. Wie de voordelen van het vrij verkeer wil behouden – en dat wil ik – zal de ondermijning door oneerlijke concurrentie en oneigenlijke verdringing hard en helder moeten aanpakken. De nieuwe Europese Commissie zal met een ambitieuze agenda moeten komen die echt zoden aan de dijk zet. De opdracht is de balans te herstellen en de energie te richten op nieuw werk en eerlijk werk. Geen ontwrichting door migratie gebaseerd op het uithollen van sociale normen.

Als het de nieuwe Europese Commissie lukt deze ambitieuze agenda uit te voeren, zet ik met een gerust hart het sein op groen om code oranje in te trekken.

Dit artikel verscheen op 9 mei in de Volkskrant en The Financial Times

Delen: