Geen stukloon aan de onderkant van de arbeidsmarkt

Geen stukloon aan de onderkant van de arbeidsmarkt

Door Mariëtte Hamer op 21 januari 2011 Delen  

De onderkant van de arbeidsmarkt krijgt eindelijk uitzicht op de uitbanning
van het stukloon. Donderdag is een motie van GroenLinks-collega
Bruno Braakhuis
en mij aangenomen die de regering ertoe verplicht plannen te maken om
‘overeenkomsten van opdracht’ uit te bannen waar ze ongewenst zijn. Dat betekent
onder andere dat bijvoorbeeld postbezorgers, maar ook schoonmakers, niet langer
genoegen hoeven te nemen met een vergoeding per stuk en meer perspectief krijgen
op een arbeidscontract.

Eerder deze maand zegde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toe
om nog dit jaar met een uitgebreide analyse te komen van de positie van de
zogeheten ‘ovo’ in Nederland. Ovo’s (overeenkomsten van opdracht) zijn
contracten die normaal gesproken vaak worden gebruikt door advocaten en
notarissen, maar de laatste tijd steeds vaker opduiken aan de onderkant van de
arbeidsmarkt. Een voorbeeld is dus de postbezorger, die vroeger een normaal
arbeidscontract had, maar tegenwoordig vaak op ‘stukloon’ werkt.

Toen zei ik al dat ik dit fout vind, omdat het een slechter loon betekent,
minder zekerheid en minder bescherming. Postbezorgers hebben weinig in te
brengen bij onderhandelingen, onder andere door het gebruik van de ovo’s. Met
het aannemen van deze motie is de eerste stap gezet naar een postmarkt zonder
stukloon. Dat is hard nodig met het oprukken van dit soort overeenkomsten aan de
onderkant van de arbeidsmarkt. Ik ben dan ook blij dat een meerderheid in de
Kamer zich bewust is van de noodzaak van het terugdringen hiervan.

Delen: