Fractievoorzitter onder Paars: een vrijwel onmogelijke opgave?

Fractievoorzitter onder Paars: een vrijwel onmogelijke opgave?

Door De Redactie op 11 december 2012 Delen  

Fractievoorzitter, politiek leider, beschermheer van de regering, aanjager van het politieke debat, vernieuwer van het politieke gedachtegoed van de PvdA; het zijn allemaal rollen die straks samenkomen in de persoon van Diederik Samsom. Met zijn besluit geen zitting te nemen in het kabinet Rutte-Asscher heeft hij zichzelf belast met een veelvoud van taken die op zijn minst met elkaar concurreren. Het lijkt een vrijwel onmogelijke opgave.

Door Adri Duivesteijn, PvdA-wethouder in Almere

Excelleren in uitruilen
Hoewel de start van Rutte-Asscher anders doet vermoeden, beschikt de premier ten principale over de unieke uitgangspositie zijn kabinet te domineren, en een goede premier is in staat om de samenwerkingspartner(s) in de schaduw te zetten. Ruud Lubbers en ook Wim Kok hebben dat lange tijd laten zien. De vraag is hoe het de PvdA zal vergaan, die vanuit de tweede linie inhoud moet geven aan het kabinetsbeleid en dat met een partij die diametraal tegenover de sociaaldemocratische opvattingen staat.

Sterker nog: het sociaaldemocratische gedachtegoed is door de VVD lange tijd bestreden alsof het het kwaad zelf vertegenwoordigt. Hier ligt een omvangrijke opgave. ‘Bruggen slaan’ lijkt dan ook een vanzelfsprekend motto voor het nieuwe kabinet. Heeft de PvdA, naast haar kabinetsdeelname, vanuit de Tweede Kamer voldoende mogelijkheden om inhoud te geven aan een sociaaldemocratische politiek?

Samsom kan putten uit de schat aan ervaringen die tijdens Paars I en II zijn opgedaan. Het is niet voor niets dat er nog altijd met enige romantiek op deze kabinetten wordt teruggeblikt – zij excelleerde in het uitruilen van onderwerpen. De euforie die gepaard ging met de formatie van Paars I vond haar oorsprong in het buiten de macht plaatsen van de christelijke partijen, waardoor er politieke ruimte ontstond om een veelheid aan ethische onderwerpen (zoals euthanasie en abortus) aan te pakken.

Het nu zo bekende uitruilen van onderwerpen werd al snel een kenmerk van Paars. Maar wat PvdA, VVD en D66 in Paars I nog bond, verdween tijdens Paars II en daarmee verdween ook de glans. Het resultaat: een enorme verkiezingsnederlaag. Hoe voorkomen wij, nu er opnieuw sprake is van een samenwerking tussen PvdA en VVD, dat het uitruilen van onderwerpen – dat de rode draad van het regeerakkoord vormt – er opnieuw toe leidt dat een kabinet sneuvelt? Hoe kan Samsom de PvdA reliëf geven?

Verdedigen of aanvallen
Belangrijk is dat politiek vooral mensenwerk is. Ieder team kent zijn karakters; je hebt fractieleiders die, vanuit de achterhoede, voorkomen dat het team op achterstand wordt gezet, en je hebt fractieleiders die strijden voor de voorsprong. Verdedigers en aanvallers; trendvolgers en trendsetters. Wat dat betreft zijn onder Kok beide spelers in beeld gekomen. Zo was Jacques Wallage een doorgewinterd en gepolijst politicus, die het kabinet letterlijk de wind uit de zeilen kon nemen. Groots waren de momenten waarop hij de kunst van het debatteren in de Kamer kon etaleren, in zijn rol als superieure verdediger van het kabinetsbeleid. Wallage kon de tijd volpraten, zonder dat de oppositie grip op hem kreeg. Het verschil met een persoonlijkheid als Ad Melkert kon niet groter zijn. Melkert was in alle opzichten de aanvaller die altijd wilde winnen, en als dat niet lukte, met hernieuwde moed voor de rest streed. Een ‘rupsje nooitgenoeg’ die de wereld wilde veroveren, liefst vandaag. Hij maakte ruimte door aan te vallen; altijd weer wilde hij méér dan het kabinet, met als gevolg dat de aandacht zich automatisch verplaatste naar de Tweede Kamerfractie van de PvdA.

Toch moet het voor beiden geen gemakkelijke, bij vlagen zelfs hoogst ondankbare taak zijn geweest. Als fractievoorzitter van een regeringspartij ben je tenslotte, bijna persoonlijk, verantwoordelijk voor de politieke stabiliteit van een kabinet in de Tweede Kamer. Een taak die tegenwoordig problematischer is omdat er, met de komst van de LPF en later de PVV, een politieke cultuur is ontstaan die plat is. Dit populistische deel van de oppositie stoot standpunten – superlatieven – uit die niet zijn bedoeld om, door middel van het debat, nog bij te stellen. Het gaat op voorhand om de val van het kabinet en om een roep om vervroegde verkiezingen. Maar ook voor andere partijen lijken dagkoersen te prevaleren. De actualiteit – de virtuele winst, dan wel het verlies – staat een debat over een lange(re)termijnagenda meer en meer in de weg. Voor de fractievoorzitter van een regeringspartij, verdediger of aanvaller, is het de kunst deze beperkte focus te ontstijgen.

Daar zijn bijzondere voorbeelden van te geven. Momenten waarop de politiek zich verplaatste van het kabinet naar de Tweede Kamer, en van de Tweede Kamer naar de samenleving. Ooit mocht ik van dichtbij meemaken hoe Joop den Uyl al worstelend zijn speech voor de openbare ledenvergadering van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond – titel: Socialisme en de vrije ondernemingsgewijze productie – schreef. Tot diep in de nacht schreef hij door, in de middag werd de speech in Nijmegen uitgesproken en in NRC gepubliceerd, en in de avond sprak heel Nederland erover. Den Uyl was briljant: hij wist de gemoederen te raken en de publieke opinie te vormen.

Bolkestein
Later heeft Frits Bolkestein dit ten minste geëvenaard. Als een evenwichtskunstenaar bevrijdde hij zich van de touwen van het ‘regeringspartij zijn’. Hij bewoog zich naar de vrije ruimte van onderwerpen, waarover in het regeerakkoord van Paars I geen afspraken waren gemaakt en nam iedereen, maar vooral de PvdA, trefzeker de maat. Met zijn migratiedebat liep hij ver voor op wat later het Islamdebat van Pim Fortuyn en Geert Wilders zou worden.

Frits Bolkestein problematiseerde maatschappelijke vraagstukken en vroeg de politiek, in casu het kabinet, daar aandacht aan te besteden. De rest kon slechts volgen, en toezien hoe Bolkestein – ondanks het feit dat hij de tweede regeringspartij vertegenwoordigde – voorop ging in het oppositievoeren. Wat Bolkestein deed met de migratie, deed Melkert tijdens Paars II met de overheid. Lange tijd was sprake geweest van aversie jegens de overheid. Via het debat in de Tweede Kamer en met name via het aanscherpen van het financieel beleid kreeg Melkert het voor elkaar de rol van de overheid en de daarmee samenhangende publieke waarden terug op de politieke agenda te brengen. De overheid beleefde er zelfs een revival door; thema’s als onderwijs, zorg en politie konden plotseling op een herwaardering rekenen.

Heeft de PvdA, in een kabinet met de VVD, een kans om de sociaaldemocratische waarden om te zetten in daden? Kan dat met het uitruilen van doelen en de bijbehorende middelen, of zouden wij moeten streven naar een synthese van het liberale en sociaaldemocratische gedachtegoed?

Vernieuwing
Feit is dat er grote uitdagingen liggen. Met Lodewijk Asscher heeft de PvdA een leider in het kabinet gekregen, met Samsom een leider in het parlement. Wat zou het mooi zijn wanneer de PvdA er op twee fronten in zou slagen te komen tot werkelijk nieuw beleid. Binnen het kabinet, door uitruiltransacties te overstijgen en te streven naar méér dan dat. Binnen het parlement, door toonaangevend te zijn in het discours en dat te combineren met een modern politiek activisme. De samenleving verdient het dat er vanuit het parlement weer toonaangevend over de samenleving wordt gesproken, dat er opnieuw thema’s centraal worden gesteld die werkelijk maatschappelijk relevant zijn.

En, tot slot, wat zou het mooi zijn als er – onder leiding van Hans Spekman – een échte vernieuwing van de sociaaldemocratische uitgangspunten tot stand zou komen. Geen vage en vloeibare progressieve noties, maar het daadwerkelijk doordenken van de verschillende publieke stelsels (zorg, wonen, onderwijs) en het leggen van een basis voor een nieuwe eeuw, waarin burgerkracht en -initiatief centraal staan in een sociaaldemocratische samenleving.

Samsom zelf staat, naar mijn gevoel, voor een moeilijke opgave. Dat wil echter niet zeggen dat hij daar niet in kan slagen. Want was het niet zo dat wij het herstel van de PvdA, tot enkele weken voor de verkiezingen, niet voor mogelijk hielden? Het moet, kortom, kunnen, met een persoon die de kwaliteiten van het verdedigen en aanvallen weet samen te brengen.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma