Fenomeen ‘weigerambtenaar’ bijna geschiedenis

Fenomeen ‘weigerambtenaar’ bijna geschiedenis

Door Pierre Heijnen op 29 mei 2013 Delen  

Vandaag bespreek ik in de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van D66 om een einde te maken aan de gewetensbezwaarde ambtenaar, doorgaans ‘weigerambtenaren’ genoemd. De Partij van de Arbeid is er trots op dat Nederland het eerste land was waar homoparen met elkaar kunnen trouwen. Het bestaan van gewetensbezwaarde ambtenaren doet afbreuk aan het feit dat in Nederland homoparen dezelfde rechten hebben als heteroparen. Daarom kan ik mij in het geheel vinden in dit voorstel van D66 en zal ik met overtuiging dit voorstel verdedigen.

Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten geen nieuwe ambtenaren mogen benoemen die weigeren om homo’s te trouwen. Voor zittende weigerambtenaren geldt dat dit gemeenten samen met de betreffende ambtenaren moeten zoeken naar ander passend werk. Pas als er geen passend ander werk kan worden gevonden, mogen deze ambtenaren worden ontslagen.

Hieronder mijn integrale inbreng aan het debat:

‘In Nederland bestaat het homohuwelijk al ruim twaalf jaar. Inmiddels kunnen mensen van gelijk geslacht in vijftien landen in vier continenten en een aantal staten in de VS en Mexico een burgerlijk huwelijk afsluiten. En die stroom rijst al meer en meer. Het wachten is nu op Duitsland waar de FDP onder druk van conservatieve krachten in CDU en vooral CSU nog aarzelt.

In Nederland is het homohuwelijk in die twaalf jaar ingeburgerd, zowel in de familie, de buurt als in de bladen en de media als het om BN-ers gaat. De PvdA juicht dit toe. Omdat het de gelijkwaardigheid van mensen onderstreept, ongeacht van wie ze houden. Omdat mensen die worstelen met hun identiteit – vaak onder invloed van conservatieve opvattingen – zich gesteund weten door niet alleen de materiële, maar ook de formele gelijkstelling van verschillende samenlevingsvormen. Omdat het helpt om taboes te doorbreken in sectoren, neem de sport, waar homoseksualiteit nog steeds niet geaccepteerd wordt.

Nederland mag trots zijn op het feit dat het in 2001 het eerste land was dat het burgerlijk huwelijk ontsloot voor mensen van gelijk geslacht. De strijd voor gelijke rechten van homo’s en hetero’s mag in Nederland flink zijn gevorderd, in teveel andere landen, zelfs in de EU is het nog steeds een onderwerp waarvoor mensen de straat op moeten gaan, moeten demonstreren en daarbij het risico lopen met geweld geconfronteerd te worden. De tegenstanders krijgen met enige regelmaat wind in de zeilen voor hun verzet door ondoordachte uitspraken van religieuze en politieke leiders, of het nu gaat om de paus of Poetin. Homofobie moet in onze visie actief worden bestreden door de overheid en dat begint met geen onderscheid toe te staan door overheidsdienaren van homo’s en hetero’s. Wij hebben stellig de indruk dat het geweld tegen homo’s minder is in samenlevingen waarin de overheid de gelijkwaardigheid van homo’s en hetero’s in wet- en regelgeving heeft neergelegd. Omgekeerd zal bij twijfel van overheidswege over deze gelijke positie de grond voor discriminatie en erger van homo’s groter zijn.

Vanaf het begin af aan is er discussie geweest over de positie van gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand. De PvdA heeft oog voor gewetensbezwaren van mensen met een publieke taak bij het uitoefenen van hun functie, of verplichtingen die de overheid jegens burgers oplegt. Het was heel goed dat gewetensbezwaarden vervangende dienstplicht konden doen. Dat begrip voor gewetensbezwaarde ambtenaren is echter niet onbegrensd. Gewetensbezwaren tegen het werken op bepaalde dagen, of tegen het werken met bepaalde wapens/producten zijn van een andere orde dan gewetensbezwaren die in strijd zijn met de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen. Van medewerkers in overheidsdienst mag verwacht, nee geëist worden dat men vrouwen en mannen gelijkwaardig behandeld en dat geldt evenzeer ten aanzien van homo’s en hetero’s. Aantasting daarvan kan niet vanwege de overheid, door overheidsfunctionarissen plaatsvinden, ook niet of zelfs juist niet met een beroep op gewetensbezwaren.

De PvdA juicht dit wetsvoorstel dan ook toe. Het schept helderheid, waar de Raad van State onhelderheid schept. In haar advies schept zij nadrukkelijk ruimte voor gewetensbezwaren als grond om overheidsdienstverlening, in casu het voltrekken van een burgerlijk huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht, te weigeren. De PvdA is het daar samen met de indieners fundamenteel mee oneens.

De PvdA is trots op de Nederlandse ambtenaren. Zij kenmerken zich door loyaliteit aan wet- en regelgeving en het beleid van het politieke bestuur. Nederland kent geen politieke ambtenaren die wisselen met de wisseling van regeringen. Maar ambtenaren met een zeer grote toewijding aan de publieke zaak, zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Ook als zij het daar persoonlijk op onderdelen niet mee eens zijn, of zelfs gewetensbezwaren tegen hebben. In dat laatste geval wordt altijd een oplossing gevonden door ander werk binnen of buiten de dienst te gaan doen waar men niet gehinderd wordt in de uitoefening van de functie door deze bezwaren. De PvdA begrijpt niet dat de Raad van State in haar advies zo weinig aandacht heeft besteed aan de precedentwerking van het honoreren van gewetensbezwaren bij overheidsdienaren.

Dan mijn vragen. Ziet de PvdA het goed dat de initiatiefnemers het aan gemeentebesturen overlaten of ze de betrokken gewetensbezwaarde ambtenaren hun functie als ambtenaar burgerlijke stand laten behouden, een andere functie geven, of – als dat niet lukt – ontslaan? Welke mogelijkheden zijn er om alle gemeenten te bewegen zittende gewetensbezwaarde ambtenaren een andere functie te geven of zo nodig te ontslaan? In de nota naar aanleiding van het verslag wordt gesproken over autonomie van gemeenten en over het wel erg ruw opzijzetten van afspraken en gewekte verwachtingen. Waar vindt die gemeentelijke autonomie zijn grenzen? Mag twaalf jaar na invoering van het homohuwelijk nog gesproken worden over het ruwweg opzij zetten van ambtenaren die weigeren om de wet uit te voeren? Hebben de initiatiefnemers geen sluitende wetgeving overwogen? Om welke reden is daarvan afgezien?

Meneer de voorzitter,
Afsluitend. In ons Nederland lopen heter- en homoseksuele stellen onbelemmerd gearmd of hand in hand over straat, niet alleen in de grachtengordel, maar ook in de Schilderswijk of in Staphorst. Ik ben ervan overtuigd dat dit ideaal door de hele Kamer wordt gedeeld. Dat Nederland kan worden bereikt. Door als overheid een duidelijke norm te stellen. En geen enkel misverstand te laten bestaan. In Nederland is geen plaats voor institutionele discriminatie van mensen op basis van geaardheid. Hoe kunnen we burgers aanspreken op discriminatie als de overheid in al haar geledingen niet het juiste voorbeeld geeft. Laten we samen dit Nederland dichterbij brengen. Door ervoor te zorgen dat de overheid en haar beambten op geen enkele manier aanleiding kunnen geven tot een rechtvaardiging/legitimiteit van discriminatie op basis van seksuele geaardheid.’

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma