Experimenten voor een betere Participatiewet

Experimenten voor een betere Participatiewet

Experimenten voor een betere Participatiewet

Door John Kerstens op 5 oktober 2016 Delen  

Vandaag bereikte staatssecretaris Jetta Klijnsma met een aantal gemeenten overeenstemming over het starten van experimenten in het kader van de Participatiewet. De daarvoor benodigde algemene maatregel van bestuur gaat nu naar de Raad van State met als doel inwerkingtreding op 1 januari aanstaande. Dat is goed nieuws, want ik heb stevig op het mogelijk maken van zulke experimenten aangedrongen. Coalitiepartner VVD was daar overigens tegen, maar heeft uiteindelijk z’n verzet opgegeven. Logisch, want een door mij met GroenLinks ingediende motie om experimenten toe te staan kon ook zonder de VVD rekenen op een Kamermeerderheid.

De Participatiewet beoogt (onder meer) op een bijstandsuitkering aangewezen mensen die iets of soms een heleboel meer hulp nodig hebben om mee te doen op de arbeidsmarkt die hulp ook te geven. Werk betekent immers elke maand salaris in plaats van een uitkering. Maar het betekent ook structuur in je leven, sociale contacten, jezelf ontwikkelen, meedoen, er toe doen. Stuk voor stuk hartstikke belangrijk voor het welzijn van mensen.

De uitvoering van de Participatiewet is in handen van gemeenten: die staan het dichtst bij mensen, zijn dus het best in staat rekening te houden met hun persoonlijke omstandigheden en om zo maatwerk te leveren. Dat is wat de wet nadrukkelijk ook van gemeenten verlangt: maatwerk. Met de nu overeengekomen experimenten kunnen we meer zicht krijgen op waarmee mensen het best richting werk kunnen worden geholpen. Want we moeten doen wat helpt en stoppen met wat dat niet doet. Wat niet helpt in mijn beleving is (om het cru te zeggen) mensen verwijten dat ze op een uitkering aangewezen zijn, net doen alsof we ze alleen met een stok van de bank af krijgen en ze vervolgens de schuld te geven van het feit dat er niet genoeg banen zijn. Dat staat vèr af van de respectvolle, fatsoenlijke bejegening waarop mensen recht hebben en waar de Partij van de Arbeid voor staat.

In het kader van de experimenten mogen bijstandsgerechtigden bijvoorbeeld onder voorwaarden extra bijverdienen (zodat de financiële prikkel om te gaan werken groter wordt), kan ervoor worden gekozen aan hen minder verplichtingen dan normaal op te leggen of kan juist sprake zijn van extra begeleiding. Allemaal zoals gezegd in het teken van hoe mensen het beste richting werk kunnen worden geholpen.

Afgesproken is dat in totaal 25 gemeenten aan de experimenten mogen gaan meedoen. Groningen, Nijmegen, Tilburg en Utrecht zijn daarvan de eerste vier. Elk experiment duurt twee jaar.

Delen: