Europese klimaatpolitiek creëert onzekerheid

Europese klimaatpolitiek creëert onzekerheid

Europa lijkt blind te vertrouwen op emissiehandel. Deze handel in broeikasgas
doet het klimaatbeleid meer kwaad dan goed. Het wordt dan ook tijd dat we de
koers verleggen naar een helderder en meer zichtbare vorm van klimaatpolitiek.
Hierover is op 27 augustus een opiniestuk van mij verschenen in het Financieele
Dagblad.

Op de belangrijke Kopenhagen-conferentie, die in december tot een nieuw
wereldwijd verdrag moet leiden over het reduceren van broeikasgassen, zal de
Europese Unie zichzelf ongetwijfeld als de toonaangevende speler beschouwen. Als
enige mondiale speler van belang heeft Europa een serieuze poging gedaan de
emissiedoelen te halen die in 1997 in Kyoto werden afgesproken. Het
paradepaardje was daarbij het Europees systeem van emissiehandel. De gekozen
aanpak zal in Kopenhagen als een succes verkocht worden.

Terecht verdient Europa het compliment dat het in zo’n korte tijd een
handelssysteem van de grond wist te krijgen waaraan 27 landen zich
committeerden. Maar in de praktijk heeft emissiehandel het milieubeleid weinig
goeds gebracht. Sterker nog: de extreme volatiliteit van de verhandelbare
CO2-rechten, en de telkens terugkerende onzekerheid over toekomstige
allocatiemethoden van emissierechten, vormen een sta-in-de-weg voor
investeringen in duurzame energie die zich vaak pas op de lange termijn
terugbetalen. Met al zijn tekortkomingen is de Europese vorm van emissiehandel
daarom weinig geschikt om op mondiale schaal in te voeren.

Er zijn twee belangrijke oorzaken aan te wijzen waarom de Europese
emissiehandel het klimaatbeleid meer kwaad dan goed doet. Ten eerste worden
emissierechten aan meer dan 90% van bestaande en nieuwe installaties gratis
toegewezen op basis van historische uitstootgegevens. Er is de opmerkelijke
situatie dat in de meeste Europese landen een nieuwe — maar vervuilende —
kolencentrale meer emissierechten ontvangt dan een nieuwe —minder vervuilende —
biogascentrale.

Gratis toewijzen van waardevolle emissierechten op basis van CO2-uitstoot is
een perverse prikkel die werkt als een heffing op schone en efficiënte
installaties. Die perverse prikkel kan overigens makkelijk teniet worden gedaan:
lange tijd werd gehoopt dat het veilen van emissierechten vanaf 2012 de norm zou
worden. Om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven niet uit te hollen heeft
de Europese Commissie onlangs toch besloten om ook ná 2012 vrijwel alle
emissierechten gratis uit te delen.

Ten tweede blijkt het handelssysteem zeer gevoelig voor de conjunctuur en
invloeden van buitenaf. Zo alarmeerde de Britse milieuorganisatie Sandbag dat,
op basis van geprojecteerde uitstootcijfers, er binnen de EU een extreme
overallocatie van 400 megaton CO2-emissierechten zou zijn in de handelsperiode
2008-2012. Dat is gelijk aan bijna tweemaal de totale jaarlijkse CO2-uitstoot in
Nederland. Een prijscrash zou normaal gesproken het onherroepelijke gevolg zijn,
maar door de mogelijkheid emissierechten mee te nemen naar een volgende
handelsperiode blijven emissierechten uit de huidige handelsperiode enige waarde
houden.

Het gevolg is wél dat de ‘gebakken lucht’ van deze bewaarde emissierechten
zal zorgen dat een groot percentage van de reductiedoelstellingen in de periode
na 2012 nu al bereikt is. Op zo’n manier creëert het systeem natuurlijk geen
stimulans voor innovatie en duurzame energie. Bedrijven als Nuon en Corus willen
best investeren in schone energie, maar moeten een grote risico-opslag berekenen
vanwege onzekerheid over het systeem.

De ervaring van bijna vijf jaar emissiehandel leert ons dat het niet zo
makkelijk is om op een stabiele wijze innovatie in schone installaties te
prikkelen. Toch is niet alle hoop verloren voor de gekozen aanpak. Maar dan moet
Europa durven kiezen voor een stevig tekort én het veilen van alle
emissierechten. Bedrijven kunnen dan niet meer profiteren van een riant pakketje
gratis emissierechten.

Daarentegen blijft het mondiaal gezien niet verstandig om sterk afhankelijk
te worden van emissiehandel. Alternatieve manieren van klimaatpolitiek zoals het
belasten van CO2-uitstoot (accijnzen) of een koplopermodel (het gelijkmatig
opschroeven van de milieucriteria voor fabrieken en energiecentrales) zorgen
voor een veel voorspelbaarder beleid. Deze systemen zijn bovendien een stuk
makkelijker in te voeren, zijn minder fraudegevoelig en hebben geen complexe
administratie nodig.

In Europa lijkt de gekozen klimaatpolitiek helaas juist vooral onzekerheid te
creëren. En dus blijven vervuilers én duurzame ondernemers de kat uit de boom
kijken. In plaats van blind te vertrouwen op het succes van emissiehandel moet
Europa pleiten voor een grotere mix in het klimaatbeleid, zodat het minder leunt
op emissiehandel. Dat zal ongetwijfeld meer overtuigen.

Delen: