Een Europese aanpak tegen kindermisbruik

Een Europese aanpak tegen kindermisbruik

Door Emine Bozkurt op 27 december 2010 Delen  

De grote Amsterdamse zedenzaak
houdt
de gemoederen bezig
in Nederland. Daar
kwam
nog de zaak op een kinderdagverblijf in Flevoland bij
. Ook in Oostenrijk
kwam
een grote kinderpornozaak aan het licht
. Onder de verdachten vier leraren en
iemand die net als de verdachte Robert M. in de Amsterdamse zaak op een
kinderdagverblijf werkt. Wim Deetman
presenteerde
afgelopen maand zijn rapport
over jarenlang misbruik binnen de
rooms-katholieke kerk. Natuurlijk reageert de samenleving geschokt. Er is veel
ongeloof en boosheid dat dit allemaal onder onze neus gebeurt. Er is de roep om
een stevige aanpak, om gerechtigheid, en die is terecht.  Hoe kon het
bijvoorbeeld toch gebeuren dat M., die in Duitsland al  tegen de lamp liep, in
Nederland ogenschijnlijk rustig verder kon gaan?

Internationale dimensie
Het is duidelijk dat de internationale dimensie een steeds grotere rol speelt
bij kinderpornonetwerken. Daders werken helaas beter samen over de grens dan de
instanties die ze moeten bestrijden.

Mensenhandelaars bewegen over de grens en halen overal kinderen vandaan voor
hun monsterlijke praktijken zoals kinderprostitutie of kinderporno. Dit
materiaal wordt dan weer digitaal verspreid naar alle delen van de wereld.

Kinderen, de meest kwetsbaren in onze samenleving, worden zowel binnen als
buiten Europa slachtoffer en hebben bescherming nodig. Dan gaat het over
preventie van kindermisbruik, maar ook over een zeer zorgvuldige omgang met de
slachtoffertjes door ze tijdens het proces niet aan de daders bloot te stellen.

Beter samenwerken
Bij het bestrijden van netwerken en daders moeten de Europese lidstaten meer met
elkaar samenwerken op justitieel terrein. We zien dat de samenwerking via
Eurojust en Europol, de Europese organisaties voor justitiële samenwerking,
vruchten begint af te werpen bij het oprollen van netwerken van kindermisbruik
en kinderporno.

Maar dit vraagt ook een grote inspanning van de lidstaten zelf om
bureaucratische barrières op te ruimen, die het effectief bestrijden van
kindermisbruik in de weg zitten. De uitwisseling van gegevens moet nog veel
beter, sneller en efficiënter.

Nieuwe wetgeving
In het Europees Parlement werken we aan nieuwe wetgeving die kindermisbruik en
kinderporno moet bestrijden. Er ligt een voorstel van de Europese Commissie dat
we 10 januari a.s. gaan bespreken. Nieuw hierin is het strafbaar maken van
‘grooming’, het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel
met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de
seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen.

Daarnaast moet sekstoerisme een reden tot strafverzwaring zijn. Wat het
huidige voorstel mist is een afschaffing of verlenging van de verjaringstermijn
in het geval van kindermisbruik. In sommige gevallen, zoals met het misbruik in
de rooms-katholieke kerk, kan dat er toe  leiden dat de daders de dans
ontspringen, omdat slachtoffers pas vele jaren later de moed hebben om aangifte
te doen.

Kindermisbruik verjaart niet. Ik zal daarom voorstellen de nieuwe wetgeving
in die zin aan te passen.

Nooit meer werken met kinderen
Wat Robert M betreft, het zou veroordeelde daders van kindermisbruik verboden
moeten worden om ooit nog met kinderen te werken. En ik vind dat het niet moet
uitmaken of het betaald of vrijwilligerswerk is.

Helpt een Europees pedoregister daarbij? De roep hierom vanuit de Tweede
Kamer is duidelijk, maar die gaat voorbij aan het feit dat er al een Europees
Strafregister (ECRIS) in de maak is, dat eind april 2012 operationeel moet
worden. Het is de bedoeling dat rechters bij een rechtszaak dit register kunnen
raadplegen of er veroordelingen in andere lidstaten zijn.

Met enige aanpassingen zou dit systeem ook gebruikt kunnen worden om te
zorgen dat veroordeelde kindermisbruikers nooit meer met kinderen werken in alle
lidstaten van de Europese Unie.

Ik pleit voor een Europese verklaring omtrent gedrag, die gekoppeld wordt aan
dat strafregister. Hiermee zou elk kinderdagverblijf, elke sportvereniging, elke
school, vooraf precies kunnen weten met wie ze aan de slag wil gaan.

Enkel een Europese aanpak voorkomt dat kindermisbruikers ongehinderd over de
grens verder kunnen gaan met hun praktijken.

Delen: