Europa heeft een Europees Monetair Fonds nodig

Europa heeft een Europees Monetair Fonds nodig

Door Thijs Berman op 8 december 2010 Delen  

De strijd die de Europese lidstaten nu voeren ter bescherming van de Europese
economie lijkt een epos zonder einde. Onheilspellend is dat de lidstaten
vergeefs hoopten dat een tijdelijk noodfonds van €750 miljard rust zou brengen
op de markten. Het IMF en de Europese Centrale Bank pleiten nu voor een hoger
bedrag in de pot. Het noodfonds zou namelijk niet toereikend zijn wanneer een
land als Spanje er een beroep op zou moeten doen. Het spekken van die pot is
echter een halve maatregel. Er is een andere structurele oplossing nodig voor
deze omvangrijke crises in de Eurozone. Een Europees Monetair Fonds (EMF) is dan
de beste keuze.

In het begin van dit jaar heb ik al samen met andere Sociaaldemocraten in de
EU gepleit voor zo’n EMF. De €750 miljard van het huidige noodfonds moet
ondergebracht worden in een permanent fonds. Het EMF moet de mogelijkheid
krijgen om op korte termijn meer kapitaal aan te trekken op de financiële
markten. Dit kan uiteindelijk zelfs resulteren in de creatie van
gemeenschappelijke Euro obligaties. Naast het permanente karakter zou het
verschil met het huidige noodfonds moeten zijn dat alle lidstaten van de
Eurozone aan het EMF zullen moeten bijdragen naar rato van het risico dat ze
vertegenwoordigen.

Voor de lange termijn is dit systeem disciplinerend, solidair en waardevast.
Wie zich niet aan begrotingsafspraken onder het Stabiliteits- en Groei Pact
houdt, moet meer bijdragen aan het fonds. Indien er sprake is van crisis, kan
een lidstaat een beroep doen op een lening tegen redelijke rente. Daar hoort dan
wel een bezuinigingsprogramma bij dat wordt afgesproken met de Europese
Commissie en de landen van de Eurozone.

De financiële crisis heeft duidelijk gemaakt dat er rond de Euro
mooiweerafspraken zijn gemaakt, zonder regenjas of zelfs maar een paraplu voor
de aanpak van diepgaande crises. Er is gedacht dat wanneer ergens publieke
uitgaven te hoog werden, een beetje druk van de andere lidstaten genoeg zou zijn
om bezuinigingen in gang te zetten. Duitsland en Frankrijk lieten al jaren
geleden zien dat dit niet werkte. Maar meer coördinatie van economisch beleid
was taboe, openheid over de nationale boekhouding evenzo. Zo kan de hevigste
financiële crisis uit de geschiedenis lidstaten aan het randje van de afgrond
laten balanceren.

De keiharde en moedige bezuinigingsmaatregelen in Griekenland zijn niet
voldoende om het vertrouwen terug te brengen. Investeerders twijfelen over twee
vragen, het toekomstig groeipotentieel van de zuidelijke EU lidstaten en de
solidariteit binnen de Eurozone. Onduidelijkheid over deze kwesties wordt
vergroot door traagheid in besluitvorming binnen de EU en de wantrouwende
houding van landen die het momenteel niet zo slecht doen.

De vraag is ook op welke manier de EU de concurrentie wil aangaan met
opkomende economieën als China. De zwakke economieën binnen de EU kunnen hun
economische groei momenteel niet uit de export halen, zoals Duitsland en
Nederland. De toekomstige rijkdom van een land als Griekenland zit evenmin in
Delphi, hoe essentieel het toerisme ook is.

Uiteindelijk is de toekomst van dit land afhankelijk van verdere
investeringen in de bevolking: onderwijs en opleiding, mobiliteit op de
arbeidsmarkt. Dit is een proces van jaren en kan alleen worden bewerkstelligd
door een combinatie van geld en stabiliteit op de financiële markten. Wat de
markt momenteel aan landen als Griekenland biedt zijn woekerrentes en
instabiliteit.

Het is dus tijd om ditmaal de markten voor te zijn door snel te komen met een
EMF waardoor er rust ontstaat op de financiële markten en er een structurele
oplossing ontstaat, ook voor toekomstige crises. Iedere dag dat we wachten met
de besluitvorming over dit fonds, is een extra dag aan hoge rentes voor de
lidstaten in problemen. Heel Europa heeft daar last van.

Het huidige proces van brandjes blussen met een waterpistool is niet
houdbaar. Een brandslang is beter. We moeten krachtig duidelijk maken dat als
een van ons in moeilijkheden komt, we er gezamenlijk achter staan. Geen blanco
cheque, maar ook geen verdeeldheid. Of we doen het samen en met overtuiging, of
we blijven achter de feiten aanlopen.