Einde aan megabonussen voor bankiers

Einde aan megabonussen voor bankiers

Door Thijs Berman op 10 juli 2010 Delen  

Deze week zal het Europees Parlement stemmen over de aanpak van bonussen in
de financiële sector. Het compromis dat tussen de Europese Raad van ministers,
de Europese Commissie en het Europees Parlement is gesloten, belooft een
serieuze aanpak van de cultuur die heeft geleid tot onverantwoorde risico’s.

Kilian Wawoe van de Vrije Universiteit kwam vorige week tot de conclusie dat
bonussen aanzetten tot het nemen van extreme risico’s die niet in het belang van
het bedrijf en de samenleving zijn.

Wetenschappelijk was al aangetoond dat de bonuscultuur niets meer te maken
had met de prestaties van een bank. In het boek ‘De prooi’ van de Nederlandse
journalist Jeroen Smit wordt de generatiekloof tussen bankiers van de oude
stempel en bankiers van de nieuwe stempel helder beschreven. Bestuurder Wilco
Jiskoot (nieuwe stempel) wil het oude ABN model van kredietverlening aan het
bedrijfsleven en particulieren aanvullen met de nieuwe Angelsaksische vorm van
bankieren. Deze generatie bankiers verzint innovatieve en zeer risicovolle
producten. Meer dan de helft van het geld dat ze verdienen voor de bank krijgen
ze uitgekeerd in bonussen. In het boek wordt pijnlijk duidelijk dat het wonder
dat ‘investment banker’ heet ABN AMRO meer geld kost dan het oplevert. Volgens
Jiskoot komt dit omdat ze hun investeringsbankiers (gemiddeld 2 miljoen euro per
jaar) te weinig betalen ten opzichte van de Amerikaanse investeringsbanken. De
oude generatie bankiers snapt hier niets van. Bankier zijn is voor hen ten
principale dienstig zijn aan de samenleving en mensen helpen hun dromen te
verwezenlijken.

Er is veel veranderd in het gedrag van bankiers. De nieuwe generatie bankiers
staat niet meer tussen de mensen, omdat zij in een virtuele economie hun geld
verdienen. Megabonussen creëren voor hen perverse prikkels om steeds hogere
risico’s te nemen. Door hun ongekende rijkdom en hun permanente bemanning van
het kantoor hebben ze hun antenne voor wat er leeft in de samenleving verloren.
Deze moderne variant van de alchemie – geld maken met wind – heeft flink
bijgedragen aan de ongekende recessie waarin de wereld zich nu bevindt. Omdat ze
de maatschappij als onderpand gebruikten heeft diezelfde maatschappij zich
ironisch genoeg moeten redden door hen te redden. In no-time hebben de
alchemisten zich hersteld, hun leningen afbetaald en hun megabonussen in ere
hersteld. Ze speculeren er weer vrolijk op los en maken producten die zelfs geld
opleveren wanneer er verlies wordt geleden. Het failliet van Griekenland zou een
aantal banken schatrijk kunnen maken dankzij deze ‘financiële innovatie’.

Jarenlang hebben de PvdA en de vakbonden de bonuscultuur ter discussie
gesteld op dezelfde wijze als de vorige generatie bankiers dat deed. Kennelijk
is het bankiersvak niet iets waarin men nog plezier beleeft van het dienstbaar
zijn aan de ander, maar een permanente last die enkel kan worden verlicht door
financiële voordelen. De oud-ambtelijke structuur van het bankwezen is
sluipenderwijs getransformeerd in een geoliede machine van prestatiegedreven
managers. Hier is in essentie niets mis mee. Bonussen zijn instrumenten om
mensen te belonen voor uitzonderlijke prestaties of omdat zij zich structureel
meer hebben ingezet dan collega’s. Waar het fout gaat is wanneer de bonus een
doel op zich wordt en niet het middel om dat doel te bereiken.

De maatschappij kan het zich niet nog eens permitteren om de financiële
sector geheel vrij te laten in het bepalen van haar bonusbeleid. Het bereikte
Europese compromis zet eindelijk een stap in de richting waar de
sociaaldemocraten zich altijd hard voor hebben gemaakt. Zo zullen bankiers niet
meer dan 30% van hun bonus direct kunnen ontvangen. Het overige deel wordt veel
later uitbetaald, voor de helft in aandelen en bovendien gekoppeld aan lange
termijnprestaties. De riante gouden handdrukken zullen worden beperkt en
bonussen worden meer gekoppeld aan het basissalaris en de prestaties van het
bedrijf.

Jarenlang is via niet-bindende richtlijnen geprobeerd de bonuscultuur aan te
pakken. In Nederland gold de code-Tabaksblat als richtlijn voor de financiële
sector om verantwoord met bonussen om te gaan. Het niet-bindende en nationale
karakter maakte de code echter een wassen neus. De bankwereld ging gewoon door
met haar bonusbeleid, zonder aan de maatschappelijke onvrede tegemoet te komen.
Europa komt nu met bindende en grensoverschrijdende regelgeving. Na jarenlang de
wortel te hebben gehanteerd is het nu tijd voor de stok.

Delen: