Blijvende bezwaren tegen beboeten langstudeerders

Blijvende bezwaren tegen beboeten langstudeerders

Door Ruud Koole op 18 januari 2012 Delen  

De wet die langstudeerders beboet blijft bij de leden van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer de nodige vragen en bezwaren oproepen. Vooral de gevolgen voor deeltijdstudenten baren ons zorgen. Het is oneerlijk om mensen die een studie combineren met bijvoorbeeld een baan of met een gezin te confronteren met een boete, omdat zij te goeder trouw vaak een langer studietraject nodig hebben dan studenten die geen baan of gezin hebben.

De regering stelt dat de langstudeerdersmaatregel deeltijdstudenten niet disproportioneel benadeelt, maar maakt dat op geen enkele wijze aannemelijk. Bovendien ontbreekt overgangsrecht voor huidige deeltijdstudenten. We hebben de regering daarom opnieuw gevraagd uitgebreider in te gaan op mogelijk negatieve effecten voor deeltijdstudenten.

Een ander voorbeeld voor wie deze maatregel bijzonder negatief kan uitvallen, is de leraar die zich laat bijscholen, daarvoor een vergoeding van het ministerie ontvangt en tegelijkertijd een forse boete voor te lang studeren op zijn bordje krijgt.

De wet is in juni vorig jaar, met de stem van de PvdA tegen, aangenomen. Wel is toen met onze steun in de Eerste Kamer een motie aanvaard die de regering vraagt nog eens goed naar de positie van deeltijdstudenten te kijken.

Eind vorig jaar zijn de zorgen over de gevolgen van de langstudeerdersmaatregel voor deeltijdstudenten in een brief aan de staatssecretaris van Onderwijs nog eens herhaald. De beantwoording door de regering van de vragen over de speciale positie van deeltijdstudenten, stelde de leden van de PvdA-fractie zeer teleur. Op geen enkele manier wordt op mogelijk negatieve effecten ingegaan. Er wordt slechts gesteld dat er vanuit wordt gegaan dat de instellingen in het Wetenschappelijk Onderwijs nu maatregelen nemen om de deeltijdopleidingen beter te laten aansluiten op de nominale studieduur.

De oproep om de opleidingen beter te laten aansluiten bij de nominale studieduur, betekent ofwel dat die deeltijdopleiding voor bepaalde categorieën studenten onmogelijk wordt omdat het deeltijd-karakter er feitelijk aan wordt ontnomen, dan wel dat instellingen door het ruimhartig verlenen van vrijstellingen voor vakken of het verlagen van het studieniveau het makkelijker maakt om de deeltijdstudie op de nominale studieduur aan te sluiten. Dat is voor de betrokkenen niet goed, zou leiden tot diploma-inflatie. Dat moeten we dus niet willen.