Een discussie zonder middenweg

Een discussie zonder middenweg

Door Frans Timmermans op 11 juli 2009 Delen  

Op volkskrant.nl en in de opinieserie ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over
de partij’ schrijf ik over de boerka, waar in Europa – zo blijkt – heel
verschillend tegenaan wordt gekeken.

Het is een discussie zonder middenweg, die over de boerka. Dat zie je het
duidelijkst als je de situatie in Engeland met die in Frankrijk vergelijkt.
Laatst werd daar bij Newsnight, ’s avonds laat op de BBC, een interessante
discussie over gevoerd tussen Bernard-Henri Lévi en Ken Livingston. Trouwens,
discussie is niet het juiste woord, want er werden alleen over en weer
standpunten uitgeschreeuwd. ‘Beau gosse’ BHL, fel pleitbezorger van het
boerkaverbod, gooide het helemaal op de vrijheid van de vrouw en de gelijkheid
van man en vrouw. De boerka was het symbool van onvrijheid en ongelijkheid en
kon dus niet worden getolereerd. Vrijheid en gelijkheid, liberté et égalité,
waren zijn voornaamste strijdpunten.

In feite waren dat ook de strijdpunten van Livingston, die het gooide op de
vrijheid je te kleden zoals je zelf wil, met puntmuts, helemaal in het leer of
met een boerka. En op de gelijkheid, maar dan die tussen religies. Een wit
boordje, een soutane of een tulband? Nou dan ook een boerka. Daarnaast verweet
Livingston de Fransen en dan met name president Sarkozy, dat men op een goedkope
manier electoraal gewin uit de boerkadiscussie probeerde te halen. Hoewel ik
niet uitsluit dat electorale motieven een rol spelen, is dat verwijt zo niet
misplaatst, dan toch wel overdreven. Het getuigt in ieder geval van onbegrip
voor de Franse situatie. Of misschien snapt Livingston het donders goed, maar
spelen bij hem evenzeer electorale motieven.

Interessant is dat een boerkaverbod in Frankrijk toch vooral als ‘links’
wordt gezien, aangezien het meteen wordt verbonden met de strijd om religie uit
het publieke domein te houden, een strijd die al tweehonderd jaar een essentieel
bestanddeel is van de Republiek. Terwijl het in Engeland meteen met extreem
rechts in verband wordt gebracht. In Engeland is het juist ‘links’ om heel erg
tegen een boerkaverbod te zijn, omdat daar juist godsdienstvrijheid en de
vrijheid om jezelf te zijn worden gezien als een links strijdpunt, want veroverd
op het establishment, waaronder de Anglicaanse kerk.

In Nederland loopt dit alles door elkaar heen, als chocola in een marmercake.
Misschien komt dat deels omdat bij ons zowel Britse als Franse invloeden
meespelen. Maar de voornaamste reden zal wel zijn dat wij een land zijn waar de
verzuiling is verdwenen en toch ook weer niet, waar individualisme en
collectivisme zoeken naar een nieuw evenwicht, waar de islam vrees inboezemt en
waar geduld geen ruimte meer krijgt.

In onze discussie worden de argumenten van BHL en van Livingston letterlijk
links en rechts door elkaar gebruikt. Maar op minstens één punt doen zowel
Fransen als Britten het beter dan wij. Zij vellen geen oordeel over de islam.
Bij ons botsen de islamcritici voortdurend met de islamverdedigers (of liever:
religieverdedigers, want er zijn heel weinig islamverdedigers), terwijl in
Frankrijk, zoals president Sarkozy laatst ook zo mooi zei, “de islam evenveel
respect verdient als andere religies”. Hetgeen betekent dat de islam zich dus
net als andere religies uit de openbare ruimte moet blijven, die is voorbehouden
aan de ‘République laique’. De Britten kiezen ervoor in de openbare ruimte aan
geen enkele religie restricties op te leggen, hetgeen een andere manier is om
dezelfde neutraliteit te betonen.

In Nederland zijn we niet tot dergelijke absolute stellingnamen in staat en
zoeken we het, zoals altijd, in pragmatische oplossingen. Een boerka is niet
verboden, tenzij een bedekt gezicht het uitoefenen van een functie onmogelijk
maakt of in bepaalde omstandigheden een veiligheidsrisico (voor de draagster of
voor de samenleving) oplevert. Op zich wordt zo een volstrekt marginale kwestie
prettig geregeld, maar er blijft ook wel een ongemakkelijk gevoel over. Want
diegenen die zo hard toeteren over de boerka, inclusief onze Venlose zulutoeter,
weten ook wel dat die paar dames die zich in Nederland met zo’n tent tooien geen
bedreiging voor onze samenleving vormen. Zij maken al die herrie om de positie
van de islam ter discussie te stellen en door er dan wat praktische oplossingen
tegenover te stellen ben je wel van het onmiddellijke probleempje af, maar
blijft de echte kwestie onbesproken. Want er zitten ongemakkelijke kanten aan
dit vraagstuk.

In de eerste plaats kan niemand weerspreken dat de boerka ook een manier kan
zijn om de vrouw “haar gezicht af te nemen”, zoals BHL dat zegt en haar dus haar
identiteit en haar vrijheid te ontzeggen. Iedereen die uit een
emancipatiebeweging komt, dus in ieder geval iedereen die links is, moet dit een
gruwel zijn. Tegelijkertijd zijn er, vreemd genoeg, ook vrouwen die hun gezicht
bedekken (meestal met een niqaab, geen boerka) als uiting van trots op hun
identiteit. Dan is het meteen juist een uiting van emancipatie, want het sterk
benadrukken van je identiteit hoort daarbij.

In de tweede plaats laat de proliferatie van shariarechtbanken in Engeland
zien dat vrijheid-blijheid wel tot voor een rechtsstaat onaanvaardbare situaties
kan leiden als fundamentele mensen- en burgerrechten via die rechtbanken met
voeten worden getreden. Dit kan in Nederland nooit worden getolereerd, ook niet
met verwijzing naar het bestaan van andere kerkelijke rechtbanken, zoals die van
de katholieke kerk.

Het zal in Nederland ook altijd moeten gaan om ‘liberté et égalité, waarbij
de instrumenten om dat te bereiken vooral praktisch moeten zijn, maar de
discussie over het onderwerp wel fundamenteel en op het niveau van deze waarden
zelf zal moeten worden gevoerd. Dat het moeilijk en ongemakkelijk is en dat er
geen eenduidige analyse kan worden gemaakt, mag nimmer een excuus zijn om het
maar te laten liggen. Maar de Franse revolutie heeft ons naast ‘liberté et
égalité’ ook het begrip ‘fraternité’ geschonken, nu zouden we zeggen
‘solidariteit’. Laten we onze solidariteit betonen met alle islamitische
vrouwen. Zij die gevangen zitten in boerka of niqaab moeten onze hulp krijgen om
zich ervan te bevrijden en zij die ervoor kiezen de niqaab te dragen, moeten
onze solidariteit met hun soevereine keuze ook voelen. En misschien moeten we
ons ook eens wat vaker bewust zijn van onze eigen emancipatiegeschiedenis. Die
heeft namelijk tijd gekost en solidariteit bestaat ook uit het mensen de tijd
gunnen hun eigen pad te vinden en af te leggen.