Dwing hogere bankbuffers af

Dwing hogere bankbuffers af

Door Henk Nijboer op 20 mei 2014 Delen  

Herstel van de economie gaat veel langer duren zonder verhoging van de buffers voor de banken. Daarom pleiten Sweder van Wijnbergen en ik dinsdag in een opiniestuk in de Volkskrant ervoor dat hogere bankbuffers moet worden afgedwongen. Het alternatief is anders stagnatie naar Japans voorbeeld.

Vandaag spreekt de Tweede Kamer zich uit over de toekomst van de financiële sector. De keuzes die zullen worden gemaakt zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. Volgen wij de weg die banken bepleiten, van doorgaan met lage buffers en dus doorlopende grote risico’s voor belastingbetalers? Of leren we de lessen van de crisis, breken we met het verleden en zorgen we voor een financiële sector die weer ten dienste staat van de samenleving in plaats van aan zichzelf?

De economische wetenschap is zelden zo eenduidig in haar advies: herstel van de economie gaat veel langer duren zonder een verhoging van de buffers van banken. Het is nu zaak om die eensgezindheid te vertalen naar beleid, want banken zullen de buffers niet uit zichzelf verhogen. Hogere buffers betekenen namelijk een grotere afstand tot steun van de belastingbetaler, en dus een lagere prijs voor bankaandelen; daar zit die steun namelijk in gecalculeerd.

Tot nog toe is de banken in Europa alleen maar gevraagd hun risicogewogen kapitaalratio aan te passen. Hoewel het op zichzelf logisch is dat er alleen tegen riskante activa eigen vermogen aangehouden moet worden, zorgen de huidige risicogewogen eisen voor perverse prikkels.

Allereerst betekenen zij dat banken voor leningen aan overheden geen kapitaal hoeven aan te houden en voor mkb-leningen wel. Dus vluchten banken over heel Europa uit mkb-leningen en naar overheidspapier.

Ten tweede gebruiken banken bij gewogen kapitaaleisen hun eigen interne risicomodellen, die in tijden van crisis weinig betrouwbaar bleken en waarmee cijfers kunnen worden gemanipuleerd.

In een recent BIS-onderzoek werd een groot aantal banken een beleggingsportefeuille voorgelegd met het verzoek hun interne modellen te gebruiken om aan te geven hoeveel kapitaal hier tegenaan gehouden moest worden. De antwoorden liepen maar liefst een factor 4 uit elkaar.

Daarom moeten wij Nederlandse banken dwingend verzoeken de ongewogen kapitaalratio (de zogeheten leverage-ratio) te verhogen, naast het verhogen van de ongewogen kapitaaleisen.

Het is dan ook goed dat er ook in de internationale Basel III-eisen een ongewogen leverage-ratio wordt voorgesteld als toevoeging op de gewogen ratio’s. De voorgestelde leverage-ratio van 3 procent geldt echter pas vanaf 2018 en betekent dat banken iedere euro aan eigen vermogen nog 33 keer mogen uitlenen. Dat is een onhoudbaar model. Het betekent immers dat verliezen van meer dan 3 procent al leiden tot een faillissement. Dat soort bankieren moet juist definitief tot het verleden behoren. Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem stelt terecht dat Nederland moet pleiten voor een hogere ratio van 4 procent.De vraag is: hoe? De ervaring in de VS leert: met dwang. Als banken niet worden gedwongen hun eigen vermogen te verhogen, zullen zij geneigd zijn aan hogere eisen te voldoen door de kredietverlening af te knijpen. Meer eigen vermogen gaat namelijk ongetwijfeld ten koste van de huidige aandeelhouders. Maar het niet verhogen van de buffers gaat ten koste van de samenleving.

De afweging is dus duidelijk: als wij de kredietverlening aan huishoudens en bedrijven willen veiligstellen en de risico’s van bankproblemen voor de samenleving willen beperken, moeten de buffers ten koste van de huidige aandeelhouders omhoog. In plaats van de balans verkorten moeten banken dus dividenden inhouden en snijden in de kosten. En als dat allemaal niet genoeg is, kapitaal ophalen door domweg nieuwe aandelen uit te geven, zoals in de VS is afgedwongen in 2009.

Op deze manier gaat het verhogen van kapitaalbuffers niet ten koste van de kredietverlening of de economische groei. Dit is wel wat veel banken beweren, maar dat is een mythe. Het omgekeerde is waar: goed gekapitaliseerde banken leenden gedurende deze crisis meer uit dan slecht gekapitaliseerde banken.

Hoe het niet moet, heeft Japan laten zien. Slecht gekapitaliseerde banken werden lange tijd aan het staatsinfuus gehouden. Banken verdoezelden verliezen door slechte kredieten door te rollen in plaats van deze af te schrijven en hun verlies te nemen. Dit drukte de ruimte voor leningen aan nieuwe ondernemers uit de markt. Het gevolg: een economie die al twee decennia nauwelijks groeit. Dit scenario dreigt nog altijd voor Europa.

De ervaring in de VS laat verder zien dat vooruitlopen op internationale regelgeving als het om de financiële sector gaat, niet schadelijk is. Vaak wordt gesteld dat hogere kapitaaleisen in Nederland het gelijke speelveld met het buitenland zouden schaden. Voor deze claim is geen bewijs. Aan welke bank zou u uw deposito’s toevertrouwen? Aan een bank met hoge buffers en dus grote overlevingskansen, of een bank die langs de afgrond scheert met veel te hoge leverage-ratio’s? Amerikaanse banken, die al in 2009 werden gedwongen meer eigen vermogen aan te trekken, lenen meer uit dan de Europese banken, die minder eigen vermogen aanhouden. Dichter bij huis zien we dat Zwitserland veel hogere kapitaaleisen heeft. Juist in Zwitserland bleef tijdens de financiële crisis de kredietverlening op peil, in tegenstelling tot het slechter gekapitaliseerde bankwezen in de rest van Europa. Vooroplopen kost dus geen groei, het levert groei op.

Nederland staat voor de keuze. Kiezen we de weg van Japan en stagnatie of kiezen we de voor aandeelhouders misschien pijnlijke maar voor onze economie verstandige route van doorpakken, herstel en groei?

Dit artikel verscheen op 20 mei in de Volkskrant.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma