Doorbreek patstelling Roma en overheid

Doorbreek patstelling Roma en overheid

Door Emine Bozkurt op 20 december 2010 Delen  

De situatie van Roma, Sinti en woonwagenbewoners in Nederland moet snel
veranderen. Communicatie tussen hen en gemeenten verloopt moeizaam en er is veel
wederzijds wantrouwen. Ook in andere Europese landen is dit het geval. Ik zet
mij er in het Europees Parlement voor in om deze patstelling te doorbreken.

Een paar weken geleden werd ik gebeld door mijn secretaresse. Er stond een
man op klompen met een camper voor het Europees Parlement in Brussel. Hij wilde
niet weg voordat hij mij zou hebben gesproken. Ik was op dat moment in
Straatsburg, maar beloofde hem snel te spreken.

Een paar dagen later ontving ik ‘Klompen Jan’ alsnog in Brussel. Hij is een
sleutelfiguur in de gemeenschappen van Roma, Sinti en woonwagenbewoners in
Nederland en kwam me vertellen dat hij zich zorgen maakt. Zorgen over de
uitzettingen in Frankrijk en over de toon van het maatschappelijke debat over de
gemeenschappen in Nederland. Hij nodigde me uit om in Nederland poolshoogte te
nemen.

Ik heb die uitnodiging onmiddellijk aangenomen. In het Europees Parlement
werk ik samen met mijn collega’s namelijk aan een Europese strategie voor de
meer dan 12 miljoen Roma die in Europa wonen. Daarnaast maak ik mij hard voor de
burgerrechten van deze gemeenschappen.

Gemeenschappen voelen zich oneerlijk behandeld
Afgelopen vrijdag kwamen mensen van heinde en verre uit alle delen van Nederland
naar Amsterdam om hun verhaal aan mij te vertellen. De rode draad in de verhalen
die ik hoorde, is dat de gemeenschappen zich in Nederland niet gehoord voelen en
dat ze oneerlijk behandeld worden. Sinds de afschaffing van de Woonwagenwet in
1999 is er geen coherent beleid voor hen. De situatie dat er per gemeente een
ander beleid is, werkt willekeur in de hand. Bovendien luisteren gemeenten niet
naar de wensen van de gemeenschappen en hebben zij vaak een zeer negatief beeld
van hen. Zoals een aanwezige het verwoordde: ‘Gemeenten praten niet met ons,
maar over ons.’

Er zijn talloze voorbeelden van gemeenten die Roma, Sinti en
woonwagenbewoners op een negatieve en onrechtmatige manier tegemoet treden. Een
jonge vader uit Best vertelde hoe zijn woonwagen onaangekondigd met al zijn
bezittingen erin was weggesleept. En hoe hij vervolgens nooit iets terugzag.
Laat er geen misverstand over bestaan dat zijn wagen niet op een illegale
staplaats had mogen staan, maar het is te gek voor woorden dat iemand al zijn
eigendommen worden afgenomen en dat hij twee jaar later nog steeds niet weet
waar zijn huis en haard zich bevinden. Hij staat letterlijk en figuurlijk op
straat met een vrouw en twee kleine kindertjes.

Sabina Agterbergh, een voorvechtster van gelijke rechten voor de
Sinti-gemeenschap, vertelde hoe de politie een inval had gedaan op verdenking
van het kweken van wiet. Er bleek helemaal geen plantage aanwezig te zijn, maar
de gemaakte schade is nooit vergoed. Excuses bleven eveneens uit. Ook dit is
volstrekt onacceptabel.

Gebrek aan staplaatsen
Het grootste probleem is het gebrek aan staplaatsen. Leven in hechte
woonwagenkampen is het wezenskenmerk van de cultuur van de gemeenschappen. Door
het staplaatsentekort worden gezinnen min of meer gedwongen om in een huis te
gaan wonen en om zich daarmee, geheel tegen hun gebruiken in, ergens anders te
vestigen dan hun familie. Een andere optie is illegaal ergens gaan staan. Veel
mensen kiezen daarvoor.

De onwil van gemeenten om voldoende staplaatsen te creëren, veroorzaakt wrok
bij de gemeenschappen. Ze voelen zich gedwongen hun cultuur de rug toe te keren,
terwijl ze die juist willen behouden. Of, zoals een woonwagenbewoner het zei:
‘Je dwingt een moslim toch ook niet om varkensvlees te eten?’

Rechten en plichten
Het burgerschap van Nederland komt met rechten en plichten. Voor elke
Nederlander is het belangrijk om de rechtsstaat te respecteren en te
participeren in de maatschappij door onderwijs volgen en deel te nemen aan de
arbeidsmarkt. Maar tegenover deze ‘burgerplichten’ moeten ook rechten staan. Dat
je zelf kunt kiezen wat voor dak je boven je hoofd wilt bijvoorbeeld. Of dat nou
een villa, rijtjeshuis, hutje op de hei, woonboot of woonwagen is. Het recht op
een staplaats hoort daarbij. Waarom zouden deze mensen hun cultuur niet mogen
behouden? Als ze participeren en de rechtsstaat accepteren, wat is dan het
probleem dat ze in een woonwagen willen wonen?

Verhoudingen normaliseren
In het voorjaar van 2011 draag ik mijn steentje bij aan het opstellen van de
Roma-strategie van de Europese Unie. Ik neem de ervaringen die ik vrijdag heb
opgedaan daarin mee. Ook zal ik aanbevelen om een Europees Meldpunt voor
misstanden in te stellen, zoals Sinti-representant Jan Agterbergh suggereerde.
Ondertussen houd ik de vinger aan de pols. Bij een vervolgbezoek zal ik ook
gemeenten en Tweede Kamerleden betrekken.

Met mijn werkzaamheden hoop ik een bijdrage te leveren aan de normalisering
van de verhoudingen tussen de Roma, Sinti en woonwagenbewoners in Europa
enerzijds en gemeenten en nationale overheden anderzijds. De huidige patstelling
moeten we doorbreken. Dat kan alleen door naar beide kanten van het verhaal te
luisteren, zonder meteen met de vinger te wijzen. Misschien niet het makkelijkst
te verkopen verhaal – één schuldige aanwijzen is altijd eenvoudiger – maar wel
de enige manier om de situatie blijvend te verbeteren.