Bezuiniging passend onderwijs onverteerbaar

Bezuiniging passend onderwijs onverteerbaar

Door Jeroen Dijsselbloem op 6 maart 2012 Delen  

De kille bezuiniging op het passend onderwijs is de Partij van de Arbeid om verschillende redenen een doorn in het oog. Ondanks alle slechte ervaringen in de jaren tachtig en negentig, wordt er opnieuw een ingrijpende verandering in het onderwijs doorgevoerd zonder geld, tijd, draagvlak of expertise. Duizenden docenten demonstreren dinsdag tegen de oneerlijke ingreep. Ons Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing is van de partij op hun manifestatie in de Amsterdam ArenA.

Update 7-3: dit artikel staat vandaag op de opiniepagina van dagblad Trouw.

Het rapport ‘Tijd voor onderwijs’ van de parlementaire onderzoekscommissie die ik in 2008 leidde, behandelde drie grote onderwijsvernieuwingen: de invoering van de basisvorming, de tweede fase met het studiehuis, en het vmbo. Alle drie waren in het verleden terecht sterk bekritiseerd. Het waren veelal Haagse tekentafeloplossingen, compromissen tussen ideologie en gebrek aan geld. De overheid greep tot in de klaslokalen in en ontnam veel leraren het plezier in hun vak. Het ontbrak telkens aan geld, tijd, draagvlak en expertise. Deze heldere conclusie werd in 2008 door vrijwel alle partijen in de Kamer gedeeld, ook door CDA, VVD en PVV.

Toch lijken juist deze partijen nu ziende blind en horende doof wanneer het gaat om een vergelijkbare onderwijsvernieuwing. Passend onderwijs had tot doel ieder kind – zonodig met begeleiding – een goede plek in het onderwijs te geven. Nu wordt het bestaande stelsel van rugzakjes en ambulante begeleiding voor zorgleerlingen afgeschaft. Daarvoor in de plaats krijgen scholen een zorgplicht voor elk aangemelde leerling, en moeten zij in samenwerkingsverbanden het budget onderling verdelen. Hier zitten veel goede elementen aan, bijvoorbeeld die zorgplicht en het ‘ontregelen’ van de budgetten. Maar fouten uit het verleden worden opnieuw gemaakt.

Opnieuw heeft een kille boekhoudkundige benadering het overgenomen van een op zich goed idee. De kerntaak van de overheid – het garanderen van goed onderwijs voor ieder kind – wordt weer ondergeschikt gemaakt aan bezuinigingen.

Opnieuw dwingt het kabinet ouders, docenten, schoolbesturen en leerlingen om zich zonder voldoende middelen en onder grote tijdsdruk aan te passen. Het klassieke patroon herhaalt zich: de politiek neemt jaren de tijd en als men er dan uit is, krijgt het onderwijs enkele maanden om zich op de vernieuwing in te stellen. De parlementaire behandeling van de wet is pas kort voor de zomer klaar, maar de wet gaat op 1 augustus al in. Ambulante begeleiders worden op dit moment al ontslagen, de bekostiging via de rugzakjes valt weg, maar de nieuwe samenwerkingsverbanden moeten veelal nog starten. Zorgleerlingen worden ondertussen aan hun lot overgelaten.

Op deze manier is de motivatie en het vertrouwen bij docenten, leerlingen, schoolbesturen en ouders bij voorbaat al weg. Het is precies dit type Haagse daadkracht dat in de afgelopen decennia heel veel kapot heeft gemaakt in ons onderwijs.

Tenslotte ontbreekt het opnieuw aan voldoende expertise onder docenten om de veranderingen op zo’n korte termijn goed op te kunnen vangen. Bij- en omscholing van docenten is noodzakelijk. Dit kost tijd en geld. Beide ontbreken nu.

Zo ontstaat er een heel somber beeld. We halen weer van alles overhoop, duizenden mensen met specifieke expertise worden ontslagen, er gaat weer enorm veel tijd en energie verloren in de opbouw van nieuwe bureaucratieën. En het oorspronkelijke doel – voor elk kind goed onderwijs – wordt ronduit geschaad.

De bezuinigingen raken ook het speciaal onderwijs, waar men gedwongen wordt de al vergrote klassen van kinderen met ernstige beperkingen nog verder te vergroten, van veertien naar zestien leerlingen. Grotere en vollere klassen zullen ook in het reguliere onderwijs het gevolg zijn. Minder geld, minder plek in het speciaal onderwijs, dus grotere klassen met meer zorgleerlingen per klas. Docenten zullen minder aandacht per leerling kunnen geven en zullen eerder opgebrand zijn.

Een reëel toekomstbeeld dringt zich hiermee op: leerlingen die, net als vroeger, zonder extra begeleiding achterin de klas weggestopt zitten of zelfs helemaal niet meer naar school gaan. Dat is voor de PvdA onverteerbaar. Onnodig bovendien. Het kabinet voert namelijk ook een prestatiebeloning voor docenten in, die ongeveer net zoveel kost als de bezuiniging op passend onderwijs. Geen docent zit op die beloning te wachten.

Het wordt dus tijd dat het kabinet de lessen uit ‘Tijd voor onderwijs’ serieus gaat nemen. Voor de docenten en leerlingen die aan de conclusies die de Kamer slechts vier jaar geleden uit dat onderzoek trok, hoop mochten ontlenen.