De wereld verandert, nu de fiscalisten nog

De wereld verandert, nu de fiscalisten nog

Door Ed Groot op 10 november 2015 Delen  

Leven onze belastingadviseurs echt in de wereld van eergisteren? Je zou dat denken als je het interview leest met Maurice de Kleer, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (FD 2 november).

De NOB wil samen met het ministerie van Financiën ten strijde trekken tegen Brussel. Nederland moet vooral niets eenzijdig willen doen tegen de duizenden brievenbusfirma’s in dit land die vele honderden miljarden kapitaal doorsluizen naar belastingparadijzen. Wat we wél eenzijdig moeten doen is de dividendbelasting afschaffen en de winstbelasting verlagen, aldus de NOB-voorzitter.

Het is een opstelling die doet denken aan iemand die staande in de rivier het wassende water probeert tegen te houden. Maar dat de stroom er aan kwam was al veel langer duidelijk, want zowel in Europees als in Oeso-verband wordt al jaren gewerkt aan een systematische aanpak van kunstmatige belastingconstructies, zoals bij koffieconcern Starbucks. Het is dan ook verbazend dat De Kleer zegt dat de fiscale adviespraktijk ‘zich overvallen voelt’ door de verschuiving van fiscale besluitvorming van Den Haag naar Brussel. Een brevet van eigen onvermogen zou ik haast zeggen, maar dat is nog tot daar aan toe. Ernstiger is de defensieve reactie die daar op volgt: verzet je waar je kan en doe alleen iets als het echt moet.

Die defensieve houding doet denken aan eerder de banken, de accountants en verzekeraars en de woningcorporaties na het uitbreken van de financiële crisis. Ook zij dachten zich te kunnen onttrekken aan de maatschappelijke discussie zolang ze zich maar aan de letter van de wet hielden. Intussen zijn we jaren van discussie en stapels wetgeving verder en dat heeft geleid tot ingrijpende veranderingen in de manier van werken in deze sectoren.

De vraag is of een lobby om zoveel mogelijk de oude fiscale adviespraktijken in stand te houden wel in het belang is van Nederland of zelfs van de eigen klantenkring. Ik sluit niet uit dat hoger beroep tegen de veroordeling van Nederland in de Starbucks-kwestie succesvol kan zijn, in de zin dat het rulingteam van de Belastingdienst in Rotterdam de (oude) Oeso-regels heeft gevolgd. Maar inhoudelijk deugt er natuurlijk niets aan de Starbuckszaak.

Starbucks kan met een Nederlandse ruling alle overwinsten die in Europa worden gemaakt afromen via een variabele vergoeding op royalties. Die winsten worden vervolgens doorgeschoven naar een oord waar geen winstbelasting wordt geheven. Eindresultaat is ongelijke concurrentie: Starbucks geniet een bijna nultarief, terwijl een gewoon restaurant of café gewoon belasting moet betalen.

Het is dan ook te gemakkelijk als de NOB stelt dat Nederland niets kan en ook niets moet doen als royalty’s worden weggesluisd naar belastingparadijzen. Dan houd je oneerlijke concurrentie in stand.

Natuurlijk is de koninklijke weg dan om deze praktijken aan te pakken in internationaal verband. Maar als dat niet lukt — bijvoorbeeld omdat de VS dwars gaan liggen — dan is er wel degelijk veel voor te zeggen dat Nederland die stromen zelf gaat belasten, juist met het oog op eerlijke concurrentie in de reële economie. Ook dit is in lijn met de aanbevelingen van de Oeso en ook van een Kamermotie die ik eerder heb ingediend, maar die werd verworpen door een meerderheid van D66, PVV, CDA en VVD.

Dat de Europese Commissie nu fiscale constructies aanpakt via de route van oneigenlijke staatsteun is nieuw, maar viel te verwachten. Ook op komst zijn een massa strengere regels vanuit de Oeso en de EU, met als rode lijn dat het steeds minder gaat om de juridische werkelijkheid en steeds meer om de economische realiteit daar onder. De NOB doet er — ook in het belang van zijn klanten — beter aan zich hier op voor te bereiden in plaats van te zoeken naar de mazen in de wetten van gisteren. De wereld verandert, nu de fiscalisten nog.

Dit stuk staat ook op de pagina Opinie & Dialoog in het FD (10 november).