Column: ‘De tegenstander deugt niet’

Column: ‘De tegenstander deugt niet’

Door Frans Timmermans op 8 september 2011 Delen  

Van succesvol horecaondernemer Steve Stevaert heb ik geleerd dat je niemand
je kroeg in krijgt door de kroeg van de buurman af te kraken. Dat ik nu Haagse
columnestafette in het NRC Handelsblad schrijf over Bosma en zijn PVV, zal de
PvdA niet helpen. Toch doe ik het, want er wordt te weinig kritisch gekeken naar
hoe men bij de PVV denkt. Klik op lees meer om mijn eerste column te lezen.

De eerste column, zoals verschenen in NRC Handelsblad op 8 september: 

‘Ik vond het niets, die Haagse columnestafette van NRC Handelsblad. Tien jaar
geleden had ik hetzelfde geprobeerd, op verzoek van de Gelderlander, met Geert
Wilders als tegenpool. Die krant stopte ermee – te weinig beschouwing, te veel
VVD-agitprop. Bovendien bood NRC ruimte aan Martin Bosma. Een beweging aan het
woord laten die stelselmatig weigert vragen van journalisten te beantwoorden,
kwam neer op het belonen van slecht gedrag, vond ik.

Nu neem ik zelf het stokje over van Bosma. Ik heb mij vergist. Niet omdat hij
mij verraste met zijn onderwerpen of zijn inzichten – want dat deed hij niet.
Maar omdat hij de lezer deelgenoot maakte van hoe hij denkt. Dat vond ik
verrassend en leerzaam. Daarom krijgt de krant gelijk en ik ongelijk.

Van succesvol horecaondernemer Steve Stevaert heb ik geleerd dat je niemand
je kroeg in krijgt door de kroeg van de buurman af te kraken. Dat ik hier
schrijf over Bosma en zijn PVV, zal de PvdA niet helpen. Toch doe ik het, want
er wordt te weinig kritisch gekeken naar hoe men bij de PVV denkt.

Ze maken het ons niet altijd makkelijk serieus te blijven. Bosma richtte
vorige week in Kamervragen zijn pijlen op Derk Sauer, minderheidsaandeelhouder
van deze krant, vanwege diens politieke achtergrond. Die achtergrond was de
verklaring voor het volkomen afglijden naar links van NRC en bovendien van de
zakelijke problemen waarin de krant zou zijn terechtgekomen. Wat vindt de
minister daarvan? Tsja, wat moet een minister daarvan vinden?

Soms worden Kamervragen gesteld zonder dat het antwoord ertoe doet – zo ook
hier. Wat ertoe doet, is de verdachtmaking. Sauer is van de SP, dus hij deugt
niet en zou dus weg moeten, zoals Rosenmöller weg moet bij de IKON,
Brenninkmeijer moet opstappen als Ombudsman, de VARA en de KRO geen subsidie
meer mogen krijgen, Buruma geen lid mag worden van de Hoge Raad, Von der Dunk
geen lezing mag uitspreken en Riemen geen geld mag krijgen voor zijn
Nexus-instituut. De koningin moet een toontje lager zingen, evenals de
politiechef van Amsterdam en een schooldirecteur. Wat is de gemene deler?
Expliciete, impliciete of vermeende kritiek op de PVV en haar leider.

De tegenstander heeft niet slechts ongelijk of andere politieke opvattingen.
Hij deugt niet en moet dus op z’n minst worden gekortwiekt. Ik kan me goed
herinneren dat ook op links van tegenstanders niet slechts werd gezegd dat zij
het bij het verkeerde eind hadden, maar dat zij niet deugden.

Wie begin jaren tachtig twijfel uitte over eenzijdige ontwapening, kon in de
PvdA rekenen op verkettering, zoals Max van der Stoel mocht ervaren. Het was
misschien wat beschaafder dan nu, maar het werkte ook toen intimiderend.

Het was een tijd van radicaal-links triomfalisme. Nu kennen we
radicaal-rechtse gelijkhebberigheid. Toen en nu de scherpe randen van de
tijdgeest, met invloed op het brede midden, met als argument: „Het is overdreven
en grof, maar er zit wel een kern van waarheid in”. Daarom buigt Buruma voor de
intimidatie. Daarom komt de PvdA twee weken eerder dan de PVV met een plan voor
de modernisering van het koningschap. Daarom bedient een voormalig gematigd
liberaal zich van de slogan dat hij „Nederland wil teruggeven aan de
Nederlanders”.

Dit is allemaal prima, zolang de scherpe randen ook aan de rand blijven. Dat
is niet gezegd. In Hongarije heeft Fidesz zijn monsteroverwinning bij de
verkiezingen inmiddels ingezet om ongestoord nagenoeg alle instituties,
inclusief de media, te zuiveren van linkse tegenstanders. Premier Orban vindt
dat hij het mandaat heeft gekregen om zijn partij met de instituties te laten
versmelten, ironisch genoeg op een vergelijkbare manier als zijn nemesis, de
communistische partij, dat vroeger deed. De Hongaarse democratie staat zo onder
druk dat, zou het land vandaag het EU-lidmaatschap aanvragen, het niet zou
voldoen aan de rechtstatelijke criteria.

Kan hier niet wat in Hongarije wel kan? Alleen als het midden zorgt dat
scherpe randen, randen blijven.’

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma