De basis moet op orde

De basis moet op orde

Door Diederik Samsom op 14 oktober 2011 Delen  

Onze publieke voorzieningen moeten worden verstevigd. Jarenlang zijn ze stukje bij beetje afgeschaafd. Te lang hebben we ons, gedwongen door een steeds groter wensenpakket en relatief beperkte middelen, bij alles in de publieke voorzieningen afgevraagd: ‘kan het nog efficiënter’.

Het verschil tussen een ontsporende of een deugende jongen wordt niet in zijn cliëntendossier, maar op het plein gemaakt. Schrik niet terug voor gevestigde belangen en doorbreek het heilige loongebouw, draai de salarisschalen om en zorg dat de leraar meer verdient dan de schoolleider, de wijkagent meer dan de bureauchef. Want alleen zo houd je de beste mensen waar ze het hardste nodig zijn. Voor de klas en op straat.

Dat zei ik gisteren in Zwolle bij een debat over de publieke sector.

Hieronder het volledige betoog dat ik in Zwolle hield:

‘Enige tijd geleden bracht ik een avond door met Hendrik, Maan, Joppie, Wilma en Erik. Ik had met hen afgesproken in hun stamcafé nadat ik een woedende email van ze had ontvangen. Daar krijgen we er vele per week van, maar deze was bijzonder. Het bevatte een ‘manifest’. Tientallen pagina’s lang gingen Hendrik, Maan, Joppie, Wilma en Erik tekeer tegen de politiek in het algemeen, en tegen de PvdA in het bijzonder. Het document intrigeerde me. Tussen de blinde razernij, de valse buitenlanderclichés en de scheldpartijen op zakkenvullende politici door, ontwaarde ik een vorm van woedende betrokkenheid die me niet meer losliet. Ik besloot een afspraak te maken, reed enige weken later naar Asten, stapte Café Den Hoek binnen, en trof daar… 5 PvdA-stemmers. Niet arm, zeker niet rijk. Middelhoog opgeleid. Opgroeiende kinderen. Een aardige carrière, met af en toe een hapering doordat het leven nou eenmaal niet altijd mee zit. Begaan met de buurt. Bezorgd over de samenleving.  Betrokken bij de ontwikkelingen in de wereld. Ze ontberen eigenlijk maar één eigenschap van PvdA stemmers: ze stemmen geen PvdA. Sterker: ze bezaten het heilig voornemen om nóóit meer te PvdA te stemmen. Het werd een lange, mooie en leerzame avond. Over hopen en over dromen, maar ook over zorgen, angsten, ergernissen. Over het leven van 5 mensen die het vertrouwen in de politiek zijn kwijtgeraakt en hun heil zoeken bij de partijen die dat wantrouwen prefect belichamen. Ver weg van de PvdA.

Waar ging het mis? Hoe kan het dat 5 mensen die in alles het thuishonk van PvdA zijn, en die – zo bleek die avond in Café Den Hoek – eigenlijk dolgraag weer op ons zouden willen stemmen, dat nooit meer doen? Waar raakten wij Hendrik, Maan, Joppie, Wilma en Erik kwijt? Waar raakten we al die anderen kwijt? Het antwoord is even eenvoudig als omvangrijk. Aan de basis. Op straat, op school, in het verzorgingstehuis, bij het gemeenteloket. De onttakeling van deze publieke voorzieningen is hun grootste steen des aanstoots. Ze zien de directeur van het verzorgingstehuis, waar hun moeder in een 24-uurs luier zit, wegrijden met 4 ton salaris per jaar. Ze horen en lezen veel over toenemende overlast op straat en ze ervaren het zelf ook, hun nichtje werd onlangs op klaarlichte dag beroofd. En ze schrikken van de kilheid van de middelbare school van hun kinderen, inmiddels opgegaan in een conglomeraat van scholen dat half Brabant beslaat. Daar aan de basis, waar de overheid het meest verantwoordelijk is, juist daar zien zij de grootste gaten vallen. En dat rekenen ze ons extra zwaar aan.

De piramide van Maslow geldt ook in de politiek. Wie de basis niet op orde heeft kan de rest vergeten. Hoogdravende verhalen over investeren in duurzaamheid en innovatie, over een hoogwaardige kenniseconomie, over hervormingen van woningmarkt en arbeidsmarkt vinden dan letterlijk geen grond. Mensen hebben niks tegen hoogdravende doelen en mooie vergezichten. Maar ze hebben – zoals wij allen – vooral ándere zorgen: over hun baan, over de school van hun kinderen, de veiligheid van hun straat. En let wel: ze zijn niet uit op hulp: van de overheid, laat staan van de PvdA. De meeste mensen klimmen op eigen kracht langs de maatschappelijke ladder omhoog. En dat geldt zeker voor Hendrik, Joppie, Maan, Erik  en Wilma. Maar dan moet die ladder daar wel blijven staan en goed worden onderhouden.

En daar zit het groeiend onbehagen. Mensen zijn bezorgd dat de ladder wordt verwaarloosd en er straks voor hen of voor hun kinderen geen mogelijkheden meer zijn om omhoog te klimmen. En dat smoort ieder optimisme. Het is een angst die niet even modieus sociologisch kan worden weggeparkeerd bij laagopgeleide moderniseringsverliezers in de vinexwijken, maar die ons allemaal bewust of onbewust bezighoudt. Ook hier, in deze zaal. Ook bij mij. Ik heb een dochter van 10. Ze heeft een hersenafwijking en kan minder snel meekomen dan de rest. Ze heeft het doorzettingsvermogen van een Leopardtank en dankzij veel oefenen en noeste arbeid komt ze er wel. Maar mijn zorg groeit. Want ik zie met angst en beven hoe de ontwikkelingen van schaalvergroting, technologie, sneller geld en almaar meer efficiency ervoor zorgen dat de onderste sport van de maatschappelijke ladder steeds hoger komt te liggen. Zo hoog dat het me naar de keel grijpt. Kan Benthe daar straks nog bij?

En dat is precies wat ook het gezelschap uit Café Den Hoek angstig maakt. En boos. Op ons. Van ons verwachten ze bescherming van de ladder. Maar in plaats daarvan zien ze de ladder verweren en horen ze ons verhalen vertellen over een duurzame toekomst, met bijbehorende internationale kenniseconomie, hoogopgeleide banen en allemaal toponderwijs. En wat zij uit die verhalen concluderen is dat wij  – van bovenaf, wij zijn immers zelf al binnen – de ladder optrekken. De onderste sport komt weer een stukje hoger te hangen. Wie kan er straks nog bij?

De basis moet op orde dames en heren, de ladder moet blijven staan en de onderste sporten, onze publieke voorzieningen, moeten worden verstevigd. Jarenlang zijn ze stukje bij beetje afgeschaafd. Te lang hebben we ons, gedwongen door een steeds groter wensenpakket en relatief beperkte middelen, bij alles in de publieke voorzieningen afgevraagd: ‘kan het nog efficiënter’. Veel te weinig hebben we de vraag gesteld: ‘voelt het nog als van ons’?. Gefuseerde woningbouwcorporaties zijn vast efficiënt, maar ze voelen niet meer van ons. Uitbestede helpdeskdiensten, efficiënt, maar niet meer van ons. Mega-scholengemeenschappen, handig te managen, maar niet meer van ons.

Daarom ben ik zo blij met dit document met een nieuwe sociaaldemocratische visie op de publieke sector. Dit stuk gaat in essentie over het weer teruggeven van de ‘van ons’-factor in publieke voorzieningen. En dat is me uit het hart gegrepen.

En partijgenoten. Als ik luister naar de vrienden uit Cafe Den Hoek, als ik naar mijn dochter kijk, en als ik daarnaast zie wat dit Kabinet van plan is en als ik tot me door laat dringen wat er vanuit de wereld nu op ons afkomt, dan concludeer ik dat deze discussie geen dag te vroeg komt. De noodzaak om de basis op orde te brengen en zo mensen weer greep op hun leven te geven, was zelden zo groot.

Er raast een schuldencrisis door Europa die alle oude zekerheden op hun grondvesten doet schudden. En dit Kabinet verergert dat door huis te houden in juist de essentiële basiszekerheden voor mensen: het PGB, bijzonder onderwijs, sociale zekerheid, de premie voor de ziektekosten en de huur van de woning. Dat schreeuwt om een radicaal antwoord van de PvdA. Een antwoord dat ons pontificaal tegenover het Kabinet positioneert. En belangrijker, een antwoord dat ons pal achter Hendrik, Joppie, Maan, Erik en Wilma en hun zorgen schaart. Een antwoord waarmee de wankelende ladder weer vast komt te staan, met stevige onderste sporten.

Dat antwoord staat in dit document, maar ik grijp deze gelegenheid om het extra te benadrukken. Omdat ik wil voorkomen dat we het laten bij wat gerommel aan de randvoorwaarden van de publieke sector. Rondom verkokering, schaalvergroting, professionals, kwaliteit enzo. En dat we de rest laten zoals het is. Nee, we mogen niet in de val trappen dat behoud van zekerheden ook het behoud van de instituties impliceert. Het omgekeerde is het geval. Wie de basis weer op orde wil, moet de bestaande instituties open durven breken. De welzijnssector moet opengebroken om effectiever te kunnen optreden tegen overlastjongeren. Maak een einde aan de eindeloze coördinatiecultus, geef ruimte aan de mensen in de frontlinie en zorg dat jongens en hun ouders in de kladden worden gepakt nog voordat de criminele carrière is ingezet. Het verschil tussen een ontsporende of een deugende jongen wordt niet in zijn cliëntendossier, maar op het plein gemaakt. Schrik niet terug voor gevestigde belangen en doorbreek het heilige loongebouw, draai de salarisschalen om en zorg dat de leraar meer verdient dan de schoolleider, de wijkagent meer dan de bureauchef. Want alleen zo houd je de beste mensen waar ze het hardste nodig zijn. Voor de klas en op straat.

En ..we moeten de strijd aan met instituties die op dit moment de grootste bedreiging van onze publieke voorzieningen vormen, de banken. Heeft u ze gezien, de hegdefondsmanagers die likkebaardend toekijken hoe mensen hun huis, hun baan, hun pensioen verliezen? Omdat zij met getructe Credit Default Swapts stinkend rijk worden van de ellende van anderen? Of  De handelaar die met droge ogen zei dat hij hoopte dat de Euro zou crashen omdat hij met short selling dan helemaal binnen zou lopen? En eraan toevoegde dat Goldman Sachs de wereld bestuurt? Dat maakt me razend. Het is die door en door verotte moraal die wij moeten bestrijden. Met alles wat we in ons hebben. Stop de perverse bonussencultuur, Splits de zakenbanken, creëer nutsbanken, nationaliseer ze desnoods, maar rust niet totdat de financiële sector ophoudt om met roekeloos gedrag onze collectieve welvaart op het spel te zetten.

En dan nog zijn we niet klaar. Er komt nog een front bij. De strijd om de publieke voorzieningen is niet alleen de confrontatie met de instituties, maar ook met dit Kabinet. Juist in deze discussie, over de publieke ruimte, de publieke moraal, staan Kabinet en wij diametraal tegenover elkaar. Met botsende visies. De premier schetste de zijne in de Algemene beschouwingen: Nederland is een land van 16 miljoen individuen. En die moet je vooral niet lastigvallen met een overheid, met collectiviteit. Nee we zoeken het het liefste allemaal lekker zelf uit.

Beste Mark, ik heb nieuws voor je. Nederland is veel meer dan een stapel individuen. Wij maken samen dit land. Omdat een kind dat in armoede opgroeit, ook ons armoedig maakt, al is het niet ons kind. Omdat een tasjesdief die vrijuit gaat omdat de politie geen tijd had, ook mijn veiligheid verkleint, al was het niet mijn tas. Omdat een moslima die gediscrimineerd wordt en van sommigen niet eens de bus in mag, ook mijn burgerrechten aantast, al ben ik geen moslim. Iedereen moet in dit land recht worden gedaan, ongeacht je inkomen, je geloof of de plek waar je wieg stond. Daarom, beste Mark, organiseren we in dit land samen de cruciale voorzieningen, bouwen we samen die ladder waar iedereen langs omhoog kan klimmen. Niet ieder voor zich, maar samen werkt beter. Die visie is het waard om voor te strijden. Die visie maakt mij trots op de Partij van de Arbeid.

En nou moeten we aan de slag. Want ik wil over een tijdje op een avond café Den Hoek in Asten binnenstappen en dan wil ik met dit document in de hand én met de inhoud ervan in praktijk gebracht, Hendrik, Wilma, Erik, Joppie en Maan terugwinnen voor de Partij van de Arbeid.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma