Het best georganiseerde land ter wereld

Het best georganiseerde land ter wereld

Met angst en beven ziet politiek en bestuurlijk Nederland de Heroverwegingen
tegemoet. Alsof er ergens in Den Haag een enorme sloopbal gehesen wordt die voor
20% schade gaat aanrichten binnen overheid en publieke sector. Gelukkig is deze
Publieke Ravage net na de gemeenteraadsverkiezingen gepland. Die zijn bij de
huidige stand van de peilingen al lastig genoeg. Al lijkt er wel een kleine
kentering in de lucht te hangen. De uitslag zou wel eens minder desastreus voor
de PvdA kunnen uitpakken dan het zich eerder liet aanzien. Hoe meer sneeuw er
valt, hoe meer Nederland op Zweden, Finland en Noorwegen gaat lijken, en hoe
sociaal-democratischer de bevolking zich dus weer voelt. Lekker knus-solidair
bij de open haard.

Onder het motto ‘onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij’
worden op
pvda.nl
regelmatig columns gepubliceerd.

Maar goed, die heroverwegingen schijnen niet afbesteld te kunnen worden. Kan
daar iets goeds van komen? Op het eerste gezicht doemt een nachtmerriescenario
op voor een partij als de PvdA. Die partij wil, getuige
de
Den Uyl-lezing van Wouter Bos
, juist toe naar een fundamentele herwaardering
van het publieke belang ten koste van de totaal doorgeslagen marktverdwazing van
de afgelopen decennia. En net dan komt de publieke sector onder financieel
spervuur te liggen, en lijkt een nieuwe verschuiving ‘van collectief naar
privaat’ onvermijdelijk.

Het is al dramatisch genoeg dat de Heroverwegingen het antwoord zijn op de
grote economische crisis die door een dolgedraaid financieel kapitalisme werd
veroorzaakt. De brave belastingbetaler moet hiervoor opdraaien. De orgie van het
arbeidsloos inkomen van de bankiers leverde banken op die too big to
fail
waren in plaats van too greedy to rescue. Het is de vraag of
de heroverwegingen wel gaan raken aan de diepe gevoelens van unfairness
die hieromtrent in de samenleving leven. Los daarvan is de kernkwestie: kunnen
overheid en publieke sector met minder geld beter draaien? Kunnen hervormingen
en bezuinigingen ook kwalitatieve verbeteringen voortbrengen? Dan zou er op het
tweede gezicht toch iets goeds van die heroverweging kunnen komen.

Het kabinet zet hoog in. Het betitelt de heroverweging als ’uitdagend’ en
noemt ´samen werken aan een slimmer, socialer, schoner, solide en solidair
Nederland daarbij het ambitieuze perspectief´. Hoopvol klinkt het dat de
ambtelijke heroverwegingswerkgroepen in hun analyse en voorstellen niet gebonden
zijn aan ´bestaande wetgeving, het coalitieakkoord, kabinetsafspraken,
departementale begrenzingen of ministerieel beleid´. Hoopvol tenminste voor
diegenen die menen dat niet alleen de markt de laatste decennia flink is
dolgedraaid, maar dat iets soortgelijks geldt voor de overheid en de publieke
sector. Even afgezien van de internationale brainwash van het neoliberalisme,
moet men toch pijnlijk veel ’overheidsfalen’ vaststellen. Hele beleidssectoren
en beleidssystemen blijken drukker met zichzelf bezig dan met hoogwaardige
dienstverlening aan de burger. Geen output maar throughput, heet dat
dan vies in die klokkerluider-loze technocratische beleidskringen. Iedereen kan
daarvan talloze voorbeelden noemen. Van de jeugdzorg tot aan de mastodont van
het UWV.

Nederland is misschien wel het best georganiseerde land ter wereld – zeker op
papier en in vergaderingen wordt heel wat perfectie bereikt -, maar zelfs in dat
best georganiseerde land ter wereld, of juist in dat land, zijn de fouten,
blunders en onbedoelde gevolgen niet aan te slepen. Over beleidsfiasco’s en de
perverse gevolgen van groepsdenken en regelgeving zijn pas nog hele goede boeken
verschenen van Godfried Engbersen en Jouke de Vries en Paul Bordewijk.

Zoals Nederland meer onder welvaartsproblemen gebukt gaat (files, hart en
vaat-ziekten, obesitas, vermogenscriminaliteit) dan onder armoedeproblemen, zo
lijdt Nederland ook meer aan overorganisatie dan aan onderorganisatie. Veel
onopgeloste problemen van de Nederlandse samenleving zijn niet op geldkwesties
terug te voeren, maar op bestuurlijk-organisatorisch onvermogen en onmacht.

Hoe met minder geld – als stormram en stofkam – die cruciale doorbraken te
forceren die een betere overheid en publieke sector opleveren, juist ook voor de
professionals die daarin werken en die moedeloos en horendol worden van
reorganisaties, hyperregulering en permanente beleidswijziging? Hoe kunnen de
heroverwegingen dwars door ordinaire belangen en vastgeroeste routines heen
breken en een voor iedereen herkenbare versterking van het Nederlands publieke
belang realiseren? Dat is de hamvraag.

Maar nu eerst de mouwen opstropen voor de uphill battle van de
gemeenteraadsverkiezingen, en daarna doorpakken voor een iets prettiger
Nederland. Een land waar men elkaar minder in de wielen rijdt.

Delen: