Haïti heeft onze hulp nu én in de toekomst hard nodig

Haïti heeft onze hulp nu én in de toekomst hard nodig

Door Lilianne Ploumen op 21 januari 2010 Delen  

Voordat ik voorzitter werd van de PvdA had ik ook een mooie, bijzondere baan,
ik werkte voor de hulporganisatie Cordaid. Nog geen 5 jaar geleden bracht mij
dat op een van de meest desolate plekken op aarde: Haïti. Ik kwam in mijn vorige
baan op veel sombere plekken in de wereld, maar Haïti bracht mij echt van mijn
stuk. Ik denk de laatste dagen heel vaak aan die reis, omdat de natuurramp die
hier nu plaats vindt echt onvoorstelbaar is. En dat in een land dat er al zo
verschrikkelijk slecht voor stond.

Veel mensen vragen zich af waarom het zo moeilijk is om daar nu hulp te
verlenen, de belangrijkste reden is dat het land aan alles gebrek heeft: goede
wegen, een functionerende politie, lantaarnpalen, huisartsen, noem maar op.
Haïti is zo onvoorstelbaar anders dan ons land. Ik herinner mij de reis nog
goed, vooral de sloppenwijken van Port-au-Prince. De situatie in grote delen van
die wijken was te gevaarlijk om er een bezoek aan te brengen. Gangs, opgeschoten
jongens met teveel wapens en gewapende politieke groeperingen maakten de straten
onveilig. Straffeloosheid leek de regel. De aanblik van de sloppenwijken was
afschuwelijk. De enorme uitgestrektheid van de sloppen, de hoge bergen afval en
de haveloze aanblik van mensen maakten moedeloos.

Een deel van de sloppenwijken was tegen de hellingen ontstaan, hellingen die
door de intensieve bewoning volledig ontbost zijn en alleen maar uit zand
bestaan. Een flinke regenbui en alle huisjes donderden naar beneden. Het gebrek
aan bestuur is onthutsend. Fourwheeldrives en witte tanks met zwaar bewapende
VN-ers reden door de straten. Er was een contingent van bijna tienduizend VN
militairen zichtbaar aanwezig. In samenwerking met de politie voerden ze raids
uit in de sloppenwijken om de grootste (politieke) criminelen te grijpen. Met
wisselend succes. Elke dag was er wel ergens in de stad een schietpartij, ook
buiten de sloppenwijken.

De Haitianen zijn het geweld en de ontvoeringen voor losgeld gewoon, maar het
went natuurlijk nooit… Er waren ook veel verhalen over betrokkenheid van
politie-agenten bij de ontvoeringen. We gingen ook kijken in de de loodsen met
voedselhulp. De loodsen lagen vol met bonen, olie, suiker en meel. Zonder
voedselhulp zou de bevolking van Haïti verhongeren. Het land, ooit een van de
grootste suikerproducenten ter wereld, moest alles, ook suiker, invoeren.

En juist dit land wordt zo zwaar getroffen door een aardbeving. Natuurlijk
maken we allemaal geld over, juist nu. Maar laten we niet vergeten dat dit land
niet alleen nu, maar ook in de toekomst heel veel hulp nodig heeft. Niet alleen
nu een pakket noodhulp, maar ook in de toekomst middelen om infrastructuur op te
zetten, om huizen en scholen te bouwen. En laten we dat ook niet vergeten als er
straks weer een discussie losbreekt over een tiende procentje meer of minder
ontwikkelingshulp. Een ramp zoals nu in Haïti vraagt om directe actie, maar
achter die ramp zit al een wereld van onrecht. En wij als welvarende natie
hebben de morele plicht om te helpen. Ook als het leed daar geen wereldnieuws
is.