Hoofddoek splijt de VVD

Hoofddoek splijt de VVD

Door De Redactie op 15 maart 2011 Delen  

Het was jaren geleden. Ik lag op de bank met mijn –toen hoofddoekloze– moslima. Ik gleed met mijn handen door heur haar. We keken naar een idiote vechtfilm, waar ik me weinig van herinner. Ik keek vooral naar mijn handen. Ik keek naar haar zwarte haar. En ik dacht aan Allah. En ik vroeg me zelfs af: wie zit ik eigenlijk lief te hebben? Vandaag staat er in De Pers een uitstekend interview met VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert. De hoofddoek komt ter sprake. Niet toevallig. Want hij komt vroeg of laat altijd om de hoek kijken. De hoofddoek is inmiddels de spil van de discussie over religie. Een column van Marcel Duyvestijn.

Jeanine vindt dat de overheid neutraal moet zijn en vindt dus dat baliemedewerkers bij de overheid geen hoofddoek mogen dragen. Van het lange interview was dit stukje misschien 10%. Maar het was voor De Telegraaf, Elsevier en Het Parool genoeg om er hun kranten mee te openen: hoofddoekje verdeelt VVD.

Vorige week schreef ik in de Volkskrant met D66’er Thijs Kleinpaste een opiniestuk over God die we uit de wetten willen schrappen. Het is een pleidooi voor een seculiere samenleving. Wij vinden dat de overheid neutraal moet zijn en zich niet moet bemoeien met wat er in het brein der burgers gebeurt. Immers, geloof is ook maar een mening.

De uiterste consequentie van die stellingname is inderdaad dat je niet door een hoofddoek geholpen wordt op het stadhuis. In die zin ben ik het met Hennis-Plasschaert eens.

Wat ik raar vind, is dat al die VVD’ers aan het uiterste einde beginnen. Je hoort ze nooit over God in het onderwijs. Of God op onze munt. Of God op de belastingformulieren. Nee. Ze beginnen met het weren van hoofddoekjes, alsof dat het grootste probleem is van onze seculiere samenleving. Alsof dan ineens de neutraliteit van de overheid in de knel komt. Als ze het echt menen, dan trekken ze God zo snel mogelijk van zijn sokkel. Maar dat zie ik ze dus niet doen.

En wat heb ik zelf met de hoofddoek? Niks. Eigenlijk. Hoewel ik het liefst zie dat iedereen vrijelijk zijn haren laat wapperen, moet iedereen zelf weten wat ze wel of niet draagt. Ik kan alleen maar constateren dat die hoofddoek is bedoeld om niet aanstotelijk te zijn voor mannen. Dat is een voorschrift. En in die zin is het dus een symbool van onderdrukking. Daar moet je niet aan mee willen doen, als vrije vrouw, zou ik denken.

De reactie van veel moslima’s is echter voorspelbaar: Ik bén een vrije vrouw. En ik doe vrijwillig een hoofddoek om. Als symbool van mijn religie. Dat kan natuurlijk. En toch heb ik een aantal indringende gesprekken met moslima’s gevoerd waaruit bleek dat die eigen keuze beperkt is. Ik durf wel te stellen dat geen enkele moslima zonder consequenties haar hoofddoek af kan doen. Er zijn altijd wel broers, vaders, ooms of imams die er een mening over hebben. Een gevecht is het. Het zijn allemaal hemeltergende verhalen van meisjes die dat gevecht aangaan.

Laat ik dus eerlijk zijn. Ik vind de hoofddoek niks. Maar als een volwassen vrouw zegt dat ze zichzelf graag wil bedekken, moet ze die vrijheid hebben.

Die zoektocht naar vrijheid moet uit henzelf komen. Het is ontzettend lief van Hero Brinkman dat hij graag wil helpen bij die emancipatie. Maar die meisjes zullen dat echt zelf moeten doen. Het enige wat wij kunnen doen, is aanmoedigen. We kunnen blijven vragen. We kunnen blijven debatteren. Dat heeft meer nut dan belasting te heffen of hoofddoekjes in de bus te verbieden.

Marcel Duyvestijn is onafhankelijk columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA.

Delen: