Column Johan Fretz op manifestatie ‘Een nieuw jaar, een ander Nederland’

Column Johan Fretz op manifestatie ‘Een nieuw jaar, een ander Nederland’

Door De Redactie op 19 januari 2011 Delen  

Je kunt Nederland bekijken en becommentariëren vanaf de grond. Dat ligt voor
de hand, want dat is waar wij ons meestal bevinden, dat is waar wij leven. Vanaf
de grond bekeken, zien we vaak niet zozeer de schoonheid, maar de imperfecties
van onze omgeving, van de ander en onszelf. Maar bekijk je Nederland vanuit een
vliegtuig dan zie je een ander Nederland. Wanneer je terug vliegt van een
vakantie of verre reis zie je, zodra het koude kikkerland onder je voorbij
trekt, niet direct wat er niet deugt. Je ziet geen versplinterd politiek
landschap, geen multicultureel drama, geen hypotheekrenteaftrek, geen
islamisering, geen ontslagrecht, geen bio-industrie, geen koningshuis.

Je ziet een verzameling van een aantal steden, met daartussen talloze akkers,
oneindig lijkende vlaktes, verbonden door wegen en als je goed kijkt, dan zie je
Yvon Jaspers op een tractor en vier miljoen stipjes die er ademloos naar kijken.
Je ziet kerktorens, dijken, je kijkt er niet op neer, je kijkt er naar, van
bovenaf en je herkent in de verzameling van al die dingen onherroepelijk: thuis.

Eenmaal veilig geland, betreed je de welkomsthal van het vliegveld en zie je
je eigen eigen thuisland bijna weer als voor de eerste keer. Wat opvalt is de
orde in de chaos. De manier waarop alles op dat vliegveld lijkt te kloppen,
stroomt. Dat is op veel plekken, zowel ergens ver weg aan de andere kant van de
oceaan, als dichtbij, vlak over de grens, wel anders. Je koopt een treinkaartje,
uit een automaat, stapt op zoiets merkwaardigs als een roltrap en merkt op het
perron dat de meeste treinen om je heen precies op de tijd aankomen die op het
bord staat aangegeven. Je hoort een moeder tegen haar kind praten “Verdomme
Mitchell, blijf met je fikken van die koffer af” en denkt: “Mooi zo, vertrouwde
geluiden.” Je betreedt een Albert Heijn en koopt voor het eerst in tijden weer
donkerbruin brood, kaas, je zit weer op de fiets en het regent, wat geen pretje
is, maar wat geeft het? Want je bent thuis.

‘Dat moeten we niet willen met zijn allen’
Euforie over het eigen land is een tafereel dat hoort bij thuiskomen, maar hoe
kan het dat we dat gevoel, die open blik, vaak zo snel weer verruilen voor onze
vaste patronen, hoe komt het dat we binnen de kortste keren weer vervallen in
geklaag en ontevredenheid. Vaak niet alleen over kleine dingen, maar over alles.
Zeker de laatste jaren lijken we in Nederland in toenemende mate bepaald te
hebben dat het helemaal fout dreigt te gaan in dit land. Dat is iedereen’s
schuld, behalve die van onszelf. Dit uit zich in zinnen als “Dat moeten we niet
willen met zijn allen” en het krampachtig vasthouden aan oude verworvenheden en
daarmee het blokkeren van daadwerkelijke vernieuwing en hervorming.

Het meest zichtbaar is de chronische negativiteit in het publieke debat.
Opgesloten in oude dogma’s voltrekt zich dag in, dag uit een klassieke strijd
tussen links en rechts, waarbij elke socialist voor corrupte potverterende
navelstaarder wordt uitgemaakt en iedere liberaal als egocentrische harteloze
marktfetisjist wordt weggezet. Er wordt moord en brand geschreeuwd en wie niet
beter zou weten, zou denken dat Nederland op de rand van de afgrond staat. Met
zo’n politiek heb je geen satire meer nodig. Alles moet voortdurend anders,
eerlijker of daadkrachtiger, maar wat is nou precies eerlijk en wat daadkrachtig
en vooral: waar is nou eigenlijk precies die grote donkere wolk? Naar welk Ander
Nederland moeten wij nou eigenlijk op zoek gaan? Of moeten we gewoon weer een
tijdje op reis om vervolgens euforisch thuis te kunnen komen?

Gezeik over wachttijden
Misschien is het een schokkende mededeling, maar ik vind het hier eigenlijk heel
erg leuk. Ik vind het in Nederlad ouderwets lachen geblazen, wat een fantastisch
land! Ik geniet van het evenwicht tussen sociaaldemocratie en liberalisme, de
diversiteit op de straten, in de tram, van de recht-voor-zijn-raapcultuur, de
unieke zelfspot en relativering, de werklust, de totale gekte die los kan
barsten door zoiets magisch als een WK voetbal, de warmbloedigheid,
eigenwijsheid en humor van Nederlandse meisjes en zelfs van de kneuterigheid
geniet ik, van de kleine ambachtswinkeltjes en het gezeik over wachttijden bij
Telecomaanbieders. Begrijp me niet verkeerd, ik ben beslist geen lichtvoetig
figuur, ook ik hoor mezelf maar al te vaak klagen, somberen en schande spreken
over allerlei zaken in de wereld om me heen, maar ik probeer wel te blijven
beseffen dat ik gezegend ben dat ik in Nederland woon: nog altijd een van de
rijkste landen ter wereld, zowel economisch als cultureel.

Ik ben opgegroeid in Dordrecht en later in Almere en tja: dat is voor niemand
leuk. Mijn ouders hadden het niet bepaald breed, maar dat vormde geen
belemmering. Want juist in dit land kun je, ongeacht uit wat voor nest je komt,
met wilskracht en overtuiging je talenten ontdekken en ontwikkelen, je dromen
koesteren, najagen en verwezenlijken. Niet het land van The Stars & Stripes
is de plek van de onbegrensde mogelijkheden, nee, die plek is hier, dat is
Nederland. Waar iedereen recht heeft op een bepaalde basis, toegang krijgt tot
voortreffelijke publieke voorzieningen, erfgenaam is van een rijke cultuur en
historie die prikkelt en inspireert, allemaal absolute voorwaarden voor
individuele ontplooiing. Dat wordt tot op zekere hoogte gelukkig breed gedeeld,
door zowel conservatieven, liberalen als sociaaldemocraten. Dat laat zien dat er
over bepaalde wezenlijke zaken consensus kan bestaan in dit land. Dat is een
verdienste van ons allemaal, het is een gegeven waar we de hoop uit zouden
moeten putten, dat we grote uitdagingen samen aan kunnen gaan. Dat we niet
alleen met gelijkgestemden, maar ook met andersdenkenden overeenstemming kunnen
bereiken. Ook al denken we over sommige zaken totaal anders, het dwingt ons niet
tot een bloedeloze poppenkast. We hebben een ongelofelijke parlementaire
democratie. Doordat er zoveel diversiteit is in onze volksvertegenwoordiging, er
voor verschillende onderwerpen andere meerderheden de vormen zijn, is er alle
ruimte om de polarisatie tegen te gaan en de nuance te laten zegevieren.

Kosmopolitisch Amsterdam
En ik besef ook wel degelijk dat ik misschien makkelijk praten heb, dat ik
inmiddels tot een bevoorrechte groep behoor. Dat ik het leven leid van een jonge
artiest in kosmopolitisch Amsterdam, voor wie alle wegen nog open liggen. Het is
het leven van iemand met relatief nog weinig verantwoordelijkheden in deze
maatschappij, het zorgeloze bestaan van een jongeman van vijfentwintig, wiens
wereldbeeld vooral bepaald is door de dingen die hij heeft gelezen en
gadegeslagen, nog niet gepokt en gemazeld door de grote teleurstellingen waar
ieder mens in zijn leven mee te maken krijgt.

Ik begrijp dat het niet overal zo eenvoudig ligt en dat buiten die
intellectuele, multiculturele, bruisende cocon, er mensen zijn die met recht
vrezen voor hun baan, voor de toekomst van hun kinderen, voor de veiligheid en
sfeer in hun buurt, hardwerkende mensen die somber en met weinig geloof in de
toekomst moeten toezien hoe de omgang tussen mensen verloedert, hoe waarden die
eens als ongeschreven wetten golden, steeds minder vanzelfsprekend lijken te
worden. Maar we kunnen die vraagstukken ook benaderen met meer optimisme. Het
klinkt misschien ouderwets om te zeggen, maar we hebben het als land echt te
goed, om de noodtoestand af te kondigen en te eisen dat alle problemen worden
opgelost nu worden opgelost. De vrolijke premier zei het al: de overheid is geen
geluksmachine.

Big Apple
Bij mij om de hoek in de Jan Evertsenstraat in de Baarsjes werd kortgeleden een
juwelier overvallen en doodgeschoten. Zo’n laffe daad, herinnert ons aan de
onvolmaaktheid van ons ideaalbeeld, we kunnen in zo’n geval niet veel meer dan
de tragische gebeurtenis aangrijpen om na te denken over hoe we onze samenleving
minder vatbaar maken voor zulke waanzin. En tegelijkertijd is er hoop. Want
datzelfde stadsdeel de De Baarsjes, heeft zich in vijf, zes jaar ontwikkeld van
verpauperde buurt naar een geliefde plek voor mensen van allerlei verschillende
sociaal-economische klassen en nationaliteiten. Waar ik mensen met verschillende
achtergronden heel gemoedelijk met elkaar om zie gaan, waar de yuppen hun brood
halen bij de Turkse bakker en de turken een bakkie gaan drinken in de
yuppiecafe’s en espressotentjes die als paddenstoelen uit de grond schieten.
Waar het Mercatorplein opeens een opgewekte indruk maakt, nu je er in de winter
kunt schaatsen, terwijl de hele buurt er zijn zaterdagboodschappen haalt. Het is
het levende bewijs dat mensen, wanneer ze zich serieus genomen voelen, ook
bereid zijn onderdeel uit te maken van iets dat groter is dan zij zelf, dat
verder reikt dan hun eigen belang. In De Baarsjes hebben de lokale bestuurders,
de buurtbewoners, de ondernemers de handen ineen geslagen en de buurt zichtbaar
getransformeerd in een plek waarin het goed toeven is. Zoals Harlem in New York,
ooit een gevaarlijk roversnest, inmiddels weer een van de meest bruisende delen
van de Big Apple is, zo is in de afgelopen jaren dit Amsterdamse stadsdeel
opnieuw tot leven gekomen. En als dat in een wijk kan, dan kan het in een hele
stad en als het in een hele stad kan, dan kan het in dit hele land.

Dat is misschien wel dat Andere Nederland. En het goede nieuws is: dat Andere
Nederland bestaat al of is binnen handbereik. Ergens vlak onder de oppervlakte,
onder het sombere gemok en geklaag. En als we onze ogen ervoor openen, hoeven we
niet eerst op reis om het bij terugkomst vanuit een vliegtuig te bekijken, maar
kunnen we het gewoon hier en nu zien en verbeteren vanaf de grond. Dat is het
Nederland waar we ons niet door de waan van de dag laten leiden, waar onze
leiders zich niet in de houdgreep laten houden door angst voor electoraal
verlies, waar we ons niet klein laten krijgen door het holle populisme, dat met
simpele antwoorden komt op vragen die een rijker antwoord verdienen. Dat is het
Nederland waar we trots op mogen zijn, een term die we nu maar eens moeten terug
kapen van Tante Rita. Niet de trots vanuit kortzichtig en naar binnen gekeerd
Nationalisme, niet de trots die geboren is uit de afkeer voor alles en iedereen
die anders is dan wij, maar trots die voortkomt uit vertrouwen, de onvermoeibare
veerkracht en ondernemingszin, de humor en tolerantie, de nieuwsgierigheid naar
de ander en de wereld, de internationele sensitiviteit en het rotsvaste
toekomstgeloof dat door al die eeuwen heen dit land heeft gebracht tot wat het
vandaag de dag staat. Tot ver buiten onze landsgrenzen kent men The Dutch, onze
schilders, onze voetballers, onze wetenschappers, onze architectuur, onze
talenkennis, onze landbouw, onze schaamteloze directheid die we slechts met de
Engelsen delen, onze handelsgeest, de schoonheid en bescheidenheid van onze
inwoners. Onderwerpen waar men in het buitenland nog lang niet aan toe is, zoals
het complexe integratievraagstuk, durven wij hier al lang aan de kaak te
stellen, we praten er open over, soms op het scherpst van de sneden en dat alle
zorgt ervoor dat wij daar ook al veel verder mee raken, dan menig ander land.
Dat mag best wat vaker worden benadrukt. Het doemdenken kan wat mij betreft
doodvallen, het is tijd om moed te tonen en voorwaarts te bewegen. Al betekent
dat misschien nog acht jaar oppositie, de electorale gedachte moet bijzaak zijn.

Samenklonteren
Een noot wil ik hierbij maken. Het wordt wel hoog tijd dat progressieve leiders
de assertiviteit en lol terug vinden en de daad bij het woord voegen. Daar waar
zij voortdurend verkondigen hoe het allemaal fout gaat met het huidige kabinet,
hoe ze humorloos preken over binden, mensen bij elkaar brengen en
gemeenschapszin, dienen ze zelf het goede voorbeeld te geven door de handen
ineen te slaan en gezamenlijk op te trekken. Dat is geen “samenklonteren”, zoals
Alexander Pechtold – die vandaag kennelijk iets beters te doen heeft – dat
noemt, welnee: dat is over je eigen schaduw heen durven stappen en de nadruk
leggen op de overeenkomsten die je met elkaar hebt, in plaats van op de
verschillen. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je binnen zo’n verbinding je
eigen identiteit verliest. Het is net een samenleving: je zult het met elkaar
moeten rooien, maar je blijft daar binnen een individu met zijn eigen
persoonlijke beslommeringen, principes en idealen. Samenwerking tussen partijen
met verschillende invalshoeken, zal de progressieve politiek alleen maar
verrijken.

In de overwegingen over hoe het nu verder moet met “links” staat volgens mij
voorop dat in de moderne tijd, de sociaaldemocratie en het liberalisme niet
elkaars vijanden zouden moeten zijn. Het zogezegde sociaalliberisme wordt er van
verdacht een hippe term te zijn van mensen die sociaal willen doen, maar wel hun
egocentrisme willen rechtvaardigen. Maar dat is onzin. Sociaalliberalisme heeft
de toekomst. Het gaat uit van een sterke overheid, maar niet als instrument van
de oud-linkse betuttelende gedachte dat je zwakkeren in een samenleving van
bovenaf beschermt en verzorgt en jezelf daarvoor op de borst klopt, zonder die
mensen wezenlijk te inspireren om het allerbeste uit zichzelf te halen. Nee,
sociaalliberalisme staat voor een sterke, compacte overheid vanuit de
overtuiging dat het scheppen van gelijke kansen geen eindpunt is, maar een
voorwaarde: dat je mensen die dat nodig hebben van onderaf een basis biedt, maar
ze wel stimuleert en inspireert om zich van daaruit als individu te ontplooien
en mee te doen. Zorg dragen, maar met een oprecht geloof in de mogelijkheden van
mensen, van personen. Vanuit die nieuwe filosofie kunnen we begrippen als
solidariteit en gemeenschapszin van hun sompige imago ontdoen en ze weer tot
kernwaarden maken van een inspirerend verhaal. Zo kunnen we de oude
grijsgedraaide links/rechts-plaat in de prullenbak smijten en onze idealen
opnieuw tegen het licht houden. Dan kunnen we eindelijk oude verworvenheden
zonder moreel schuldgevoel herzien, meten aan de veranderende werkelijkheid en
zo de weg vrijmaken naar soms moeilijke, maar duurzame en hoognodige
hervormingen. Als dat lukt dan heeft een sterke overheid weer bestaansrecht, dan
krijgt progressieve politiek weer een rol van betekenis en zijn de eigen
verantwoordelijkheid en solidariteit niet twee vijanden tussen wie je een keuze
moet maken, maar elkaars vrienden.

Niet iedereen zal het daarmee eens zijn. Dat hoeft ook niet, dit is
Nederland: we kunnen elkaar stevig de waarheid verkondigen en hebben allemaal
overal verstand van. Laten we nou maar gewoon blij zijn dat we hier wonen, je
hoeft maar even naar de puinhoop bij de Belgen te kijken, vlak over de grens en
je weet weer waarom we het hier allemaal behoorlijk goed getroffen hebben.

Delen: