Column Jan Heemskerk op manifestatie ‘Een nieuw jaar, een ander Nederland’

Column Jan Heemskerk op manifestatie ‘Een nieuw jaar, een ander Nederland’

Door De Redactie op 19 januari 2011 Delen  

Goedemiddag. Mijn bijdrage heet ‘The Turkey that came to Christmas’, ofwel
‘de kalkoen die op het kerstfeest kwam’. Ik zal u zo dadelijk uitleggen waarom.
Deze dag gaat over een nieuw Nederland, is het niet, een solidaire heilstaat, en
dat is echt, werkelijk schitterend mooi en prachtig. Maar in dit verband zou ik
nu echter even een momentje willen vragen voor een praktisch puntje dat in alle
idealistisch enthousiasme wel eens over het hoofd wil worden gezien. Namelijk:
solidariteit kost altijd geld. Veel geld.

Dan is dus de vraag: wie gaat dat geld opbrengen? Dat is een lastige,
aangezien de meeste hoog-solidaire mensen zelf niet zoveel geld  bezitten –
integendeel vaak vooral tot  solidariteit zijn geneigd omdat men hoopt dat
anderen dan ook solidair met hén zullen zijn. En hoe  begrijpelijk dat standpunt
ook is, met dergelijke freeloaders schiet de solidaire  zaak natuurlijk erg
weinig op.

Heb je natuurlijk ook  een aantal extreem rijke mensen die zich desnoods een
belastingtarief van 80% zouden kunnen veroorloven,  zonder op de eigen standaard
van leven noemenswaardig te hoeven inleveren. Onder hen heb je de zogenaamde
salon-solidairen, die men bijvoorbeeld in de top van het publieke mediastelsel
wel aantreft. Daarvan, van die rijken dus, zijn er echter maar weinig. Zodat hun
gulheid, al dan niet vrijwillig, per saldo ook weinig zoden aan de dijk zet.

Blijft over: de groep die ik hier, niet gehinderd door enige kennis  van de
juiste terminologie, maar even de ‘middengroep’ doop. Laten we voor het gemak
zeggen: de groep die over een deel van zijn inkomen het spectaculaire
inkomstenbelastingstarief van 50% betaalt.

Bovenmodaal, dat zeker, maar lang geen Balkenende, ach roep eens wat, een
inkomen tussen de 50 en 100-duizend euro per jaar toucheert. Die middengroep
dus. U weet wel. De melkkoe. Het spaarvarken van de natie. De groep die steevast
wordt bedoeld, als men het heeft over de ‘breedste schouders die de zwaarste
lasten moeten dragen’. Dat is volgens mij de enige groep die qua omvang en
inkomen relevant is voor  het opbrengen van de kosten van de solidariteit.

Zou je dus zeggen dat het van cruciaal belang is voor  een Nieuw en Solidair
Nederland, dat men er van Linksen Huize in slaagt deze financiers van de
heilstaat achter de goede zaak te krijgen. Wil men tenminste ooit de macht
veroveren. Dit wil echter niet al te best  lukken. En ik kan het weten, want  ik
hóór namelijk  tot die middengroep – ja, kijkt u maar eens goed. En ik voel mij
op deze plaats, op dit moment, als een paranoide kalkoen die aanschuift  bij het
kerstdiner: iedereen wil een stukje van mij. Ik betaal nooit genoeg, iedereen
beraamt plannen mij van  nog meer van mijn geld  te beroven. Bovendien schept
men mij continu het schuldgevoel over iedere sappelende bijstandsmoeder op de
tengere schouders, en is van enige waardering voor mijn inspanningen en
bijdragen geen sprake. Ik zeg het maar rechtuit:  de ‘solidaire’, Linkse wereld
is -jegens mij- een vijandige en hebberige wereld, en drijft mij, en velen met
mij, in de armen van Mark Rutte, waar het kil maar veilig is voor ons soort
mensen.

Moet je toch nagaan: bij ons thuis begint de kleine Willem van 6 angstig  te
kijken als Job Cohen op televisie komt: ‘Papa, dat is  toch die  meneer  die
onze centjes wil afpakken? En die altijd achter de smurfen aanzit?’. Nou, ik ken
meneer Cohen niet persoonlijk, maar het lijkt mij best een beschaafde man, die
het in principe goed voor heeft met onze samenleving. En ik kan me toch
werkelijk niet voorstellen dat hij een dergelijke reputatie wil genieten onder
het nageslacht van zijn electoraat. Toch heeft hij, en hebben meneer Roemer, en
mevrouw Sap, en de heer Pechtold, dit aan zichzelf te danken.

Mijn stelling van vandaag: de solidariteit wordt slecht verkocht aan hen die
hem moeten opbrengen. Ik zal nu een paar suggesties doen om deze situatie te
verbeteren. Vooralsnog zie ik drie mogelijkheden:

    • Lieg niet langer tegen ons
    • Maak solidariteit ‘sexy’
    • Toon eens wat waardering

      1) Linkse partijen, die natuurlijk ook wel weten waar het geld  voor de
      ambitieuze sociale doelstellingen vandaan moet komen, doen in de aanloop naar
      verkiezingen altijd hun uiterste best de werkelijke omvang van de voorgenomen
      aanslag op de portemonnee van de middengroep in nevelen te hullen. Dit,
      natuurlijk, in de hoop dat de argeloze belastingbetaler door de bomen het bos
      niet meer ziet, en in plaats van zijn verstand zijn gouden hart laat spreken
      door zijn stem op links uit te brengen. Jammer genoeg zijn wij kalkoenen
      allesbehalve achterlijk, en doorzien wij deze leugenachtige strategie.  Die dus
      een averechts effect heeft  en het wantrouwen jegens links alleen maar
      versterkt.

      Beter is dus open kaart te spelen en je positie op de ‘schaal van
      solidariteit’ eerlijk en duidelijk aan te geven. Inclusief de kosten. Zo zou
      meneer Roemer bij voorbeeld kunnen zeggen dat zijn visie op  de ideale
      samenleving neerkomt op  totale nivellering, en dat een stem op zijn partij voor
      mij, Jan Heemskerk, neerkomt  op het inleveren van 75% van mijn inkomen, dit ten
      bate van het collectief. Mevrouw Sap zou de Groene Samenleving kunnen becijferen
      op  een afdracht van 60% van de inkomsten van de heer J.Heemskerk, alhier. En
      Vader Cohen zou het met mij kunnen uitonderhandelen op 45%, onder de vlag van
      het nieuw sociaal realisme, waarmee hij de verkiezingen van 2014 wil gaan
      winnen. Eerlijk, duidelijk, afrekenen bij de kassa, en geen gelazer achteraf.

      Op die manier kan ik ongehinderd bepalen wat de solidariteit me waard is, en
      hoeveel ik bereid ben ervoor te betalen. Men zou er –is mijn stellige
      overtuiging– nog verbaasd van staan hoeveel mensen hun hart luider durven laten
      spreken, als  ze er niet onmiddellijk keihard voor worden gestraft. Eerlijkheid
      en duidelijkheid leveren links  stemmen op vanuit het midden. Let maar op.

      2) Maak solidariteit ‘sexy’. Want laten we wel wezen. Solidariteit is ook
      weinig populair  omdat het altijd zo’n vaag en abstract begrip  blijft. Mijn
      idee: maak zichtbaar wat er allemaal beter wordt in Nederland, en de mensen
      zullen zich er meer bij betrokken voelen. Hier kunnen massamedia natuurlijk een
      prachtige rol spelen, met name  de publieke omroepen van linkse signatuur. Ik
      zie hordes met succesformats die linkse hobbies populair kunnen maken, en in the
      proces ook nog geld kunnen opleveren  voor de subsidiepot.

      Een klein cultuurideetje: Synchroonzwemmen voor Symphonie-orkesten, een losse
      variant op Sterren Dansen op het IJs, met –je raadt het al– een jaar subsidie 
      voor de winnaar. Geheel gefinancierd uit sms-inkomsten en sponsoring.

      Anders misschien: ‘Hollands Next Charity’, een winner-takes-all-spelprogramma
      met Linda de Mol, waarin een myriade van behoeftigen elkaar de tent uitvecht om
      een hulpfonds van 10 miljoen euro en de gunst van de kijkende belastingbetaler
      in de wacht te slepen. Hoewel dat misschien een tikje te cynisch is, daar moeten
      we nog even naar kijken.

      Als kritische noot dacht ik aan De Subsidie-politie. Een variant op De
      Keuringsdienst van Waarde. Met verrassingsbezoeken aan instellingen  die
      rijksgelden ontvangen. Met onthullingen en schandalen. Controle en Controverse.
      Moderne top-tv met een ideële edge!

      Maar mijn piéce de résistance is toch wel het programma Van Mijn
      Belastingcenten! Een dagelijkse minidocumentaire waarin vertrouwenwekkende types
      als Matthijs van Nieuwkerk, Jeroen Pauw en Yvon Jaspers met een belastingbetaler
      op visite gaan op een plek waar belastinggeld nuttig wordt besteed. Mooie
      feelgood-televisie: ‘Hier lagen voorheen bejaarden, vastgeketend aan de muur, in
      hun eigen uitwerpselen te rollen… En kijk nu eens wat een mooie knuffelmuur met
      multifunctionele douchekop en onfeilbare thermostaat.’ ‘Mooi he?,’ zegt
      Matthijs, met glanzende ogen, tegen de brave belastingbetaler, die we middels
      een kort bio’tje hebben leren kennen als een aanvankelijk nurkse en wantrouwende
      middenstander uit Almere, die jaarlijks desondanks 30.000 euro afdraagt aan de
      staat. De man houdt zich sterk en kritisch, maar we zien wel dat het hem heeft
      aangegrepen. Schitterende emo-tv. Prachtige reclame voor het Nieuwe 
      Nederland…

      Nou goed, u ziet maar, het zijn natuurlijk nog maar losse concepten.

      Ten derde, en ten slotte: waardering. Een klein dingetje natuurlijk. Maar is
      het nou echt te veel gevraagd om af en toe te laten merken dat het op prijs
      wordt gesteld dat een mens de helft van zijn inkomsten afdraagt om van Nederland
      een betere en socialere  plek te maken? Je vangt meer vliegen met stroop dan met
      azijn, weet je. Een gratis concert van de Nederlandse Opera, voor iedere
      belangstellende belastingbetaler. Waarom niet? Een lintje voor burgers die  de
      afgelopen 25 jaar bovengemiddeld financieel hebben bijgedragen aan het welvaren
      van de samenleving. Zou dat ons nou de kop kosten? Een lieve kerstkaart -en nu
      loop ik een beetje op de zaken vooruit- van premier Cohen naar geselecteerde
      postcodes, belangeloos in elkaar gefröbeld door een gesubsdieerd
      kunstenaarscolletief?  Het is toch allemaal niet zo moeilijk? Kleine moeite,
      groot plezier.

      Samenvattend, lieve linkse mensen: jok wat minder, geef solidariteit het
      goede, postieve imago dat het verdient, en toon af en toe een beetje waardering
      voor de brave burgers van het midden. Dan komt deze kalkoen volgende keer
      misschien vrijwillig  eten met kerstmis.

      Dankjewel voor de aandacht, en een fijne sociale middag verder.

      Delen: