Ik wil een ander Nederland

Ik wil een ander Nederland

Door De Redactie op 17 januari 2012 Delen  

‘Een brede demonstratie van ongenoegen over de kilte van het kabinetsbeleid. Tégen de hardheid en de harteloosheid van Nederland. Vóór solidariteit en medemenselijkheid. Zo’n demonstratie is er niet gekomen. We leven in een ander Nederland dan in 1983. We zijn verwend en gemakzuchtig geworden. Ingedut en uitgeblust. Idealisme heeft langzaam maar zeker plaats gemaakt voor cynisme. Gedrevenheid voor moedeloosheid. Protesteren doen we tegenwoordig met een muisklik, vanaf de bank in de woonkamer. En voor het uiten van ons ongenoegen volstaat een tweet van 140 tekens.’ Dat betoogde wetenschapsjournalist Govert Schilling in zijn gesproken column op de manifestatie Een Ander Nederland zaterdag in Nijmegen. Klik op ‘lees verder’ voor de integrale tekst.

‘Vanmorgen om half twaalf vloog astronaut André Kuipers over Nederland. Vrijwel pal over Nijmegen. Vanuit het internationale ruimtestation ISS zag hij tussen de wolken door een land van steden en akkers, van snelwegen en rivieren, van kerken en moskeeën. Een land trouwens zonder grenzen. Want grenzen bestaan alleen op kaarten, en in ons hoofd. Vanuit de ruimte zie je een ander Nederland.

Ik ben jaloers op André Kuipers. De blik van boven biedt je perspectief en relativeringsvermogen. Afgelopen week was ik op een groot sterrenkundecongres in Austin, Texas. Daar spraken astronomen over het bestaan van miljarden planeten zoals de aarde in ons eigen Melkwegstelsel.

Over perspectief en relativeringsvermogen gesproken. Wij vormen een druppel in de oceaan van de kosmos. We komen net kijken en we zijn nergens te vinden. Of er op al die andere planeten iets leeft is onbekend. Of daar sprake is van angst en haat, van uitbuiting en onderdrukking, van intimidatie en verbaal geweld – geen mens die het weet.

Ik mag hopen van niet. Op onze eigen aarde, in ons eigen land, kom ik dat al meer dan genoeg tegen. En dat zit me niet lekker.

Nederland is veranderd. Onze maatschappij is aan het verruwen. Misschien wel aan het ontsporen. Dat baart me zorgen, omdat verreweg de meeste mensen dat niet willen.

Op 26 november schreef cabaretier Youp van ’t Hek een column in NRC Handelsblad. Over Mauro en Jossef. Over moslim-angst. Over kleinzielige, bange burgers. Over de noodzaak van stellingname, van verandering. Omdat we, volgens Youp, een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Youps column was me uit het hart gegrepen. Niet omdat ik per se iets heb met links of rechts, maar omdat ik me gesterkt voelde in het idee dat veel mensen een ander Nederland willen. Dat we dat móeten willen.

Een land waarin we mensen verwelkomen in plaats van de deur wijzen. Waarin we tolerant zijn in plaats van bang. Open in plaats van gesloten.

Een maatschappij waarin we geen regels opdringen maar ruimte bieden. Waarin we mensen niet uitsluiten maar aanspreken. Niet ontmoedigen maar stimuleren.

Een samenleving waarin het weer gewoon is om iemand te respecteren in plaats van onderuit te halen. Waarin we niet steeds onszelf voorop stellen, maar opkomen voor de ander. Waarin mensen belangrijker zijn dan euro’s.

Eigenlijk: een Nederland waarin we liever thee drinken bij de buren dan door hun brievenbus plassen.

Ik ben een late babyboomer. Geboren voordat de eerste Spoetnik werd gelanceerd. Een naïeve idealist – een kind van mijn tijd. En ja, samen met velen van jullie protesteerde ik op 29 oktober 1983 in Den Haag tegen de kruisraketten.

Zou zoiets niet opnieuw kunnen? Als er honderdduizenden mensen zijn die wederzijds respect belangrijker vinden dan wederzijds wantrouwen – en die zijn er! – krijgen we dan het Malieveld niet opnieuw vol?

Op de website van de Volkskrant schreef ik een reactie op de column van Youp, waarin ik hem opriep om zo’n massale actie op gang te brengen. Een brede demonstratie van ongenoegen over de kilte van het kabinetsbeleid. Tégen de hardheid en de harteloosheid van Nederland. Vóór solidariteit en medemenselijkheid.

Zo’n demonstratie is er niet gekomen. We leven in een ander Nederland dan in 1983. We zijn verwend en gemakzuchtig geworden. Ingedut en uitgeblust.

Idealisme heeft langzaam maar zeker plaats gemaakt voor cynisme. Gedrevenheid voor moedeloosheid. Protesteren doen we tegenwoordig met een muisklik, vanaf de bank in de woonkamer. En voor het uiten van ons ongenoegen volstaat een tweet van 140 tekens.

Ik heb lang nagedacht over een actie anno 2012. Waarin je via internet en social media toch hetzelfde effect zou kunnen bereiken als via de zichtbare massaliteit van een vol Malieveld. Ik kwam er niet uit.

Maar op dat sterrenkundecongres in Austin, afgelopen week, realiseerde ik me dat het anders kan. Dat het misschien wel anders móet.

Net zoals de kosmos bestaat bij gratie van al die miljarden afzonderlijke sterren en planeten, en zoals er geen oceaan is zonder talloze afzonderlijke waterdruppels, zo wordt het karakter van Nederland niet gevormd op het niveau van de samenleving, maar op het niveau van het individu.

Jij en ik – we hebben allemaal onze eigen persoonlijke verantwoordelijkheid, onze eigen middelen, ons eigen platform. Van ’t Hek schrijft zijn column in het NRC. Koningin Beatrix slaakt haar zucht en bestempelt alle ophef over haar respect voor andermans religie als ‘echt onzin’. De fractieleiders van PvdA, SP en GroenLinks komen met een sociaal en duurzaam werkgelegenheidsplan.

En ik? Ik moet het op mijn eigen manier doen. Ik ben geen BN’er die honderdduizenden mensen op de been kan krijgen. Geen politicus die beleid kan ontwikkelen vóór kansarme jongeren of tégen xenofobie.

Maar ik ben wel een onderdeel van mijn eigen wereld, een individu in de samenleving. Mijn verantwoordelijkheid ligt in mijn directe omgeving. In mijn omgang met de maatschappij waar ik deel van uitmaak.

O, en als sterrenkundejournalist kan ik heel misschien óók een kleine bijdrage leveren. Door anderen te laten delen in die kosmische blik, die André Kuipers-visie, die aanzet tot relativering en bescheidenheid.

De Amerikaanse sterrenkundige en popularisator Carl Sagan publiceerde in 1994 het boek Pale Blue Dot, dat in feite ging over de plaats van aarde en mens in ruimte en tijd. Daarin schreef hij over een foto waarop de aarde zichtbaar is als een klein, blauw stipje van één pixel groot, beschenen door de zon. Het is de mooiste tekst die ik ken.

‘Look again at that dot. That’s here. That’s home. That’s us. On it everyone you love, everyone you know, everyone you ever heard of, every human being who ever was, lived out their lives. The aggregate of our joy and suffering, thousands of confident religions, ideologies, and economic doctrines, every hunter and forager, every hero and coward, every creator and destroyer of civilization, every king and peasant, every young couple in love, every mother and father, hopeful child, inventor and explorer, every teacher of morals, every corrupt politician, every ‘superstar’, every ‘supreme leader’, every saint and sinner in the history of our species lived there – on a mote of dust suspended in a sunbeam.

The Earth is a very small stage in a vast cosmic arena. Think of the rivers of blood spilled by all those generals and emperors so that, in glory and triumph, they could become the momentary masters of a fraction of a dot.

Think of the endless cruelties visited by the inhabitants of one corner of this pixel on the scarcely distinguishable inhabitants of some other corner, how frequent their misunderstandings, how eager they are to kill one another, how fervent their hatreds. […]

It has been said that astronomy is a humbling and character-building experience. There is perhaps no better demonstration of the folly of human conceits than this distant image of our tiny world. To me, it underscores our responsibility to deal more kindly with one another, and to preserve and cherish the pale blue dot, the only home we’ve ever known.’

Sagan begrijpt het. Deal more kindly with one another – daar komt het in feite op neer. Ik wil een ander Nederland. Een betere wereld. En die begint bij mijzelf. Ik hou van jullie. Dankjewel.’

Govert Schilling (1956) is wetenschapsjournalist en publicist. Hij schrijft over sterrenkunde en ruimteonderzoek voor kranten en tijdschriften in binnen- en buitenland.

Delen: