Een duurzame economie in een nieuw Europa

Een duurzame economie in een nieuw Europa

Door Diederik Samsom op 23 januari 2012 Delen  

Wie het slagveld in Europa overziet, krijgt de neiging het moede hoofd in de schoot te leggen. Twee jaar na de kredietcrisis zitten we in een schuldencrisis. Een wanorde dreigt in de relatief jonge muntunie. En daarachter, daartussen en daaroverheen liggen nog steeds een voedselcrisis, klimaatcrisis en energiecrisis op de loer. Een onoverzichtelijke kluwen van immense, complexe en internationale problemen. Je weet nauwelijks waar te beginnen.

Toch is onze opdracht vrij eenvoudig samen te vatten: een duurzame economie opbouwen in een nieuw Europa. Over wat ons te doen staat, heb ik maandag een gastcollege (pdf) gegeven aan bestuurskundestudenten in Tilburg.

Lezing voor Juridische Faculteitsvereniging Tilburg, 23 januari 2012.

Enige tijd geleden mocht ik de Herman Höftenlezing houden. Herman was verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog, lange tijd gemeenteraadslid voor de PvdA en gedurende zijn gehele leven vrijwilliger in talloze organisaties. Het mogen uitspreken van die lezing vervulde me uiteraard met enige trots, maar vooral met nederigheid. Wie de prestaties van Herman Höften bestudeert voelt zich klein worden.

De koelbloedigheid waarmee Höften als verzetsstrijder in de oorlog de grootste bankroof uit de Nederlandse verzetsgeschiedenis pleegde om daarmee ondergedoken stakers van de spoorwegstaking te kunnen betalen, doet ons beseffen dat heldenmoed een stadium kan bereiken waar veruit de meesten van ons nooit aan toe zullen komen. Wie 30 jaar met grote inzet onafgebroken in de gemeentepolitiek zijn maatschappelijke bijdrage levert, geeft een geheel nieuwe betekening aan het woord doorzettingsvermogen. En Herman’s werkzaamheden voor de samenleving in al die raadsjaren en in de jaren daarvóór en daarna vormen samen een groot monument voor de sociaaldemocratische idealen.

Herman Höften’s levensverhaal van moed, doorzettingsvermogen en idealen is niet alleen inspirerend. Ze is ook confronterend. Het is een ongemakkelijk gevoel te beseffen dat de huidige problemen van instortende financiële markten, overlopende overheidsschulden en een zich voortslepende Eurocrisis, misschien wel voortkomen uit een gebrék aan moed, doorzettingsvermogen en sociaaldemocratische idealen. Want de crisis waar we nu inzitten is toch vooral ontstaan door wegkijken, gemakzucht en hebberigheid.

Herman Höften’s levensmotto: ‘Doe maar gewoon’ heeft sinds jaar en dag het onderspit gedolven tegen het motto ‘Pakken wat je pakken kunt’. Dat is een pijnlijke constatering. En het wordt hoog tijd dat we ons bezinnen.

De crisis waar we in verzeild zijn geraakt, luidt niet alleen het eind van een tijdperk in, het maakt ook een einde aan de illusies van een hele generatie, mijn generatie, de ‘zorgeloze generatie’. Wij waren tieners in de no-nonsense jaren tachtig en starter op de arbeidsmarkt in de booming jaren negentig, de jaren waarin ‘het einde van de geschiedenis’ werd geschreven en de nieuwe economie de wetten van de oude economie definitief opzij zou gaan zetten.

De conjunctuurcyclus behoorde tot het verleden, permanente groei leek de toekomst, nooit meer recessie. De soberheid van de jaren vijftig lag een eeuwigheid achter ons en er werd weinig meer vernomen van de idealen die de jaren zestig en zeventig hadden beheerst. Wij gingen er eens goed van genieten. Vooral materieel.

Salarissen stegen met vele procenten per jaar, net als de waarde van de net gekochte woningen. Nieuwe generaties elektronica volgden elkaar op en werden massaal het huis in gesleept. Wifi- flatscreen- en nespressoluxe werd gemeengoed. Onze auto werd eerst langer, de stationwagon, daarna hoger, de MPV en vervolgens breder, de SUV, en toen werden het er twee. Ervan overtuigd dat de groei geen grenzen kende stortten we ons de nieuwe eeuw in. Niet alleen in Nederland, maar in de gehele Westerse wereld. Het kón immers niet op.

Maar het kan dus wel op. De oerbossen kunnen op, de zoetwaterbassins kunnen op, onze schone lucht kan op, vruchtbaar land kan op en olie kolen en gas kunnen ook op. En ze kunnen niet alleen op, ze gaan inmiddels ook op. Het leek ons tot op heden nauwelijks te kunnen deren. We nemen de berichten over oprakende energievoorraden, verzengende voedseltekorten, verdwijnende oerbossen en smeltende polen voor kennisgeving aan en gaan weer over tot de energievretende orde van de dag.

Totdat… ook het geld op blijkt te kunnen. In feite was het al een tijdje op, maar wij zin natuurlijk niet voor één gat te vangen. De allerslimsten van ons construeerden een listig kaartenhuis van zorgvuldig verpakte en aan elkaar doorverkochte kredieten. En zo stelden we, op de pof, de klap nog een paar jaar uit. Totdat er ergens in Amerika een kaart tussenuitviel, de gehele constructie in elkaar zakte en een regelrechte Knock Out uitdeelde aan onze economie. En in tegenstelling tot de ver-van-mijn-bed-rimpeling die een smeltende Noordpool en een voortrazende voedselcrisis de afgelopen jaren veroorzaakten, raakte de kredietcrisis ons recht in het materiële hart. En dat hielp.

Een bijkans sufgefeeste generatie schrok opeens wakker uit haar roes. Alsof  iemand de muziek uitzet op het hoogtepunt van het feest. Verdwaasd keken we elkaar aan, zoekend naar de schuldige. Wie heeft het gedaan? Wie heeft het feest verpest? Waren het graaiers van Wall Street? Waren het de roekeloze huizenkopers in Amerika? Waren het de politici die niet wilden opletten toen dat wel nodig was? Eigenlijk wilden we zo snel mogelijk die daders vinden, zodat we die eruit kunnen zetten, de muziek weer aandoen en het feest kunnen voortzetten alsof er niets gebeurd is. Dat was 2008, dames en heren. Het is nu 2012.

Effe snel de muziek weer aan – banken redden –  en dan doorfeesten is een illusie gebleken. Ja een paar onverlaten, bankiers, hadden de muziek uitgezet, maar de chips en het bier hadden we met zijn allen zelf al lang opgemaakt. The party is over. Het is op. De hebzucht heeft niet alleen een paar banken, maar de degelijkheid van ons financiële systeem, onze hele economie en zelfs onze planeet ondermijnd.

En er komt dus niemand om de rotzooi op te ruimen. Dat zullen we helemaal zelf moeten doen. Zoals we als tieners in allerijl de restanten van een heimelijk feest wegwerkten voordat onze ouders thuis thuiskwamen. Met één belangrijk verschil. Ditmaal hoeven we niet op te ruimen voor onze ouders, maar doen we het voor onze kinderen. Dat schept andere verplichtingen. Deze keer komen we er niet met het snel onder het tapijt vegen van de glasscherven en wat Glorix om de dranklucht weg te werken. Daarvoor zijn de problemen te groot. Over wat we wel moeten doen, wil ik het in dit gastcollege eens met u hebben.

Want wie het slagveld op dit moment overziet krijgt de neiging het moede hoofd in de schoot te leggen. Twee jaar na de kredietcrisis zitten we in een schuldencrisis. Een wanorde dreigt in de relatief jonge muntunie. En daarachter, daartussen en daaroverheen liggen nog steeds een voedselcrisis, klimaatcrisis en energiecrisis op de loer. Een onoverzichtelijke kluwen van immense, complexe en internationale problemen. Je weet nauwelijks waar te beginnen.

En toch is onze opdracht vrij eenvoudig samen te vatten: een duurzame economie opbouwen in een nieuw Europa. Ik zal u laten zien op beide onderdelen van de belofte, een duurzame economie en een nieuw Europa, radicale veranderingen nodig én mogelijk zijn.

Ik begin met het nieuwe Europa. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het Europese project is vastgelopen in het drijfzand van de schuldencrisis. Sommigen zijn daar blij mee. Bij anderen overheerst de treurnis. Maar over het feit zelf is grote overeenstemming. Europa zit vast. Loskomen is het devies. En daar begint al meteen het grote schisma.

Terug, roepen SP en PVV degenen die het Europese traject toch al nooit zo zagen zitten. Breek de macht van Brussel af, regel de zaken gewoon weer zelf en stap – desnoods – uit de Euro. Terug! Voordat we nog verder in de prut wegzinken.

Nee, we moeten vooruit roepen D66 en GL. Rechtdoor waden en dan komen we eruit. Meer Europa, geef Brussel meer macht, een Europees ministerie van Financiën, één belastingregime, strakke regels voor de overheidsfinanciën. Daar, rechtdoor aan de overkant, daar moeten we naartoe.

Wie ervaring heeft met drijfzand weet dat geen van beide gelijk heeft. Vrijwel nooit ligt de uitweg recht naar voren, of recht naar achteren. De route uit het drijfzand is een omzichtige route, een balanceeract waar bij iedere stap net iets meer grip moet opleveren op weg naar vaste grond onder de voeten.

De regeringsleiders, vele van rechtse signatuur, zien maar een probleem, financiën, en gaan dus voor een eendimensionale oplossing. Maar de financiën zijn niet het enige en zelfs niet het belangrijkste probleem van Europa. Net als bij drijfzand bestaat het Europese probleem uit een hardnekkige mix van factoren.

Ja, er zijn financiële zwaktes: banken met te weinig kapitaal en overheden met teveel schulden. En er is vooral een veel te grote kluwen van onderlinge verwevenheid van banken en landen, toegedekt met een ondoorzichtige laag van risicodragende ingewikkelde financiële  producten. Da’s een fors probleem.

Maar belangrijker is een andere zwakte, het democratisch tekort: Europa is een eliteproject. Gebouwd vanuit ivoren torens in de veronderstelling dat men daar het beste weet wat goed is voor ons. Mét Europese idealen, die ontzeg in mijn voorgangers niet, maar zónder de Europeanen. En zolang het goed ging, was er weinig aan de hand. Maar democratie, beste mensen bewijst haar waarde niet in goede, maar juist in slechte tijden. Door een collectieve verantwoordelijkheid te organiseren, ook als het minder gaat. En dat collectieve gevoel ontbreekt totaal in het Europa van de elite. Er is geen gedragen project, geen gezamenlijk gevoel en dus voelen te weinigen de behoefte om te hulp te schieten  Het is immers vooral hún schuld dat het fout is gegaan. Het is achteraf makkelijk oordelen, maar het gebrek aan lef en geduld bij de elite om van Europa een volksproject te maken, breekt ons nu op.

En er nog een derde factor die het drijfzand waar we in vastzitten zo hardnekkig maakt. De grote sociaal-maatschappelijke verschillen tussen de bevolkingen van de landen. Italianen spreken niet alleen een andere taal, maar kennen ook een andere maatschappelijke en sociaal-economische moraal. Niet slechter. Niet beter. Anders. De bouwers van Europa en van de muntunie hebben het gemak waarmee die verschillen overbrugd kunnen worden schromelijk overschat. Zoiets kost tijd, meer tijd dan men wilde nemen.

Wie de mix van diverse zwakten in Europa tot zich laat doordringen snapt waarom de huidige eendimensionale route uit het drijfzand niet werkt. Als je de financiële zwaktes oplost met een begrotingsautoriteit in Brussel, vergroot je het democratische gat alleen maar verder. Zodat dat je verder weg zakt. Wie de schuldenlanden met maatregelen opzadelt die hun samenleving ontwrichten, vergroot juist de sociaal-maatschappelijke verschillen en duwt Europa verder de prut in.

De verklaring voor het feit dat de regeringsleiders, waaronder de onze, er zo naast zitten met hun analyse en dus hun aanpak, moeten we denk ik zoeken in hun onverwoestbare geloof in de markten. Die maakt ze blind voor de diepere oorzaken. Wie zoals Rutte stoïcijns verklaart ‘niets te hebben met Grieken’ en blijft beweren dat de oplossing voor het Europese probleem louter met begrotingen te maken heeft, heeft werkelijk geen idee waar ie in verzeild is geraakt en dus al helemaal niet hoe ie eruit moet komen.

De EU-leiders pogen de crisis nu op te lossen door de Eurolanden met begrotingsregels, als ware het duck-tape, bij elkaar te binden. Maar als je daarbinnen de democratische en sociaal-maatschappelijke gaten niet opvult, knijp je de hele zaak stuk en is er straks niks meer om bij elkaar te houden.

De tocht uit het drijfzand loopt niet alleen langs financiële, maar ook langs democratische en sociale versterking van Europa. Ik schets u de belangrijkste onderdelen van de routekaart: Allereerst is er tijd en rust nodig op de diverse staatsschuldmarkten. En die komt er niet door een Noodfonds op te bouwen dat zijn kracht zou moeten ontlenen aan risicovolle hefboomconstructies; dezelfde risicovolle constructies die aan de basis van de bankencrisis stonden.

Nee, Europa moet eindelijk eens aan de financiële sprinkhanen die speculeren op rentes en faillissementen, laten zien wie er de baas is. Na het vruchteloze geëmmer met noodfondsen moet de conclusie zijn dat de ECB de enige is die dat op zich kan nemen. Bokitokapitalisme stoppen vergt een gracht zo breed als alleen de ECB kan graven. Geef die dan ook het mandaat om dat te doen.

En ja, de begrotingen van landen moeten weer op orde. Maar handel daarbij niet roekeloos. Een door bezuinigingen afgeknepen economie komt niet op orde. Leg dus het accent op hervormingen, op het versterken van economieën. Dan duurt het misschien langer voor je bij de heilige -3% bent, maar het levert uiteindelijk een sterker Europa op.

Rust op de obligatiemarkt en begrotingsherstel zijn de eerste stapjes, en daar bestaat nog wel enige overeenstemming over. Al is ook hier het geklungel deerniswekkend.

Het gaat echt fout bij de volgende stappen op weg naar herstel op middellange termijn. Regeringsleiders staren zich ook daar blind op de financiën: een setje begrotingsregels met streng toezicht. Niet eens uit Brussel, waar nog iets van democratische controle door een parlement is, maar met een nieuw verdrag tussen regeringen. Daarmee zakken we nóg verder weg in het democratische tekort. En we houden onszelf ook nog eens schromelijk voor de gek. Een begrotingsautoriteit die boetes oplegt kan uiteindelijk een tweede Griekenland niet voorkomen. Sterker: hoge boetes versnellen het proces van een bankroet land alleen maar. Het is een vorm van naïeve strengheid die zijn gelijke alleen vindt in de naïeve vrijblijvendheid waarmee de muntunie ooit in elkaar werd gezet.

Die naïeve vrijblijvendheid kwam voort uit het geloof dat de vorige generatie politici had in het gemak waarmee Europa economisch zou gaan samensmelten, gevoed door het succes van de Duitse eenwording. Maar Europa is geen West- en Oost-Duitsland. Europa is een veel diversere gemeenschap, verenigd door een gedeelde geschiedenis, maar nog niet door een gedeelde sociaal-maatschappelijke mentaliteit. En zolang dat niet het geval is kan een muntunie slechts een smeermiddels zijn waarmee het naar elkaar toe groeien wordt vergemakkelijkt.  Het kan geen keten zijn waarmee Europa geforceerd bij elkaar wordt  gebonden. Die keten nog steviger aantrekken wanneer landen in problemen komen, zoals nu gebeurt, werkt alleen averechts. Er is dus een andere vormgeving van onze muntunie nodig.

En dat kan ook. Er bestaat een lijst met criteria: begrotingstekort, handelsbalans, private schulden, rentevoeten etc.. waarlangs je landen kunt leggen om te beoordelen of ze sociaal-economisch naar elkaar toe groeien. Met dat scorebord kun je in een zeer vroeg stadium zien of een land uit koers raakt. Mocht dat het geval zijn dan krijgt het land in mijn voorstel de even eenvoudige als fundamentele keus: bijsturen of afscheid nemen. Dat laatste kan zonder kleerscheuren of plotselinge devaluaties, mits je in een vroeg stadium van ‘uit koers raken’ deze keuze maakt. Wanneer je een exit uit de Euro pas als ultieme sanctie toepast of eigenlijk helemaal niet toestaat, is het te laat en is een kladderadatsch zoals nu bij Griekenland het gevolg. Op die manier gijzelt het project nu zichzelf. En de bevolkingen.

Dat laatste mogen we niet toestaan. Laat een land zelf én tijdig besluiten of ze mee willen groeien met de rest van de Eurolanden of hun eigen weg willen gaan. Ik zou het wel weten, en ik denk dat bijvoorbeeld veel Italianen ook willen aanhaken. Maar laat de Italianen erover beslissen, niet de macht van de obligatiemarkten of Brussel. Een munt kan Europa niet bij elkaar houden, volkeren, ‘demoi’ kunnen dat met hun zeggingskracht ‘kratos’.

Die democratische versterking van het Europese project ontbreekt nu totaal in het geweld van de financiële discussie. De huidige discussie creëert een onmogelijke keuze tussen ofwel of rechtdoor via een sprong naar veel meer Europa met meer markt en meer munt. Of rechtsomkeert met een onmiddellijke en daarmee zeer schadelijke ontmanteling van het project. De geleidelijke weg richting een gezamenlijk gedragen toekomst, in eenheid of eventueel naast elkaar, wordt genegeerd.

En dat snappen mensen dondersgoed. Ze zien heus dat veel van de opdrachten van de 21ste eeuw, zoals energie, klimaat, migratie en het beteugelen van de financiële markten, niet meer op de nationale schaal kunnen worden opgelost. Maar ze passen ervoor om te kiezen voor een Europees eliteproject waar ze geen greep op hebben. Helemaal wanneer dat project feilloos in staat blijkt mensen tegen elkaar uit te spelen door bijvoorbeeld concurrentie om de laagste minimumlonen, het soepelste ontslagrecht en de slechtste arbeidsvoorwaarden. En al helemaal wanneer ze zien dat het eliteproject ondanks de lofzang op de oneindige wijsheid van de markten, door diezelfde markten het faillissement ingedreven wordt.  Op dit moment stellen mensen voor de keuze tussen een falend nationale oplossing en een failliet internationaal project. En dan vragen wij ons af waarom mensen boos zijn? Ik niet. Ik ben daar zelf ook boos over. Omdat Europa mij aan het hart gaat.

Maar groeit Europa wel naar elkaar toe als we de verbanden democratischer maken, het duc-tape weghalen? De sociaal-maatschappelijke mentaliteit is immers zo verschillend. Vallen we dan niet binnen de kortste keren uit elkaar in een zuid en een Noord-Europa? Of erger, ij 27 losse landen? Misschien. Tijdelijk. Maar ik ben bereid die omweg te nemen. Omdat ik geloof dat Europa alleen de toekomst te lijf kan als het een gedragen project is. En omdat ik ervan overtuigd ben dat de komende generatie, jullie dus, hun eigen weg zullen vinden om de sociaal-maatschappelijke verschillen te overbruggen. Niet onder druk van een krampachtig bij elkaar geknepen markt en munt-unie, maar gedreven door nieuwsgierigheid en het intrinsieke verlangen om samen sterker te worden. Een nieuwe generatie reist veel meer door Europa dan de vorige, voor jullie is Europa alweer veel vanzelfsprekende dan voor mij. Ik twijfel geen moment dat die ontwikkeling zich zal voortzetten. Bestuurders kunnen dat tempo niet van bovenaf opdringen. Sterker nog: de huidige knellende banden rondom het Europese project zorgt eerder voor vertraging dan voor versnelling. Omdat het de hoop en het optimisme uit het project haalt; en het is die hoop die nieuwe generaties aanzet volgende stappen te nemen.

Europa moet weer een hoopvol project worden. Een project van landen en volken. Een politiek project, een sociaal project. Geen technocratisch concept op neoliberale grondslagen. Er is een grote toekomst voor een sterk en sociaal Europa waarin landen steeds meer naar elkaar toe groeien, profiterend van elkaars kracht en elkaars zwaktes opheffend. Een Europa dat veel meer is dan een markt en een munt. Een Europa waarin collectieve welvaart boven individuele rijkdom gaat, waar samenwerking het wint van machtsuitoefening en waarin de toekomst van onze kinderen belangrijker is dan instant bevrediging. Die visie wil ik niemand van bovenaf opdringen. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ze voldoende aantrekkingskracht heeft om mensen voor zich te winnen.

Dames en heren, in het begin schetste ik onze opdracht in twee delen. Niet alleen een nieuw Europa bouwen, maar ook een duurzame economie vormgeven. Die tweede opdracht is zo mogelijk groter dan de eerste.

Ik neem even de omvang met u door. Een duurzame economie draait op duurzame energie. Dat betekent dat we wereldwijd een arsenaal aan schone energiebronnen moeten neerzetten waarmee we het equivalent van meer dan tweehonderd miljoen vaten olie .. per dag …aan energie produceren. We hebben daarvoor nog één generatie de tijd, voordat we definitief worden ingehaald door klimaatverandering en blijvende energieschaarste. Een dergelijke omslag is in de geschiedenis nooit gemaakt. En zeker niet binnen één generatie.

Voor wie de moed nu in schoenen zakt: de zon levert ons in een uur al een hoeveelheid energie die gelijk staat aan meer dan 40 miljard vaten olie.

Maar voor wie nu denkt ‘dan is het dus een peulenschil’ nog even de volgende reality check:  Het op peil houden van de huidige energievoorziening vraag de komende 20 jaar een wereldwijde investering van 100 miljoen dollar…per uur.

De uitdaging die voor ons ligt, wordt wel eens vergeleken met die van het Apolloproject waarmee Armstrong op de maan terecht kwam. Maar het veroveren van de maan is een makkie vergeleken met wat ons nu te doen staat. Het Apolloproject draaide uiteindelijk om één vliegende telefooncel waarmee drie mensen een retourtje maan maakten.  Het realiseren van een duurzame energievoorziening vraagt een complete verandering van een samenleving met uiteindelijk meer dan 9 miljard deelnemers.

Ik zie sommigen van u wat ongemakkelijk op hun stoel schuiven. Begrijpelijk. Want bespiegelingen over de houdbaarheid van onze levensstijl worden vaak geassocieerd met het einde van het optimisme. Met donderpreken dat we allemaal naar de bliksem gaan. Maar het omgekeerde is waar. Wij zijn niet alleen het probleem, wij kunnen vooral ook de oplossing zijn. Als het ooit mogelijk was, is het nu. Nooit in de geschiedenis was er een generatie zo slim, zo rijk, zo gezond en met zo velen als de onze. Wij zíjn in staat om onze ouders te overtreffen in hun reis naar de maan. Wij kunnen de zon grijpen. Wij kunnen die schone energiebronnen ontwikkelen en daarmee onszelf en toekomstige generaties blijvend van hun energieprobleem afhelpen.

Mits we samenwerken op Europese, en via Europa zelfs op wereldschaal. Het energievraagstuk is echt te groot om vanachter de waterlinie in ons eentje op te lossen. We moeten investeringskracht en kennis op grotere schaal weten te bundelen om zeker te stellen dat deze opdracht in een generatie tijd is volbracht. En daar dienen zich tegelijkertijd kansen aan voor dat nieuwe Europa. Alleen al de komende 10 jaar kunnen we met deze investeringen 2,5 miljoen banen creëren in Europa en zo met name de jongeren in Europa weer het perspectief teruggeven dat ze hadden verloren, Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 45% maar ook geweldige mogelijkheden voor zonne-energie. In Italië is 30% van de jeugd werkloos; en is de enorme duurzame energiepotentie nog nauwelijks benut. Waar wachten we eigenlijk nog op? Europa was ooit een project van hoop en optimisme. Dat kunnen we weer haar weer teruggeven. Door de opdracht voor een duurzame economie samen te voegen met die van een nieuw Europa. Tot een verhaal, met een toekomst. Precies wat je van sociaal democraten mag verwachten.

Dames en heren, ik keer weer terug naar Herman Höften waar ik dit college mee begon. De man met het levensmotto: ‘Doe maar gewoon’. En voor één keer geef ik Höften geen gelijk. We moeten niet ‘gewoon’ doen. En jullie zeker niet. Jullie moeten excelleren. Jullie moeten de vooruitgang vormgeven. Jullie moeten de technologie uitvinden die wij nog niet konden bedenken, jullie moeten de economie eerlijker verdelen dan wij konden opbrengen en jullie moeten de internationale verdragen afsluiten waar wij niet aan toe waren.

Werk hard, blijf gretig, blijf nieuwsgierig. Veel succes.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma