PvdA-collega’s blikken terug: Irene van Rijsewijk en Jacques Wallage

PvdA-collega’s blikken terug: Irene van Rijsewijk en Jacques Wallage

Door Plakboek PvdA op 20 oktober 2011 Delen  

Het Plakboek nodigt collega’s uit terug te kijken op de periode dat ze
samenwerkten. Irene van Rijsewijk werkte negen jaar als politiek adviseur voor
Jacques Wallage, toen hij staatssecretaris was en fractievoorzitter in de Tweede
Kamer. Een gesprek in het Haagse.

Jacques en Irene ontmoetten elkaar voor het eerst op een maandagochtend op
het Amsterdamse Rembrandtplein. Irene had een studie geschreven over de
gemeentelijke middelen en budgettering in het onderwijs en Jacques als
woordvoerder onderwijs in de Tweede Kamer wilde daar alles over weten. Drie uur
lang spraken ze onafgebroken over de publieke zaak. Toen ze afscheid namen zei
Jacques: ‘jouw toekomst zal in Den Haag liggen’. Heel raar vond Irene dat
destijds.

In 1989 vroeg Jacques of Irene zijn politiek adviseur wilde worden op het
ministerie van Onderwijs. Irene: ‘Hij vroeg me of ik het zou kunnen en ik
antwoordde ‘ik heb een opleiding als kleuterleidster, als ik dat kan, dan komt
dit ook wel goed’. Ik probeerde het sollicitatiegesprek nog even te rekken, want
had tijd nodig om kleren te kopen. Tot dan toe liep ik vooral in spijkerbroek en
op gympen.’

Het was voor het ministerie van Onderwijs een novum, de functie van politiek
assistent. De hoofdtaken waren meekijken met het interne werk, de contacten met
de Tweede Kamerleden onderhouden en werkbezoeken organiseren. De ambtenaren
waren bezorgd dat er een barrière werd opgeworpen tussen de staatssecretaris en
het ministerie. Jacques: ‘Mensen hebben vaak niet door hoe alleen je bent als
bewindspersoon op een ministerie. Bij de kennismakingsrondes zag ik alleen maar
kruinen: iedereen was druk aan het opschrijven wat ik allemaal zei. Maar ik
wilde dialoog en samen beleid maken. Ik vind de aandacht voor de afdeling
verkoop -het zogenaamde spinnen en framen- sterk overdreven, maar dat neemt niet
weg dat je iemand nodig hebt die je blind kunt vertrouwen en die daar zit om met
jou mee te denken en je scherp te houden. Dat heeft Irene negen jaar voor me
gedaan.’ Jacques en Irene zijn het erover eens dat de dynamiek van het
departement groot was, dat er ontzettend hard gewerkt werd. Jacques was de
eerste bewindspersoon op onderwijs die een voldoende kreeg van de vakbonden.

De anekdotes wisselen elkaar in hoog tempo af en Jacques en Irene vullen
elkaar daarbij feilloos aan. Jacques met de lachwekkende verhalen en Irene vult
dan vaak de details aan.  Jacques: ‘Ik heb wel eens een schop onder tafel
gekregen van Irene, dat was in China. Het officiële gesprek ging goed totdat we
de mensenrechten ter sprake brachten. Ik wilde per se een antwoord en bleef mijn
vraag herhalen. Totdat ik met de man zat te praten die het verst van mij af zat.
Iedereen had de vraag doorgespeeld aan zijn buurman. En toen schopte Irene me.’
Irene: ‘Na afloop van het gesprek gaf het gezelschap ons nog wat wijze spreuken
mee, zoals ‘A thousand years is nothing in China’ en de boodschap dat als wij de
Chinese grenzen open wilden, dat we maar hoefde te melden hoeveel miljoen
Chinezen we dan in Nederland wilden verwelkomen.’

En ze waren het niet altijd eens. Zo had Jacques voor Irene bedacht dat het
goed zou zijn dat zij als politiek adviseur op Onderwijs bleef, terwijl hij
staatssecretaris voor Sociale Zaken werd. ‘Dat deelde Jacques me in een
telefoongesprek mee. Woedend was ik, dat hij zo dacht over mij te kunnen
beslissen. Na acht dagen belde Jacques en werd ik alsnog adviseur van op Sociale
Zaken.’

Jacques: ‘Je deed wat het beste was voor de partij, en dat werd door de
partijleider bedacht. Twee keer heeft Wim Kok voor mij besloten. De eerste keer
was in 1993 toen ik Elske ter Veld als staatssecretaris opvolgde – en eigenlijk
liever op onderwijs was gebleven. De tweede keer was in 1994. Ik was toen
gevraagd door Eberhard van der Laan of ik burgemeester van Amsterdam wilde
worden. Ik had het graag gedaan. Maar ook deze keer vroeg Wim Kok me iets –
fractievoorzitter worden – en kon ik niet weigeren.’

Irene ging als politiek adviseur met hem mee naar de Tweede Kamer. ‘Dat was
op zich best ingewikkeld want de man van Irene – Rob van Gijzel- was toen  al
Tweede Kamerlid’, aldus Jacques. Het fractievoorzitterschap was zijn moeilijkste
job. ‘Er is geen hiërarchie en het is zeker niet zo dat fractiegenoten zomaar
iets van je willen aannemen. Het is een constante onderhandeling.’ Het was de
tijd van Felix Rottenberg als partijvoorzitter, de tijd van vernieuwing en veel
overleg tussen Amsterdam en Den Haag. Jacques: ‘De fractie wilde profiel maken,
maar als je de grootste regeringspartij bent, kun je niet de hele tijd je eigen
ministers voor de voeten lopen.’ Irene: ‘Bij andere partijen is dat echt anders.
Bij de VVD bijvoorbeeld krijg je als jongste bediende de kleinste kamer en hoe
langer je blijft, hoe hoger je opklimt. Bij de PvdA vond ik het lastig om af en
toe het sociale gehalte te herkennen. Als je onder elkaar geen solidariteit kunt
organiseren, dan lukt het in de samenleving ook niet.’

Dat het sociale gehalte verbeterd kan worden, daar zijn Irene en Jacques het
over eens. Jacques: ‘2,5% van de Nederlanders is lid van een politieke partij,
daarvan is 10% actief. Als we socialer worden als partij, dan zou dat percentage
hoger zijn. Als je niet aan iemand kunt merken, die staat voor een wereld waar
ik wel in zou willen wonen, die doet zijn best voor een ander… Als dat niet het
geval is, dan zijn we heel ver van huis.’

Irene begon een eigen bedrijf Politea toen Jacques burgemeester werd in
Groningen. ‘Ik had het gezien na tien jaar. Ik wilde niet in de Kamer blijven,
dat vond ik zo vluchtig. Vaak bepaalt de krant van dinsdag hoe de rest van de
week eruit ziet.’ Jacques genoot ondertussen van zijn nieuwe functie in het
Noorden en nu hij eindelijk geen publiek ambt meer heeft, werkt hij af en toe
voor het bureau van Irene. Zo is de cirkel rond.

Delen: