Brede voorverkiezingen

Brede voorverkiezingen

Door De Redactie op 28 augustus 2013 Delen  

In de afgelopen tien jaar hebben in Nederland heel wat interne lijsttrekkerverkiezingen plaatsgevonden. De PvdA beet het vorige decennium het spits af met de zoektocht naar een opvolger van Ad Melkert met Wouter Bos als uiteindelijke winnaar. Bij de VVD bleef Mark Rutte Rita Verdonk op een haarlengte voor. Alexander Pechtold nam in een tweestrijd met Lousewies van der Laan het stokje over en onlangs waren ook de leden GroenLinks en CDA aan de beurt om een nieuwe politieke voor(man/vrouw) te kiezen.

Wat al deze leiderschapsverkiezingen gemeen hebben, is dat het de partijleden waren die uiteindelijk bepaalden wie de kar zou gaan trekken. In zijn campagne voor het voorzitterschap van de PvdA maakte Hans Spekman kenbaar een voor Nederland uniek experiment op poten te willen zetten: het verkiezen van de PvdA-lijsttrekker door middel van brede voorverkiezingen. De PvdA gaat deze uitdaging aan en nodigt alle kiezers die zich met de partij of haar gedachtegoed kunnen vereenzelvigen een stem uit te brengen op zijn of haar kandidaat. De inspiratie kwam van de Franse Parti Socialiste die in het najaar van 2011 bijna 3 miljoen kiezers op de been wist te brengen om de voornaamste linkse presidentskandidaat te kiezen. Iedereen van stemgerechtigde leeftijd en die bereid was een kleine vergoeding te betalen mocht deelnemen. Daarnaast werd de kiezer gevraagd een verklaring te ondertekenen waarmee zwart op wit stond dat zij de progressieve idealen aanhangen.

Maar het Franse voorbeeld staat niet op zichzelf. Eerder werd door Links Italiƫ al gepionieerd en lijken voorverkiezingen daar zelfs vaste voet aan de grond te hebben gekregen. In de populaire cultuur vormen de VS natuurlijk het grote voorbeeld als het om het organiseren van voorverkiezingen gaat: de primaries.

De VS

De eerste presidentiële voorverkiezingen in de Verenigde Staten dienden een oplossing te vormen voor het zeer intransparante proces van de Nationale Conventies. Deze werden beheerst door de partijbonzen en de uitkomst kwam vaak op troebele wijze tot stand. Pas in de jaren na de oorlog kwamen de primaries pas echt in zwang, eerst bij Democraten en later bij de Republikeinen. Iedereen kan zich voor de geest halen hoeveel media-aandacht er uitgaat van dit ‘feest der democratie’. Maandenlang beheersen de presidentskandidaten de media, bevechten ze elkaar op het scherpst van de schede -wie herinnert zich de strijd tussen Obama en Clinton niet-, maar de rijen worden uiteindelijk altijd weer gesloten. Vanaf het moment van de verkiezing van de gloednieuwe ‘contender’ voor Het Witte Huis scharen de verliezende kandidaten zich als één man achter de winnaar. Een winnaar met een onbetwistbaar mandaat.

Italië

Lega Nord was in 1995 weliswaar de eerste partij in Italië die het fenomeen van primaries introduceerde, het concept raakte pas in 2005 in zwang. In dat jaar bundelden meerdere linkse partijen hun krachten door voorverkiezingen te organiseren voor de parlementsverkiezingen later dat jaar. De zogeheten ‘Unione’ wenste op die manier een gezamenlijke kandidaat aan te wijzen om het op te nemen tegen Silvio Berlusconi. Ruim vier en een half miljoen Italianen maakten de gang naar de stembus. Naar verwachting was het voormalig premier Romani Prodi die met grote cijfers tot winnaar werd uitgeroepen.

Ook in de daaropvolgende jaren wisten de sociaaldemocratische sympathisanten de weg naar de stembus te vinden. Zo kwamen alleen al voor de leiderschapsverkiezing van de net opgerichte Partito Democratico drie miljoen kiezers opdagen. Hetzelfde aantal was eind 2012 van de partij om te bepalen wie namens centrum-links Mario Monti zou moeten opvolgen als premier.

In opmaat naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2013 in Rome organiseerden sociaaldemocraten en groenen voorverkiezingen om een gezamenlijke burgemeesterskandidaat naar voren te schuiven. Ruim honderdduizend centrum-linkse Romeinen maakten dankbaar gebruik van deze mogelijkheid. De winnaar, Ignazio Marino versloeg de zittende partijgenoot van Berlusconi met meer dan zestig procent.

Frankrijk

In 2002 liep de Parti Socialiste, zusterpartij van de PvdA een zware klap op. De presidentskandidaat Lionel Jospin werd oneervol voorbijgestreefd door Jean-Marie Le Pen en links was compleet versplinterd in talloze onafhankelijke kandidaten. Jospin verliet de politiek en de partij bleef leiderloos achter. Anders dan in Nederland kent Frankrijk het fenomeen van de politiek leider niet. De functie van voorzitter van de partij bewees in het verleden garantie op kandidaatschap voor de presidentsverkiezingen (Mitterand en Jospin), maar niet langer in de 21e eeuw. Zowel François Hollande als voorzitter als Ségolène Royale konden de afgelopen tien jaar als respectievelijk partijvoorzitter en presidentskandidate het partijleiderschap niet opeisen. Ironisch genoeg was het na te hebben bedankt voor zijn post als secretaris-generaal van de PS dat Hollande in mei 2012 de tweede linkse president van de Vijfde Republiek werd.

In 2006 waagde de PS zich aan een nieuw experiment. De volgende presidentskandidaat moest via een interne verkiezing onder PS-leden verkozen worden. In een verkiezingssfeer die niet onder deed voor Amerikaanse voorverkiezingen, brachten uiteindelijk 170.000 PS’ers hun stem uit. Het merendeel daarvan stemde op Ségolène Royale, toenmalig partner van partijvoorzitter Hollande. De populariteit van Royale bereikte de eerste paar maanden na haar verkiezing grote hoogte, maar ze kon deze uiteindelijk niet verzilveren.

Ondanks het feit in 2007 dat miljoenen Fransen hun vertrouwen aan Royale hadden geschonken, bleef de partij leiderloos. Verschillende partijmastodonten gingen in de jaren daarna rollend over straat. Bij de regeringspartij UMP waren de rangen achter president Sarkozy daarentegen gesloten. Om bij de volgende verkiezingen in 2012 een kans te maken moest de PS het roer drastisch omgooien. Gelet op de succes met primaries in Italïe verlegde de Franse socialisten hun focus op alle kiezers en niet alleen de eigen partijleden om de volgende presidentskandidaat te kiezen.

In oktober 2011 werd de campagne afgetrapt voor ‘les primaires citoyennes’. Verdeeld over twee stemronden zouden eerst vijf kandidaten en in de tweede ronde twee overgebleven kandidaten onderling uitmaken wie de strijd aan zou gaan met Sarkozy. Alle op de kieslijst ingeschreven Fransen mochten stemmen. Voorwaarde was wel dat ze een symbolische financiële bijdrage leverden van 1 euro en dat ze een verklaring ondertekenden waarin ze kenbaar maakten de progressieve waarden als opgesteld door de organisatie, onderschreven. De beide ronden werden begeleid door meerdere TV-debatten. Het onderonsje tussen de twee overgebleven kandidaten trok bijna zes miljoen kijkers. Uiteindelijk beslisten bijna drie miljoen kiezers wie, François Hollande of Martine Aubry, een poging zou gaan wagen Sarkozy van de troon te stoten. Hollande won de tweede en beslissende ronde met bijna zestig procent. Ruim voor Sarkozy’s bekendmaking herkozen te willen worden, domineerde Hollande de media. De rest is geschiedenis. De partij van Sarkozy, de UMP, heeft al aangegeven ook voorverkiezingen te organiseren om de volgende presidentskandidaat voor de verkiezingen in 2017 aan te wijzen.

Het succes van de ‘primaires citoyennes’ voor het presidentschap bracht lokale PS-afdelingen ertoe om ook voorverkiezingen te organiseren voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Eén van de steden waar men zich waagt aan de primairies, is Marseille. De op één na grootste stad van het land waar de socialisten al sinds 1995 in de oppositiebankjes zitten.

Delen: